Vrouwenliefde in een keurslijf

IN 1811 WERDEN twee Schotse leraressen beschuldigd van sodomie, maar meteen vrijgesproken. Hun rechters konden niet geloven dat vrouwen fysiek of moreel in staat zouden zijn tot zulk gedrag....

En dat terwijl vrouwen zich al sinds de zeventiende eeuw in de poëzie expliciet uitlieten over hun geslachtelijke voorkeur. Aphra Behn bijvoorbeeld schreef in 1688 een gedicht waarin een vrouw van haar minnares een hermafrodiet maakt: 'In pity to our Sex sure thou wert sent,/ That we might Love, and yet be Innocent.'

Maar de meeste gedichten waren minder openlijk erotisch, zo blijkt uit What Sappho Would Have Said - Four Centuries of Love Poems between Women. Emma Donoghue verzamelde in deze bundel niet zozeer lesbische gedichten, alswel poëtische uitingen van allerlei vormen van liefde tussen vrouwen, vriendschappelijk, romantisch of erotisch. Daarmee onderscheidt ze zich op gunstige wijze van haar vele collega-bloemlezers. Het valt immers niet met zekerheid te zeggen of er inderdaad sprake was van lesbische liefde. Minstens even vaak is vriendschap het onderwerp van deze idealiserende verzen. Bijvoorbeeld bij Jane Barker in 1688: 'It sublimates the Soul, and makes it move/ Towards perfection and Celestial Love.'

Vrouwenliefde staat in contrast tot de agressieve en bezitterige mannelijke eros. In een anoniem gedicht uit 1720 worden de man (een monster en ondankbare tiran) en zijn geliefde bespot:

While vulgar souls their vulgar love pursue,

And in the common way themselves undo;

Impairing health and fame, and ris king life,

To be a mistress or, what's worse, a wife.

De dichteres kiest daarentegen voor een vrouw en laat zo de wereld zien 'what women ought to do'. Liefde tussen vrouwen is onbaatzuchtig, zuiver en loyaal, zo blijkt uit deze poëzie.

Desondanks wordt er vaak gerept van ruzie, of van jaloezie, die niet alleen mannen maar ook andere vrouwen kan betreffen. In een gedicht van Mary Mollineux uit 1702 vreest de spreekster dat het lange uitblijven van een brief duidt op 'some rival Friend'.

Eeuwige trouw wordt er verlangd in deze monogame relaties, die de naam 'romantic friendship' hebben meegekregen. Deze term is bepaald niet probleemloos, en zegt meer over hoe wij de geschiedenis willen zien dan over de historische realiteit. Donoghue lost dit probleem handig op door de 'romantic friendship' op te vatten als 'een set literaire conventies'.

Daarmee omzeilt zij de vraag of zulke verhoudingen nu echt wel zo loyaal, zuiver en aseksueel waren als men altijd graag heeft willen geloven. Vaststaat dat het, zoals bij het Nederlandse stel Betje Wolff en Aagje Deken, ging om een serieuze emotionele relatie, die nog het meest leek op een huwelijk.

Niet alleen over de seksuele praktijk in dergelijke verhoudingen valt weinig zinnigs te zeggen, ook over de publieke opinie bestaat twijfel. Het is zeer de vraag in hoeverre intieme betrekkingen tussen vrouwen, zoals Donoghue beweert, 'not just acceptable but highly valued' waren. Dat het ingewikkelder lag, laat zich het beste illustreren aan de hand van de 'Ladies of Llangollen', twee vrouwen wier relatie exemplarisch mag heten voor de 'romantic friendship'. Deze vrouwen trokken zich in 1778 terug uit het wereldse bestaan om samen een afgezonderd, verarmd maar idyllisch leven te leiden in een 'cottage' in Wales.

De verhouding van deze 'damn'd Sapphists' werd niet zo gemakkelijk geaccepteerd als Donoghue suggereert. De families van de 'Ladies of Llangollen' deden hun uiterste best om de twee respectievelijk in een huwelijk en een klooster onder te brengen. Dat het de dames ten slotte toch lukte te ontsnappen, zal niet in de laatste plaats aan hun gefortuneerde afkomst te danken zijn geweest. Het spreekt voor zich dat het gros van deze dichteressen uit een goed milieu kwam.

In de lagere klassen beleden lesbische vrouwen op minder poëtische wijze hun seksualiteit. Er zijn genoeg voorbeelden van historische rechtszaken tegen 'lollepotterij', die overigens minder streng werd bestraft dan mannelijke sodomie. Ook in artistieke kringen in de grote steden was homoseksualiteit geen onbekend verschijnsel. Daardoor kunnen we aannemen dat men, zeker in de hogere klassen, wel weet had van de vrouwenliefde. Dat de gedichten niettemin zo platonisch klinken, zegt niet zozeer iets over de historische werkelijkheid alswel over censuur en poëtische conventies.

De vier eeuwen liefdespoëzie illustreren vooral de geschiedenis van een genre. Een genre dat vaak gelijkenissen vertoont met de heteroseksuele liefdespoëzie. De schoonheid van de geliefde wordt geprezen, haar dood of afwezigheid wordt betreurd, of haar onwilligheid:

I showed her Heights she never saw.

'Would'st Climb', I said?

She said - 'Not so.'

Met dit gedicht, van Emily Dickinson, zijn we aan het einde van de negentiende eeuw gekomen. Maar de bewustwording van de vrouwelijke seksualiteit in die tijd leidde niet tot een grotere poëtische vrijheid. Tegelijk met de groeiende bekendheid, werd het taboe op seks tussen vrouwen geboren. De consequentie was dat liefde tussen vrouwen in de poëzie meer werd versluierd.

De nadruk ligt op onbereikbaarheid, en bewondering op afstand. In een voyeuristisch gedicht van Alice Cary wordt het treurige gemoed van een vrouw verlicht door het beeld van een meisje in het raam aan de overkant: 'And now in the hearth-light she softly undresses: /A vision in grace in the roseate glow.'

Niets van de bloeiende homoseksuele praktijk in Parijs of Berlijn is in deze poëzie te bespeuren. Het meest gewaagd zijn nog de gedichten waarin een rollenspel wordt gespeeld. De dichteres plaatst zich in de positie van mannelijke aanbidder, ze is een page, een slaaf of een Arabische prins, en de geliefde is een koningin of een 'rosebud maiden', die door haar geliefde over de rivier wordt geroeid.

In de jaren twintig van deze eeuw ontstaan de eerste expliciet erotische gedichten. De dichteressen lijken er nu geen doekjes meer om te winden dat het hun om serieuze, seksuele liefde gaat, om 'hungry limbs'. Elsa Gidlow rekent in 1923 af met het monogame ideaal: 'Little you know of my quenchless drouth:/ My sister, I keep faith with love, not lovers.'

Na een opvallende stilte in de jaren veertig tot zestig van deze eeuw volgt vanaf de jaren zeventig volkomen openheid. Wellicht als reactie op de poëtische dromerigheid van de victoriaanse tijd komt nu het samenleven in het middelpunt van de belangstelling te staan. De geliefden zetten thee, koken aardappels, maken ruzie om de tandpasta of vissen haren uit een afvoerputje in de badkamer.

Nog steeds, en dat is het verschil met heteroseksuele liefdespoëzie, blijft de sfeer vredig.

In een serene sfeer zorgen de minnaressen voor elkaar, vrouwen bieden troost en bescherming: 'how/ you were a mother for me.' Maar op de achtergrond blijft de dreiging van een ongewenste derde in de vorm van een man onverminderd aanwezig: 'some dude's/ getting credit for what/ a woman/ has done/ again.'

Niet alleen de jaloezie, ook andere sapphische thema's keren door de eeuwen heen terug, met name de vele bloemen. Gertrude Steins opmerking 'a rose is a rose is a rose' lijkt voor dit genre toch niet helemaal op te gaan. Net zoals de roos 'in crimson, fragrant folds', zijn de orchideeën, de lelies, de aardbeien en de abrikozen erotische symbolen.

De zeventiende- en achttiende-eeuwse gedichten waren eveneens vergeven van rijp fruit, bloemen, oesters en 'dark Grottos'. Een moderne opvatting van seksualiteit, beïnvloed door Freud, doet de lezer op dit punt overhaaste conclusies trekken. Wij zien al snel seksuele metaforen in de koele, beschaduwde plekjes, 'where the Sun could never spy'. De geliefden zoeken 'Dian's grove' of 'a small retreat', het liefst omringd door zachtglooiende heuvels waar ze kunnen zwerven, 'to the topmost height'.

Helaas is het historisch juister dit alles te plaatsen in de traditie van de pastorale poëzie. Dat neemt niet weg dat het leuk fantaseren is over wat de dames werkelijk uitspookten achter gesloten deuren.

Yra van Dijk

Emma Donoghue (editor): What Sappho Would Have Said - Four Centuries of Love Poems between Women.

Hamish Hamilton, import Penguin Nederland; 209 pagina's; ¿ 63,40.

ISBN 0 24 113682 2.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden