Column

Vrouwen kunnen niets van sport

Column Thomas van Luyn

Vrouwen kunnen niets van sport, vergeleken met mannen.

Beeld Robin de Puy

Vrouwelijke sporters horen thuis op de paralympische spelen. Ik vind het zelf ook geen leuke gedachte, maar ik had 'm ineens en nou kan ik er zelf geen speld meer tussen krijgen. Balen, want ik houd u graag te vriend. Denk even met me mee:

De betreffende handicap is de geringere spiermassa. Hardlopen, verspringen, voetballen - vrouwelijke sporters kunnen er niets van, vergeleken met mannen. Wel vergeleken met míj natuurlijk, begrijp me goed. Voor ik mij überhaupt rechtop zou hebben gehesen uit het startblok zou Dafne Schippers al over de finish zijn, buiten kijf, maar ik ben dan ook geen sportman. Desondanks kan ik harder rennen dan mijn vrouw, die toch echt heel sportief is. Nou, dat vind ik best gehandicapt, als je zelfs mij niet kunt inhalen.

In de paar sporten waar vrouwen gelijkwaardig meedoen, wordt het verschil pijnlijk duidelijk. Bij de Volvo Ocean Race bijvoorbeeld. Daar geschiedt de voortstuwing geheel door het element van de toch volledig sekseneutrale wind. En dan nóg kwam de vrouwenboot dit jaar acht van de negen etappes als laatste binnen. Omdat ze nou eenmaal minder hard aan touwtjes kunnen trekken en aan het roer kunnen rukken. Wrang, maar een eerlijke uitslag. Je kunt wel gaan klappen voor vrouwen enkel en alleen omdat ze meedoen, maar dat is behoorlijk neerbuigend, vindt u niet? 'Knap hoor, voor een vrouw!', dat wil een sporter niet horen.

Een oplossing zou zijn om mannen voortaan uit te sluiten van sportevenementen wegens oneerlijk seksevoordeel, maar dat zou gewoon raar zijn. Het idee van wedstrijden is tenslotte dat de besten zouden moeten winnen, nietwaar. Dus in plaats daarvan scheiden we de dames maar van de heren, zodat het verschil niet zo opvalt. En dan lijkt het inderdaad alsof Inge de Bruijn echt heel goed is, terwijl de nummers één tot en met honderdduizend in werkelijkheid allemaal mannen zijn. Dat is toch een beetje valsspelen? Ik bedoel, ik ben óók niet goed genoeg voor de mannen, olympisch gezien, maar als je een aparte categorie zou instellen voor mannen van 47 die absoluut niet kunnen zwemmen, ja, dan zou ik ook wel een medaillekans hebben op de 100 meter vrije slag.

Nu zou je kunnen denken dat ik mij hier vreselijk discriminatoir uitlaat, tuurlijk, dacht ik ook even, tot ik bedacht dat wie vrouwen te goed acht voor de Paralympics, daarmee eigenlijk zegt dat geslachtelijk-gehandicapte sporters op een of andere manier beter zijn dan mensen met een andere handicap, en dat is nog veel verwerpelijker. We zijn allemaal langzamer dan Usain Bolt, en of dat nou is omdat we vrouw zijn, een been missen of Thomas van Luyn heten, daar is natuurlijk geen wezenlijk verschil tussen. Inderdaad, dat leidt automatisch tot de conclusie dat ik óók mag meedoen aan de paralympische spelen. Handicaps: leeftijd, bouw, aanleg en algehele lamlendigheid.

Rest de vraag, wat zou een paralympische man ervan vinden om te sporten met vrouwen? En als je vrouwelijke sporter bent, hoe leuk vind je het dan dat je je moet meten met een Van Luyn? Daar heb ik nog even geen antwoord op, maar dat staat vast wel in één van de boze mailtjes die ik zo ga krijgen.

Reageren? t.vanluyn@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.