VS en bondgenoten moeten meer doen voor Afghanistan

Voor de geloofwaardigheid van de VS is het van groot belang chaos in Afghanistan in de komende maanden te voorkomen, menen Ivo Daalder en James Lindsay....

SINDS de ineenstorting van de Taliban eind vorig jaar is het favoriete gezelschapsspel in Washington te raden welk land het doelwit zou worden in de tweede fase van de Amerikaanse strijd tegen het terrorisme. Favoriet was Irak, vooral nadat president Bush dat land tot onderdeel van een 'as van het kwaad' verklaarde.

Maar de gebeurtenissen in Afghanistan van de afgelopen weken hebben ons in herinnering gebracht dat fase éénnog niet voorbij is. Onlangs stonden zo'n tweeduizend Amerikaanse en Afghaanse soldaten en hun bondgenoten in de bergen van Shahi Kot ten zuiden van Kaboel tegenover een legermacht van Al-Qa'ida.

In tegenstelling tot de Talibantroepen gaven deze strijders zich niet over en stopten ze niet met hun jihad tegen de VS. Integendeel, er vond een hergroepering plaats in het binnenland, en ze wachtten op een kans om de tegenaanval te openen. De strijd was hevig en de oorlog waarin tot dan toe nauwelijks nog Amerikaans bloed was gevloeid nam even een andere wending.

Voordien waren er in de grote Afghaanse steden al tekenen van groeiende instabiliteit. In de afgelopen weken werd door Amerikaanse regeringsfunctionarissen erkend wat door vele Afghanen al lang wordt beweerd: dat sommige krijgsheren die hielpen de Taliban uit het zadel te wippen, nu een bedreiging vormen voor de regering van Hamid Karzai.

Waar de regering in Washington, toen de Taliban eenmaal was verdreven, haar aandacht op andere landen richtte, heeft het Pentagon dat gelukkig niet gedaan. Hoewel Bin Laden in de toespraken van Bush nauwelijks nog een rol speelde, wisten de militaire leiders dat het grootste deel van de Al-Qa'ida-strijders in Afghanistan was gebleven.

Washington staat nu voor de vraag of het niet te riskant is een groot nieuw front te openen in de strijd tegen het terrorisme, bijvoorbeeld in Irak, terwijl de eerste fase nog niet is afgelopen. Ook moet de regering zich afvragen wat succes op de lange termijn inhoudt. Is Amerika in Aghanistan in haar missie geslaagd wanneer Al-Qa'ida wordt uitgeschakeld, maar de Afghaanse regering zo instabiel is dat zij haar bevolking niet kan beschermen - en nieuwe terroristen niet buiten de deur kan houden?

Uit bezorgdheid dat een hergroepering van Al-Qa'ida een bedreiging gaat vormen van de Amerikaanse troepen en de regering-Karzai, is het Pentagon de 'Operatie Anaconda' begonnen. Het doel is simpel, maar meedogenloos: omsingel de Al-Qa'ida-strijders en drijf ze in het nauw, net als een anaconda zich om zijn prooi slingert voordat hij die dooddrukt.

In tegenstelling tot de slag bij Tora Bora, is er nu bij de grondgevechten een Amerikaanse troepenmacht betrokken van zo'n duizend man sterk. Dit geeft aan dat het Pentagon geleerd heeft van zijn fouten. Bij Tora Bora probeerde het Pentagon de Amerikaanse betrokkenheid, en daarmee het aantal slachtoffers, te beperken.

Als Operatie Anaconda wordt doorgezet, kunnen er onder de Amerikaanse troepen dus alleen maar meer slachtoffers vallen. Niemand weet hoeveel Al-Qa'idastrijders zich nog elders in Afghanistan bevinden. Het Pentagon vermoedt dat dat er veel zijn. Dat is ook de reden waarom minister van Defensie Rumsfeld elke suggestie van de hand wees dat het bij de recente gevechten om de 'laatste stellingen' van Al Qa'ida gaat: 'We moeten ervan uitgaan dat er nog meer van dit soort veldslagen zullen volgen.' Dus moeten nog maandenlang Amerikaanse militaire middelen in Afghanistan ingezet worden. Dit beperkt Amerika in de mogelijkheden elders grote operaties uit te voeren.

Als Amerika geen stabiliteit in Afghanistan tot stand kan brengen, bevestigt dat de overtuiging van de islamitische wereld dat de VS eerder geïnteresseerd zijn in het vernietigen dan in het steunen van hun samenlevingen.

De lastige situatie waarin Afghanistan zich nu bevindt, is voor een deel veroorzaakt doordat men de strijdmacht van Al-Qa'ida bij Tora Bora heeft laten ontsnappen. Toen het Pentagon ervoor koos om geen Amerikaanse troepen de strijd in te sturen, betaalde men de krijgsheren om die klus te klaren. Nu die krijgsheren dik in de wapens en het geld zitten, gaan ze een machtsstrijd aan met de berooide regering.

De regering-Bush zal moeten uitvinden hoe ze kan voorkomen dat Afghanistan in de chaos wordt gestort. Iedereen is het er over eens dat Washington steun moet bieden bij de opbouw van een nationaal leger, bij de ontwikkeling van een politie-apparaat en bij het totstandkomen van een rechtsorde. De vraag is wat er in de tussentijd moet gebeuren.

Tijdens zijn bezoek aan het Witte Huis in februari vroeg Karzai steun aan Bush voor het plan de omvang van de vredesmacht te verviervoudigen en de missie ervan uit te breiden naar andere grote Afghaanse steden dan Kabul. Deze vredesmacht van bijna vijfduizend manschappen, bijna allemaal van buiten de VS, heeft al de orde in de hoofdstad hersteld. Deze landen zullen echter niet nog meer manschappen sturen als Washington niet eerst het groene licht geeft. Het Pentagon is tegen een uitbreiding van de vredesmacht. Afgelopen maand vroeg Rumsfeld: 'Waarom al dat geld en al die moeite daarin steken? Waarom zullen we dat niet steken in de ontwikkeling van een eigen nationaal leger, zodat ze over een tijdje zichzelf kunnen redden?'

Dat is geen reële keuze. Dat zou het zijn als alle aandacht die nu op de opbouw van een Afghaans leger gericht zou worden straks een effectieve gevechtsmacht oplevert. Het zou echter al maanden kosten om zelfs maar een elementaire legermacht op te bouwen en nog veel langer om een leger op te bouwen dat ook gezag heeft onder de krijgsheren.

Waar het Pentagon terecht vreest dat de Amerikaanse betrokkenheid bij de Afghaanse politiek de eigen troepen tot een doelwit kan maken, blijft het toch een feit dat Amerika reeds betrokken is. De enige vraag is of Amerika bereid is om haar aanwezigheid te gebruiken om de toekomst van Afghanistan ten eigen bate te beïnvloeden.

Daarvoor is meer geld vereist, een grotere troepenmacht, meer diplomatieke inspanning en meer geduld - van Washington en van haar bondgenoten. En dat betekent weer dat er minder middelen beschikbaar zijn voor de wederopbouw van landen als Irak, mochten die het volgende doelwit worden van een grote militaire operatie.

De VS zullen zich dus het hoofd moeten breken over de vraag wanneer - en hoe - de oorlog haar tweede fase in moet gaan, of dat nou in Irak is of elders. Het onderdrukken van discussie hierover is gevaarlijk. Amerika staat voor vele risico's in de strijd tegen het terrorisme. Een ervan is dat ze te veel te snel wil doen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden