Vrouwen moeten zich verenigen tegen de barbaarse praktijken in Congo

Fadoua Bouali..

Fadoua Bouali

De man van Amina zit te zappen. Hij stopt bij de live-uitzending van de Marokkaanse koning, die parlementsleden ontvangt en andere hoge pieten die hem feliciteren vanwege het Suikerfeest.

De koning heeft zijn traditionele Marokkaanse witte djellaba aan en een rode fez op zijn hoofd. De hoge pieten staan in lange rijen om, wanneer ze aan de beurt zijn, bijna door hun knieën te gaan en de hand te kussen van de koning.

Het valt me op dat bij de eerste groep – volgens de man van Amina zijn dat de parlementsleden – de koning steeds zijn hand wegtrekt op het moment dat ze hem willen kussen.

De onderdanen gedragen zich erg nederig en het ziet er pijnlijk uit: het diepe buigen en grijpen naar de hand van de koning die zijn hand wegtrekt.

Dan komt er een groep legerofficieren, en ik zie dat de koning zijn hand niet terugtrekt. Hij laat de officieren zowel de rug van zijn hand kussen als zijn handpalm. De koning laat ze diep buigen. Alsof hij het statement maakt dat hij boven hen staat en dat ze zich vooral niets in het hoofd moeten halen.

De man van mijn nicht vervloekt sommige hoge pieten die in beeld komen, omdat ze bekend staan om hun corruptheid.

Mijn mobiel gaat en een van mijn zussen wenst me een fijn Suikerfeest en vraagt wanneer ik ook alweer naar Rwanda zou gaan.

Ik ben uitgenodigd door Felecite Rwema die ik heb ontmoet tijdens de course feminine en de conferentie sport as a tool for social change in Casablanca.

Ze heeft in Rwanda de Akwos- foundation opgericht die sport gebruikt om bij de Rwandese vrouwen meer zelfvertrouwen en emancipatie aan te kweken.

Door de sportontmoetingsmomenten komen vrouwen bij elkaar en krijgen ze tegelijk gezondheidsvoorlichting over hiv, geboorteregeling en gezonde voeding.

Er is een speciaal programma ontwikkeld voor vrouwen die getraumatiseerd zijn door de genocide en door seksueel geweld. WomenWin, het vrouwenfonds waarvan ik ambassadeur ben, vraagt zich af of het programma ook gebruikt kan worden voor de vrouwen in Congo die slachtoffer zijn van seksueel geweld.

Mijn vriendin M. die me het artikel had gestuurd over de epidemie van seksueel geweld in Congo, vindt dat vrouwen zich moeten verenigen tegen de barbaarse praktijken in Congo.

Door mijn Afrikaanse wortels voel ik me als vrouw extra aangesproken.

Nu ik het project van Felicite in Rwanda ga bezoeken, voel ik ook de behoefte naar een vluchtelingenkamp in Congo te gaan. Sinds ik het artikel heb gelezen, loop ik verslagen rond met een gevoel van grote machteloosheid. Door er persoonlijk heen te gaan, wil ik kijken of ik iets kan betekenen voor de vrouwen.

De volgende dag kan ik via Casablanca naar Amsterdam vliegen om de dag daarna weer via Nairobi naar Kigali te gaan.

In het vliegtuig van Tanger naar Casablanca zit ik naast twee Marokkaanse vrouwen van in de zestig. We zijn allemaal nieuwsgierig naar elkaar en willen weten wie waar naartoe gaat. We hebben drie kwartier de tijd om onze nieuwsgierigheid te bevredigen.

Een van de vrouwen draagt een chique warme donkerbruine djellaba, handgemaakt, dat zie je aan de kleine onregelmatige steekjes aan de binnenkant van haar lange brede mouwen. Voor haar is het de eerste keer dat ze naar het buitenland gaat en de eerste keer dat ze vliegt.

De andere vrouw, in een mintgroene djellaba, met een tatoeage tussen haar wenkbrauwen in de vorm van een zonnetje, heeft vaker gevlogen. Ze verblijft soms een half jaar bij haar kinderen in Brussel.

De vrouw met de mooie handgemaakte djellaba met een koffiekleurige hoofddoek, gaat haar zoon in Italië bezoeken. Ze is bang om in Casablanca het vliegtuig te missen omdat ze niet kan lezen. ‘Vroeger vonden ze het onnodig om meisjes naar school te sturen, omdat ze toch zouden trouwen en in het huis van hun man zouden ze alleen maar het huishouden goed moeten kunnen doen. Maar godzijdank heb ik mijn frustratie dat ik niet naar school mocht via mijn kinderen kunnen goedmaken. Ik heb al mijn dochters en zonen naar school gestuurd zonder onderscheid te maken’, vertelt ze me trots.

De vrouw naast haar die al vaker alleen heeft gereisd, zegt dat ze gewoon de weg moet vragen aan het vliegveldpersoneel.

Ze zegt, terwijl we de gordels vastmaken: ‘Ik had ook nooit gedacht dat ik ooit naar het buitenland zou gaan. Maar door onze lever bezoeken we plaatsen en horen we en zien we dingen waar we nog nooit van hadden gehoord.’

De benaming ‘mijn lever’ is een aanduiding van diegenen die je het meest dierbaar zijn, in dit geval zijn dat dus de kinderen.

De vrouw in de chique djellaba knikt instemmend met haar mee en terwijl het vliegtuig opstijgt, vertelt ze me hoe ze zich voelt en dat ze misselijk en duizelig wordt. Ik adviseer haar nu even stil te zijn, dan zal het straks over gaan.

In Casablanca gaan we alle drie onze weg. Als ik afscheid van ze heb genomen, blijf ik even naar ze kijken.

De vrouw in de chique djellaba blijkt onder haar djellaba haar huisslippers aan te hebben. Een witte huisbroek komt onder de djellaba uit.

Het is alsof ze even snel haar djellaba heeft aangetrokken om iets bij de kruidenier om de hoek te halen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden