Vrouwenverdrag verplicht tot aanpakken SGP

De regering vindt het te ver gaan om de SGP te verplichten vrouwen toe te laten, omdat dit praktisch tot een partijverbod zou leiden....

Ineke Boerefijn en Margreet de Boer

STAATSSECRETARIS Verstand heeft laten weten niet met maatregelen tegen de SGP te zullen komen. Dit in een reactie op de aanbevelingen van het uitvoerend comité bij het Vrouwenverdrag (CEDAW), betreffende de door de regering te nemen maatregelen tegen discriminatie van vrouwen (de Volkskrant, 2 oktober).

Nog afgezien van een zwakke inhoudelijke argumentatie voor dit standpunt, gaat de staatssecretaris er aan voorbij dat het Vrouwenverdrag een juridisch bindend instrument is en dat de aanbevelingen van het CEDAW niet zomaar een (deskundige) mening zijn. Wat zijn internationale mensenrechtenverdragen nog waard wanneer Nederland zonder blikken of blozen een interpretatie door een verdragscomité naast zich neer zou kunnen leggen?

De hoofddoelstelling van het Verdrag inzake de Uitbanning van alle vormen van Discriminatie van Vrouwen (kortweg het Vrouwenverdrag) is het uitbannen van discriminatie van vrouwen op alle terreinen van het maatschappelijk en openbare leven, alsmede in de privé-sfeer. Op basis van het Vrouwenverdrag is een comité van onafhankelijke deskundigen ingesteld, het CEDAW (Committee on the Elimination of Discrimination Against Women), dat toezicht houdt op de naleving van het verdrag.

Het CEDAW heeft in juli de naleving van dit verdrag in Nederland onderzocht op basis van een regeringsrapport. Aangezien regeringsrapporten in het algemeen een wat flatteus beeld schetsen van de werkelijkheid, waren er twee zgn. schaduwrapporten aan het CEDAW voorgelegd. Hierin maakten vrouwen- en mensenrechtenorganisaties duidelijk wat hun visie is op de voortgang in de emancipatie van vrouwen in Nederland.

Merkwaardig genoeg noemt het regeringsrapport de SGP in het geheel niet, de schaduwrapportages uiteraard wel. Het CEDAW uitte zijn verbazing over het feit dat een dergelijke partij in Nederland nog bestaat en concludeerde in zijn landencommentaar dat het SGP-beleid artikel 7(c) van het Vrouwenverdrag schendt

Deze bepaling geeft de verdragsstaten de opdracht discriminatie van vrouwen in het openbare leven uit te bannen en te verzekeren dat vrouwen op gelijke voet met mannen kunnen deelnemen aan niet-overheidsorganisaties en verenigingen op het gebied van het openbare en politieke leven van het land. Het CEDAW bevestigt deze bepaling nog eens en past hem concreet toe: het voortbestaan van een partij als de SGP is in strijd met het Vrouwenverdrag en Nederland moet 'passende maatregelen' nemen.

Het Vrouwenverdrag is een juridisch bindend instrument. Toen Nederland het Vrouwenverdrag ratificeerde heeft het alle verplichtingen die uit het verdrag voortvloeien geaccepteerd, zonder enig voorbehoud. Er is dus geen enkele reden waarom Nederland deze bepaling niet zou hoeven naleven ten aanzien van een in ons parlement vertegenwoordigde partij. Het argument dat wij in Nederland niet snel tot een partijverbod overgaan snijdt geen hout, er zijn wel andere oplossingen te bedenken dan een partijverbod.

Ook het argument van de staatssecretaris dat de bestaande wettelijke (lees strafrechtelijke) regels voldoende zijn om organisaties die 'echt' discrimineren te kunnen bestrijden gaat niet op: in de afgelopen jaren is gebleken dat deze regelgeving onvoldoende is om de discriminatie van vrouwen door de SGP te bestrijden.

Het argument dat 'men' niet begrijpt waarom vrouwen überhaupt lid willen worden van de SGP is evenmin een reden om discriminatie in Nederland te tolereren. 'Men' hoeft dat niet te begrijpen. We kunnen inderdaad spreken van een botsing van grondrechten: het recht om niet gediscrimineerd te worden komt in conflict met het recht op godsdienstvrijheid. De huidige stand van zaken in het internationale recht is heel helder over de keuze die gemaakt moet worden als het erop aankomt. Religie, tradities en gewoontes kunnen nooit een rechtvaardiging opleveren voor discriminatie van vrouwen.

Dit argument wordt door Nederland in de strijd geworpen wanneer het eerwraak, genitale verminking van vrouwen en meisjes en andere schadelijke traditionele praktijken veroordeelt. Dit beleid is alleen geloofwaardig als dergelijke argumenten ook ten aanzien van in Nederland levende tradities niet getolereerd worden.

Het CEDAW is een orgaan dat op basis van het Verdrag is ingesteld om toezicht te houden op de naleving ervan. Het heeft de bevoegdheid gekregen rapporten te onderzoeken en zijn mening te geven over de mate waarin het Vrouwenverdrag geïmplementeerd wordt. De uitspraken van het CEDAW hebben juridisch de status van aanbevelingen.

Dat betekent echter niet dat de overheid ze zonder meer naast zich neer kan leggen, met een beroep op Nederlandse folklore, waarden en normen of wat voor argumenten dan ook in de strijd worden geworpen om vrouwendiscriminatie goed te praten.

Nederland is gehouden het verdrag na te leven en ervoor te zorgen dat - onder andere - politieke partijen niet in strijd met het Vrouwenverdrag handelen. Zolang Nederland dat niet doet, bestaat er een schending van een juridisch bindend mensenrechtenverdrag. Daarbij geldt dat mensenrechtenverdragen minimumnormen bevatten. Het gaat om garanties waar geen enkele verdragsstaat onder mag komen, ongeacht de mate van welstand in een land, de politieke signatuur van de regering, de overheersende godsdienst of eeuwenoude tradities.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden