VS hielpen Saddam zelf in het zadel

De jacht op Saddam was niet nodig geweest, als de Amerikanen hem niet zelf vorstelijk in het zadel hadden gezet, betogen Jan Gruiters en René Grotenhuis....

'We got'm'. De Amerikanen waren net iets te trots op zichzelf toen ze de gevangenname van Saddam Hussein aan de verzamelde wereldpers meldden. Er is alle reden voor een grondig zelfonderzoek onder de Amerikanen en hun bondgenoten naar de wijze waarop ze in de afgelopen veertig jaar machthebbers hebben gesteund. Er is een lange lijst samen te stellen die loopt van Pinochet en Videla in Zuid-Amerika via Rioss Montt in Midden Amerika en Mobutu en Jonas Savimbi in Afrika naar Suharto en Musharraf in Azië.

Ook Nederland kan zich niet aan de zelfanalyse op dit punt onttrekken. Te vaak kiest de Nederlandse politiek voor een beleid waarbij de kool en de geit worden gespaard. De grote bondgenoten worden niet afgevallen, maar we plakken met grote vaardigheid pleisters om de slachtoffers van dictatoriale regimes tegemoet te komen.

De Amerikaanse inval in Irak wordt verdedigd met de boodschap dat Amerika democratie komt brengen en de gevangenneming van Saddam werd gebracht als glanzend sluitstuk van dit nobel streven. Wie echter over de afgelopen veertig jaar de Westerse politiek ten aanzien van anti-democratische en wrede machthebbers overziet, weet dat die politiek beheerst wordt door geopolitieke overwegingen en door angst. Angst voor de communisten, angst voor zelfstandigheid van landen die als de achtertuin of invloedssfeer van de Verenigde Staten worden gezien. In veel gevallen leidde dat tot de simpele redenering: de vijand van mijn vijand is mijn vriend. Zo kwam Saddam als bestrijder van de ayatollahs van Iran in beeld als een steunwaardige leider in het Midden-Oosten.

De voortdurende steun van de VS als economische, politieke en militaire grootmacht heeft ertoe geleid dat veel machthebbers hun land gerui¿neerd hebben en de basis voor democratie en good bestuur hebben vernietigd. Dictators besturen hun land op basis van drie pijlers. De eerste daarvan is het uitspelen van etnische en politieke tegenstellingen. Mobutu speelde de etnische kaart in Zai¿re (Congo), Savimbi dompelde met Amerikaanse steun Angola in een uitzichtloze burgeroorlog, Suharto speelde de Javanen uit de rest van Indonesië. Pinochet maakte de tegenstellingen tussen alles wat (internationaal) links was en de trouwe nationalisten tot de basis van zijn regime. Die kaart leidt overal tot fundamenteel wantrouwen tussen bevolkingsgroepen, waardoor overal moeizame processen van verzoening en wederzijdse acceptatie nodig zijn. De tweede pijler is die van het nepotisme: een kleine kliek van vertrouwelingen krijgt de kans om de staat leeg te roven en de rijkdommen van het land aan zich te trekken. De Suharto-kliek heeft in dertig jaar tijd een belangrijke bijdrage geleverd aan de teruggang

het tropisch oerwoud in Indonesië. De derde pijler is het afschaffen van elke vorm van transparantie en verantwoording. Leger, veligheidsdiensten en economische elite hoeven geen verantwoording meer af te leggen en journalistieke vrijheden worden als eerste afgeschaft.

Het is niet voor niets dat de meeste dictators en wrede machthebbers in ontwikkelingslanden te vinden zijn en dat het ook ontwikkelingslanden zijn waar het ontbreken van goed overheidsbestuur een essentiële factor is. Het is vaak de intellectuele elite die vertrekt terwijl die onmisbaar is voor ontwikkeling van evenwichtig bestuur. In die context is het opbouwen van democratie en een staat die verantwoording aflegt aan haar burgers een illusie. Dit proces wordt door de internationale gemeenschap graag overgelaten aan niet-gouvermentele (hulp) organisaties. Deze worden als smeermiddel gebruikt om – zonder voldoende middelen – de samenleving bij elkaar te houden.

De tegenstellingen tussen onder andere soennieten, shi'ieten en Koerden die het de Amerikanen nu in Irak zo moeilijk maken om een geloofwaardig eigen bestuur op te bouwen, hebben hun oorsprong in de door henzelf gesteunde dictatuur van Saddam. Voor de Amerikaanse politiek zijn demovancratie en mensenrechten het sluitstuk van hun politieke keuzen. Dat blijkt ook uit het feit dat zij vinden dat zij boven elke vorm van berechting verheven zijn. Zo hebben de VS het Verdrag van Rome immers niet getekend dat leidde tot de oprichting van het Internationaal Strafhof in Den Haag. Als deze houding niet verandert blijven de VS tegen nieuwe Iraks aanlopen waar ze de gevolgen van hun beperkte geopolitieke keuzen zullen tegenkomen.

Een consequentere keuze voor mensenrechten en goed bestuur zou in veel gevallen tot een ander beleid moeten leiden. Het is wat dat betreft een bemoedigend signaal dat juist dit weekend minister Van Ardenne zich afvraagt of Uganda en Rwanda op Nederlandse ontwikkelingshulp kunnen blijven rekenen nu ze nog steeds actief betrokken blijken te zijn bij de strijd in Oost-Congo.

Er is dringend behoefte aan gemeenschappelijke internationale afspraken tussen democratische regeringen, onder auspiciën van de Verenigde Naties, over de wijze waarop zij dictators tegemoet treden. Politieke, economische en in het uiterste geval ook militaire druk passen daarin. Wie mensenrechten en democratie tot sluitstuk maakt van de boekhouding moet zich realiseren hoeveel mensenlevens dat kost. Irak laat zien dat dat niet alleen de mensenlevens van de Irakezen zijn, maar ook die van Amerikanen, Italianen en Spanjaarden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden