VS gedoogden de gifterreur van 'Ali Chemicali'

HALABJA - De Anfal-campagne tegen de Koerden, waarbij het Iraakse regime op grote schaal chemische wapens inzette, gebeurde met stilzwijgende steun van de Verenigde Staten.


De genocide tegen de Iraakse Koerden is uitvoerig gedocumenteerd door de Nederlander Joost Hiltermann, hoofd operaties van de International Crisis Group. Zijn boek A Poisonous Affair - America, Iraq and the Gassing of Halabja (2007) is een nauwgezette reconstructie van voor- en naspel van de gifaanval.


Sinds 1983 gebruikte het leger van Saddam Hussein chemische wapens tegen de Iraanse troepen. Vanaf 1987 werden ze ook ingezet tegen Koerdische guerrillastrijders en burgers, op grote schaal en systematisch. De campagne stond onder leiding van Saddams neef Al-Hassan al-Majid, 'Ali Chemicali'. Het vergassen van Halabja - een stad met 75 duizend inwoners - was de grootste, maar lang niet de enige gifaanval van Anfal.


De peshmerga's moesten worden beroofd van hun biotoop, de Koerdische dorpen. Vierduizend werden er platgewalst. De bevolking werd verjaagd of overgebracht naar vernietigingskampen in West-Irak, waar naar schatting 80 duizend Koerdische mannen, vrouwen en kinderen werden geëxecuteerd en in massagraven gedumpt.


In Halabja sloeg Saddam twee vliegen in één klap. Guerrillastrijders van de linkse PUK hadden op 13 maart, met logistieke steun van Iran, de stad bevrijd. Iraanse troepen lagen rondom en ook zij trokken kort daarna Halabja binnen. Saddam kon deze dubbele vernedering niet laten passeren.


Na zes maanden dodelijke gifoperaties ('Anfal 1' tot en met 'Anfal 8') waren niet alleen de Koerden kapot, maar staakten ook de Iraniërs de strijd. De oorlog werd beëindigd en Saddam kon zich opmaken voor een nieuwe uitdaging - de bezetting van Koeweit.


Hiltermann toont aan dat de regering-Reagan van het begin af aan op de hoogte was van het gebruik van gifgassen door het Iraakse leger en daarbij op zijn minst steeds een oogje toekneep. Irak was immers een strategische bondgenoot; het Iran van Khomeini was de gezamenlijke vijand. Reagans afgezant Donald Rumsfeld ging tweemaal bij Saddam op bezoek.


Na 'Halabja' deden de VS zelfs actief hun best om Irak uit de wind te houden. Amerikaanse diplomaten verdunden de schuldvraag door - ten onrechte - te beweren dat ook Iran gifgas had gebruikt. Bewuste 'desinformatie', schrijft Hiltermann, bedoeld om strafmaatregelen tegen Saddam te voorkomen. 'Informatie over elke gebeurtenis die een Iraakse overwinning zou kunnen tegenwerken, moest worden onderdrukt.'


Vijftien jaar na de Anfal-campagne werd 'Halabja' door de regering-Bush gebruikt als moreel argument voor de oorlog in 2003 tegen het regime van Saddam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden