Reportage Puttense straatnamen

Vrouwen zijn van groot belang geweest in het gelovige Putten, daarom wordt er een hele wijk vernoemd naar lokale helden

Wilma van Voorst, raadslid van Wij Putten, maakt zich sterk voor straatnaamgeving met vrouwelijke belangrijke Puttenaren in de nieuw te bouwen wijk Rimpeler. Beeld Harry Cock

De vrouwelijke straatnaam staat bij steeds meer gemeenten op de politieke agenda. Putten, in de biblebelt, vernoemt een hele wijk naar lokale ‘heldinnen’. 

Het vergt nog wat verbeelding om in het zanderige pad tussen de Veluwse akkers een Trijntje Timmerstraat te zien. Toch moeten hier dit jaar al de eerste huizen van nieuwbouwwijk Rimpeler verrijzen. Woningen die allemaal zullen staan in straten vernoemd naar Puttense vrouwen. De gemeenteraad stemde deze winter unaniem in met het voorstel om de hele wijk te vernoemen naar ‘heldinnen’ uit het dorp.

En dat in Putten hè - raadslid en ‘feminist-light’ Wilma van Voorst lacht trots. Want ze kent heus de vooroordelen die mensen ‘van buiten’ hebben over de bijbelgordel. Die van achtergestelde vrouwen in gereformeerde rokken met dito kousen. Van Voorst weet beter. Vrouwen zijn juist van groot belang geweest voor de Puttense gemeenschap. Nadat een groot deel van de mannelijke beroepsbevolking tijdens de razzia van 1944 werd weggevoerd, moesten zij het goeddeels in hun eentje rooien.

Het stak Van Voorst dan ook dat deze vrouwen niet de aandacht kregen die ze verdienden. In de geschiedschrijving en het straatbeeld waren helden genoeg, maar de heldinnen bleven nagenoeg onzichtbaar. Slechts 11 van de 350 straatnamen waren naar een vrouw vernoemd. Van Voorst bedacht een plan om dat recht te zetten; ze diende een motie in bij de gemeenteraad om een hele nieuwbouwwijk naar ‘sterke’ Puttense vrouwen te vernoemen. Alle partijen gingen akkoord. Zelfs coalitiepartner SGP, al had het van die partij ‘niet gehoeven’. Begin dit jaar presenteerde het college de eerste zes namen, afgelopen week vergaderde het over de laatste zes.

De vrouwelijke straatnaam staat bij steeds meer gemeenten op de politieke agenda. Aanleiding daarvoor was een onderzoek dat de journalistieke website De Correspondent vorig jaar publiceerde; uit een telling in UtrechtAmsterdam en Groningen bleek dat slechts 12 procent van de straten daar met een mensennaam naar een vrouw is vernoemd. En dat zijn dan vaak ook nog eens ‘de vrouwen van’ of prinsessen en koninginnen.

De feministische actiegroep De Bovengrondse besloot tot actie. Op een vroege ochtend in augustus vorig jaar doopte ze in elf steden de straatnamen om tot een vrouwelijk equivalent. De Amsterdamse Dam werd een Dame, het Haagse Witte de Withkwartier de Beyoncé Boulevard en de Nijmeegse Broerstraat werd de Ada Lovelacestraat - naar de eerste computerprogrammeur.

‘Met straatnamen laten we zien wie het waard zijn om te eren. Nu is dat vaak maar één type mens: man en wit. Wij vinden dat iedereen een plek verdient’, verklaart Santi van den Toorn van De Bovengrondse. Ze noemt de actie een vorm van ‘instapfeminisme’; een alledaags en begrijpelijk voorbeeld dat laat zien dat ongelijkheid nog altijd bestaat. ‘We vinden het alleen zo normaal dat we het niet meer zien.’

De boodschap kwam aan. De actie #meervrouwopstraat haalde de internationale pers. In diverse gemeenteraden werden de afgelopen maanden moties ingediend voor meer vrouwelijke straatnamen. In Nunspeet kwamen vrouwen er met twee straten zo bekaaid vanaf dat de lokale historische vereniging voorstelde om dan maar snel twee rotondes naar vrouwen te vernoemen. Onder meer Delft, Tilburg, Rotterdam, Amsterdam, Dordrecht en Helmond zegden al toe om meer rekening te houden met vrouwen in de naamgeving van nieuwe wijken.

Beeld Harry Cock

Vrouw als thema

Helemaal nieuw is de discussie over vrouwelijke straatnamen niet, weet straatnamenexpert René Dings. Zo kwamen er tijdens de tweede feministische golf in de jaren tachtig al ‘vergetenvrouwenbuurten’ in onder meer Heemstede en Delft. Toch is de discussie volgens hem nooit zo levendig geweest als nu. Mondige burgers en activistische groeperingen kunnen dankzij sociale media en petities meer druk uitoefenen op het debat over straatnamen, zegt hij.  Voorheen waren de voorstellen van de straatnamencommissies vooral ‘hamerstukken’. 

Dat er zoveel meer straten naar mannen zijn vernoemd, vindt Dings weinig verwonderlijk. Straatnamen worden vaak vernoemd naar helden van vroeger en vrouwen zijn nu eenmaal lange tijd achtergesteld geweest in toonaangevende functies. Bovendien is straatnaamgeving volgens Dings, zelf al jarenlang lid van de Delftse straatnamencommissie, wel even wat lastiger dan ‘tien namen van internet plukken’.

Los van het feit dat personen naar wie een wijk wordt vernoemd overleden en van onbesproken gedrag moeten zijn, dienen alle straatnamen in een wijk te voldoen aan een thema. Zo weet je in de Frans Halsstraat altijd dat je warm bent als je op zoek bent naar de Rembrandt van Rijnstraat. Het thema ‘vrouw’ vindt hij op zichzelf wat ingewikkeld. ‘Dan heb je zeehelden, schilders en vrouwen. Alsof het een bepaald soort mens is.’

Ook Van den Toorn is geen voorstander van een exclusieve vrouwenwijk. Ze ziet liever dat er voor een thema wordt gekozen waarbinnen vrouwen makkelijk te vinden zijn. Zoals kunst en cultuur. Een wijk hoeft van de feminist ook heus niet helemaal naar vrouwen vernoemd te worden, ze kunnen de straathoeken gerust delen met mannen, transgenders of homoseksuelen. Bang voor excuustruzenstraten, met vrouwen naar wie alleen een straat is vernoemd omdat ze vrouw zijn, is ze allerminst. ‘Er zijn genoeg belangrijke vrouwen geweest, ze zijn alleen systematisch genegeerd door de geschiedenis dus je moet misschien wat beter zoeken.‘

Die mening lijkt Van den Toorn niet te delen met de Amsterdamse straatnamencommissie. Begin dit jaar kreeg die het aan de stok met burgemeester Femke Halsema omdat de leden het niet eens konden worden over de naamgeving van een nieuwbouwwijk op IJburg. Eerder kwam de PvdA al met een voorstel om meer straten te vernoemen naar vrouwen en migranten, maar volgens de ‘cnor’ was het onmogelijk om voldoende geschikte kandidaten in beide categorieën te vinden. De commissie kwam daarop met internationale dansstijlen. Te oubollig, vond Halsema, die een streep door het plan haalde.

Wie geeft de straat een naam?

In veel gemeenten is het college of de gemeenteraad verantwoordelijk voor de naamgeving van straten. In grotere steden laten zij zich vaak adviseren door een straatnamencommissie. Die bestaat doorgaans uit historici en vertegenwoordigers van belangrijke lokale organen. In sommige gemeenten is de overwegend mannelijke samenstelling van de straatnamencommissie punt van discussie. Die zou weer leiden tot meer mannelijke straatnamen.

Hulp van Puttenaren

Dat het in Putten wél lukte, vinden ze in het dorp wel een hard gelag voor de ‘randstedelijke arrogantie’. Al was het ook daar een behoorlijke opgave. Historisch geweten Evert de Graaf werd ingevlogen voor advies, maar ook hij kon niet zomaar twaalf vrouwennamen ‘uit de hoge hoed toveren’. ‘Bescheidenheid siert de mens’, is van oudsher de volksaard in Putten, zeker als het vrouwen betreft. Die stelden zich in het calvinistische dorp lang bescheiden en op de achtergrond op.

Uiteindelijk besloot de gemeente via een oproep in de lokale krant de hulp in te schakelen van de Puttenaren. Er kwamen 70 inzendingen. De Graaf onderzocht ze nauwkeurig om te controleren of de vrouwen van maatschappelijk belang en onbesproken gedrag waren geweest. Uiteindelijk volgde een kleurrijke selectie van onder anderen de eerste klokkenluidster van de Oude Kerk en een koerierster van het verzet. Hun straatnaambordjes worden straks voorzien van een QR-code die verwijst naar een online biografie.

Een sympathiek gebaar, zo’n wijk, maar helpen die paar nieuwe straatnamen uiteindelijk ook om de scheve man-vrouwverhoudingen recht te trekken? Nee, zelfs als alle nieuwe straten vanaf nu naar een vrouw zouden worden vernoemd, is de historische achterstand niet in een paar jaar ingehaald, denkt Dings. ‘Daarvoor zou je bestaande straten moeten hernoemen, maar dat is voor gemeenten geen serieuze optie.’ 

Voor Van Voorst smaakt één vrouwenwijk in elk geval naar meer. En ze is niet de enige die enthousiast is. Op sociale media praten Puttenaren trots over de moeders, oma’s en oude buurvrouwen die een eigen straat krijgen. Tijdens Internationale Vrouwendag werd zelfs een hele avond aan Puttense vrouwen gewijd. Waar dat vandaan komt? Van Voorst lacht: ‘Misschien is de vrouwenwijk toch de aanzet geweest voor het feminisme dat tot bloei komt in Putten.’

De vrouwen

De dames Thijssen.

De Dames Thijssenstraat: Moeder en dochters Thijssen hadden tijdens de oorlog een pension dat een verzamelplek werd van verzetsmensen. De dochters Thijssen waren beiden ook koeriers.

Trijntje Timmer.

Trijntje Timmer: was een zeer gelovige boerenvrouw die op haar boerderij verzetsstrijders onderbracht. Tevens de laatste vrouw in Puttense klederdracht.

Jansje Rozendaal.

Jansje Rozendaal: had als onderwijzer een grote maatschappelijke betekenis. Ze was politiek actief en spande zich in voor het behoud van het Puttens dialect.

Gerritje van Beek.

Gerritje van Beek: Nadat haar man in de Puttense razzia was weggevoerd, werd zij – in zijn plaats - de klokkenluider van Putten. Drie maal per dag luidde ze de zware klokken van de hervormde Oude Kerk.

Zuster Joustra.

Zuster Joustra: Een vrijgezelle vroedvrouw die in de jaren vijftig en zestig veel Puttense kinderen ter wereld hielp.

Aartje Simons.

Aartsje Simons: Was als jong meisje koerier voor het verzet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden