AnalyseSpaanse regering

Vrouwenrechten, bijstand en aanpak Franco-verering: linkse coalitie maakte Spanje stuk ‘Scandinavischer’

Het is woensdag precies een jaar geleden dat de meest progressieve regering sinds de Spaanse Burgeroorlog aantrad. Van die coalición progresista, die niet eens een meerderheid heeft in het parlement, werd twaalf maanden geleden bijzonder weinig verwacht, maar inmiddels is het de socialistische PSOE en het uiterst linkse Podemos toch gelukt een aantal zeer progressieve hervormingen door te voeren.

Tijdens Driekoningen worden Spaanse kinderen extra in het zonnetje gezet.  Beeld AP
Tijdens Driekoningen worden Spaanse kinderen extra in het zonnetje gezet.Beeld AP

Euthanasie gelegaliseerd

Een van de eerste wetsvoorstellen die Pedro Sánchez indiende nadat hij precies een jaar geleden werd ingezworen als premier, ging over het legaliseren van euthanasie. Dat was een ambitieuze eerste stap. De vier voorgaande pogingen sneuvelden hiertoe allemaal en bovendien heeft zijn eigen regeringscoalitie slechts 155 van de 350 kamerzetels in handen. Daardoor is voor alle beslissingen gedoogsteun nodig van kleine regionale partijen als de separatistische Catalaanse partij ERC.

Toch werd de legalisering, die enkel geldt voor zeer ernstige, chronisch zieke patiënten die ondraaglijk lijden en bovendien geen uitzicht hebben op genezing, halverwege december geaccepteerd door het parlement. Als binnenkort ook de Senaat akkoord gaat, is Spanje pas de vierde Europese lidstaat die euthanasie uit de criminele hoek haalt, na Nederland, België en Luxemburg.

Ondanks de invloed van de katholieke kerk was de tijd volgens de minister van Gezondheid, Salvador Illa, rijp. De houding ten opzichte van euthanasie was al langer aan verandering onderhevig, mede dankzij de 28 jaar lange strijd van de verlamde zeeman Ramón Sampedro, wiens verhaal in 2004 werd verfilmd als Mar adentro. ‘Hiermee laten we zien dat we een volwassen, democratisch land zijn’, aldus minister Illa.

Franco-verering verboden

Wat een jaar geleden ook hoog op het wensenlijstje van de nieuwe regering stond, was eindelijk eens definitief af te rekenen met het fascistische verleden. Dat was een ideologische, maar ook zeker pragmatische wens. Dankzij een stormachtige groei de laatste jaren is de ultrarechtse partij VOX inmiddels de derde partij van Spanje.

Daarom werd onder het bewind van premier Sánchez eerder al het lichaam van dictator Francisco Franco, die het land tussen 1939 en 1975 in een ijzeren greep hield, verwijderd uit zijn praalgraf in de Vallei van de Gevallenen en overgebracht naar een minder pompeuze begraafplaats. Afgelopen september keurde de ministerraad bovendien een wetsvoorstel goed dat de Franco-verering nog verder aanpakt.

Leraren worden sindsdien duidelijker geïnstrueerd over hoe ze het fascisme moeten behandelen in de klas, de Fundación Nacional Francisco Franco, een soort Franco-fanclub, is officieel verboden. Er kunnen boetes tot 150 duizend euro worden uitgedeeld voor het vernietigen van gedenkplaatsen en ook het roepen van Viva Franco of het brengen van de fascistische groet wordt inmiddels nu aan banden gelegd.

Invoering ‘minimaal leefinkomen’

Eigenlijk was het de bedoeling deze wetswijziging pas later door te voeren, maar toen de economie begin 2020 abrupt tot stilstand kwam vanwege de coronacrisis, en iedere Spanjaard kon zien hoe de rijen bij de voedselbanken dag na dag langer werden, besloot het kabinet het zogenoemde ‘minimaal leefinkomen’ toch maar versneld in te voeren.

Daarom hebben 2,3 miljoen Spanjaarden met zeer weinig tot geen inkomsten sinds 1 juni recht op een uitkering. Dat is een unicum in Spanje. Er bestonden wel bijstandsuitkeringen op regionaal niveau, maar daarvan varieerden de bedragen sterk van stad tot stad en diende vrijwel altijd een bureaucratisch labyrint te worden voltooid. Vanaf nu echter, heeft iedere Spanjaard recht op 462 tot maximaal 1.015 euro per maand, afhankelijk van je persoonlijke situatie. ‘Een gigantische stap in de strijd tegen de ongelijkheid in ons land’, aldus de nieuwe minister van Belastingen María Jesús Montero.

De Spaanse PSOE-premier Pedro Sanchez.  Beeld AFP
De Spaanse PSOE-premier Pedro Sanchez.Beeld AFP

Ouderschapsverlof gelijkgetrokken

Een van de grootste stappen die de regering-Sánchez dit jaar naar links zette, plaatste Spanje begin deze maand in één klap naast landen als Zweden en IJsland. Vanaf dit jaar hebben Spaanse vaders namelijk recht op zestien weken volledig doorbetaald vaderschapsverlof. Dat is exact evenveel als het verlof dat Spaanse moeders krijgen.

De wet is bedoeld om de gelijkheid tussen man en vrouw te bevorderen, zowel op kantoor als thuis. De eerste zes weken na de geboorte dienen daarom zowel de vader als de moeder te worden opgenomen, opdat de zorglast voor beide partners even hoog is. Pas na die zes weken mogen ouders zelf beslissen hoe ze hun overige verlof gebruiken. In geen enkel Europees land hebben vaders nu een langer eigen verlof dan in Spanje. De andere kant van de medaille is overigens wel dat Spaanse moeders, die eveneens zestien weken krijgen, hierdoor een van de kortste verloven binnen de EU hebben.

Wie zwijgt stemt niet langer toe

Het was een van de meest roemruchte Spaanse rechtszaken in jaren: La Manada, vijf mannen die tijdens het festival van Pamplona een 18-jarige vrouw verkrachtten en daar in eerste instantie mee weg kwamen, omdat het slachtoffer alles zwijgend ‘passief’ onderging, in plaats van expliciet nee te zeggen.

Het maatschappelijk debat dat daarna ontbrandde, leidde het afgelopen jaar tot een voor Spanje baanbrekend wetsvoorstel: wanneer een van de sekspartners geen ondubbelzinnige toestemming geeft vóór de daad begint, is er in principe sprake van verkrachting. Dat betekent dat een slachtoffer niet langer hoeft aan te tonen dat er sprake was van dwang. Nee, een verdachte zal moeten laten zien dat er sprake was van toestemming.

Wie zwijgt stemt dus niet langer toe in Spanje. Daar is, mits het voorstel wordt goedgekeurd, daadwerkelijk het woord ‘ja’ voor nodig. Klinkt dat woord niet en vindt er toch penetratie plaats, dan kan dat leiden tot gevangenisstraffen tot vijftien jaar. Ook binnen bijvoorbeeld een huwelijk. Verder wordt seksuele intimidatie op het werk strafbaar gemaakt, net als het zogenoemde catcalling; het – hé, psssssst – nasissen van vrouwen op straat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden