Vrouwen leiden fluwelen revolutie bij Masai-volk

Het is even zoeken naar de zwengel, maar dan, met een paar fikse halen, gaat de dieselmotor draaien. Het geronk heeft het effect van een kerkklok op zondagochtend....

Nailepu en Konina, twee even fleurig als traditioneel geklede Masai-vrouwen, staan er goedkeurend naar te kijken. Een van hen veegt nog eens een doek over de motor; het is een haast teder gebaar, een offerande aan de moderne tijd. De pomp die door de motor in werking is gezet, onttrekt het water aan de grond. Doornige struiken en acacia's wuiven hun voorzichtige groen in de lauwwarme wind.

Een stukje verderop blijkt hoe bijzonder groen en water zijn in dit gebied, het Kajiado-district in het zuiden van Kenia. Daar liggen de halfverteerde karkassen van de Masai-nomade Posaren, die in de afgelopen maanden zijn kudde van honderdvijftig koeien tot nog maar vijf gereduceerd zag. Hij leunt op zijn stok, kijkt uit over de vlakte en denkt na.

Ooit was het leven eenvoudig. Kort en hard, eerlijk en simpel. Maar dat zal het nooit meer zijn. De Masai, het volk dat al eeuwen leeft van de producten van zijn kuddes, moet op zoek naar een andere levensstijl. De droogte van de afgelopen twee jaar dwingt hen opnieuw naar hun eigen omgeving te kijken. Nu zitten ze klem tussen de veranderingen in zowel de natuur als de cultuur.

De sterfte van het vee is dramatisch te noemen. Kajiado is een zogeheten semi-aride gebied, waar een enkel mislukt regenseizoen nog geen ramp hoeft te zijn. Maar vier droge seizoenen op rij zijn te veel gebleken. 'Het vee heeft een enorme klap gekregen', vertelt de Nederlander Willem Kastelein, 'en ook nu het weer een beetje geregend heeft, komt het gras onvoldoende op.'

Kastelein werkt vanuit de hoofdstad Nairobi voor Sardep, een ontwikkelingsorganisatie die in drie semi-aride gebieden actief is. Kajiado is voor de Keniase overheid een regio met een laag potentieel, waar dan ook niet veel geïnvesteerd wordt. Sardep heeft er naast de lopende programma's een noodplan opgezet, omdat 'een eeuwenoud systeem niet meer werkt en de alternatieven nog niet werken'.

Het systeem is simpel gezegd als volgt. De Masai houden koeien, geiten en schapen. De mensen en hun kuddes vormen een gesloten economisch eenheid. Melk, bloed en zo nu en dan vlees vormen het eten, naast maïs en bonen die hier en daar verbouwd worden. Wie een gezonde koe verkoopt, kan met de opbrengst van pakweg zeshonderd gulden ook nog eens wat kleren en pannen kopen, en wie weet zelfs de kinderen naar school sturen.

Maar op dit moment brengt een koe nog slechts vijftien gulden op: de waarde van een gevilde huid. Het gevolg, vertelt Masai-vrouw Konina, is hongersnood. 'Een huishouden zonder vee betekent dat we geen voedsel hebben, geen kleding kunnen kopen, niets meer kunnen doen.' Sardep probeert nu de acute gevolgen van de droogte op te vangen. Maar de oplossingen moeten op lange termijn gevonden worden.

'Uiteindelijk', zegt Frido Herinckx van Sardep in Kajiado, 'zullen de Masai de overgang maken van een nomadische naar een sedentaire levensvorm. Uiteindelijk, maar niemand kan zeggen hoe lang dat zal duren. De Masai zijn eigengereid, zeker de mannen. Maar als zij de indruk krijgen dat dingen ook op een andere manier werken, gaan zij daarin mee.'

Volgens sommigen kan de huidige droogte in het gebied een zegen blijken te zijn. De afgelopen jaren zijn de kuddes veel te groot geworden, terwijl de graasgebieden alleen maar in omvang zijn afgenomen.

Vroeger kon een Masai-man met zijn vee uitwijken tot in het buurland Tanzania. Dit jaar doken de nomadische krijgers noodgedwongen zelfs op in Nairobi, waar zij tussen het chaotische verkeer van de hoofdstad hun uitgemergelde beesten op zoek lieten gaan naar de laatste randjes groen.

Inmiddels zijn de meeste mannen en jongens met hun sterk gedecimeerde kuddes teruggekeerd naar Kajiado. In de maanden dat zij met het vee op pad waren, is de basis gelegd voor wat een fluwelen revolutie kan blijken te zijn, aangevoerd door de vrouwen in het gebied. Zij immers zijn het die niet alleen het vee maar ook de toekomst van hun kinderen in de gaten moeten houden.

Een deel van het water dat bij de dieselpomp in bidons is gevangen, gaat op de rug van een zwangere ezel. Een paar kilometer verderop, in de buurt van een kraal, gieten de vrouwen het uit over breekbare spinazieplantjes. 'De mannen zijn bijna zonder vee teruggekomen', zegt Sipilon. 'Als we zelf niet meer voedsel gaan verbouwen, hebben we te weinig om van te overleven.'

Maar een Masai als landbouwer is nu nog als een leeuw in een opvangcentrum. Het past niet. En toch. 'Ik zie geen toekomst voor weer die grote kuddes', meent Sipilon, 'we moeten het anders aanpakken.' Grootschaliger voedselteelt kan een praktische uitkomst bieden. Al blijven de sentimenten anders, weet ook Sipilon: 'Ik blijf toch hopen dat we op een dag weer vee zullen hebben. Dat is nu eenmaal het leven waaraan we gewend zijn.'

Maar vee dat gras zoekt dat er niet is, dat eerst ziek wordt door de droogte en daarna zelfs bezwijkt onder een forse regenbui, is dat het vee om mee te leven? Bij Sardep kent men de haast mythische kracht die uitstraalt van een nomade met zijn koe. De organisatie heeft dan ook een gewaagde stap gezet door in het Masai-district veertig kamelen neer te zetten en die in handen van de vrouwen te geven.

Een kameel, zo was de eerste reactie, brengt de woestijn met zich mee. Dat kan dus alleen maar meer droogte betekenen. Maar heel voorzichtig vinden de slungelige beesten er hun plek. Ze geven ook melk, maar ze zijn tegelijkertijd veel beter bestand tegen droogte. Bovendien vreten ze van de struiken en bomen, en zijn dus niet aangewezen op de vlaktes zonder gras.

Het aaien van een kameel, zo blijkt, is met die lange nek een nog wat lastige zaak. Bovendien moet de omheining van de kraal een stuk omhoog, om te voorkomen dat de beesten er 's nachts vandoor gaan. 'De vrouwen', zegt Esther Shena van Sardep, 'moeten nog steeds wennen ermee om te gaan. Maar straks doen zij het even goed als de mannen met de koeien.'

Of de mannen, de beslissers toch bij de Masai, dat ook vinden, is nog de vraag. Posaren, de man die slechts vijf koeien overhield, heeft alle tijd erover na te denken. 'Als ik een tweede kans krijg', zegt hij, 'kies ik ook voor kamelen. De droogte is een les voor ons. We hadden onze koeien eerder moeten verkopen en het geld moeten investeren.'

Het klinkt alsof hij al óm is. En natuurlijk is dat niet het geval. De noodsituatie dwingt de Masai tot experimenteren. 'De kamelen worden meer en meer geaccepteerd', meent Frido Herinckx. 'Maar dan wel in combinatie met de koeien.' Want de leeuw heeft zijn poot verwond. Maar aan een rusthuis is hij nog lang niet toe.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden