'Vrouwelijkheid is een performance'

Stine Jensen (38), schrijfster en filosoof, is een uur later geboren dan haar tweelingzus. Ze is ervan overtuigd dat dat haar identiteit heeft bepaald....

Het eeuwige getob van aantrekkelijke, intelligente vrouwen over de vraag wat het meest wordt gewaardeerd door mannen, hun beauty of hun brains – Stine Jensen geeft het onmiddellijk toe: ‘Dat is een heteroseksueel probleem. Heteroseksualiteit dwingt je tot het formuleren van je verhouding tot mannen. Daarbij komt altijd die ene vraag bovendrijven: vinden ze me ook een leuke vrouw?’

Je bedoelt: willen ze met me naar bed? ‘Uh, ja.’

Lesbische vrouwen zijn daar niet mee bezig. ‘Nee, en daardoor zijn ze autonomer. Omdat ze niet op zoek zijn naar seksuele erkenning en goedkeuring van mannen. Voor heterovrouwen is die autonomie moeilijker te bereiken, omdat het willen pleasen zo sterk aanwezig is.’

Bij jou ook? ‘Steeds minder. Ik vind het iets om naar te streven: losraken van het oordeel van anderen. Iemand als Margriet van der Linden, hoofdredacteur van Opzij, is volstrekt zichzelf. Als Pauw & Witteman haar vragen of ze wel klaar is voor een programma als Zomergasten, zegt ze: ja. Geen twijfel, geen gegiechel, geen gedraai. Ze maakt zichzelf niet kleiner dan nodig is. Dat kan zó prettig zijn.’

Ook zo’n verademing: ‘Doeschka Meijsing. Die is grappig én grumpy. Die bromt gewoon gezellig een potje mee. Cisca Dresselhuys, net zo.’

Nou noem je precies twee vrouwen die door hun leeftijd buiten de categorie vallen die de meeste mannen aantrekkelijk vinden. ‘Oei, dat is wel een heel treurige constatering.’

Het kan ook bevrijdend zijn. ‘Misschien wel. Joyce Roodnat schreef in Een kwestie van lef, een stijlgids voor de oudere vrouw: ‘Na je 50ste wordt het alleen maar leuker. Want dan ben je bevrijd van alle verwachtingen van je omgeving, en van jezelf, en dan kun je helemaal los.’ Dat is een zonnig vooruitzicht. Maar het is wel wat laat.’

Stine Jensen is literatuurwetenschapper en filosoof, docent aan de Vrije Universiteit, literatuurrecensent van NRC Handelsblad, schrijver van opiniestukken en van non-fictieboeken – over leugenaars, vrouwen en apen, vrouwen en popmuziek – en van een roman: Dokter Jazz. Bekendheid bij het grote publiek kreeg ze toen haar proefschrift over vrouwen en apen een aangepaste herdruk beleefde nadat de gorilla Bokito in Blijdorp een vrouw had aangevallen. Daarna kwam een nieuwe golf publiciteit, naar aanleiding van haar deelname aan het manifest Beperkt Houdbaar, een aanklacht tegen de pornoficatie van de samenleving.

Onlangs verscheen een nieuw boek, dat ze samen schreef met filosoof Rob Wijnberg: Dus ik ben, een zoektocht naar identiteit. Het is opgebouwd uit hoofdstukken die steeds een stroming in het denken vertegenwoordigen. Descartes: ik denk dus ik ben. Het christendom: ik lijd dus ik ben. De 19de-eeuwse romantici: ik voel dus ik ben. Existentialisme: ik doe dus ik ben. ‘Je hebt eindeloos veel keuze als je jezelf wilt definiëren. Als ik jou vraag om je voor te stellen, zul je waarschijnlijk je naam en je leeftijd zeggen, en daarna wat voor werk je doet, of je kinderen hebt, maar er zijn ook nog de kledingmerken die je draagt, je hobby’s, de auto die je rijdt, of je wel of niet een jaartje in het buitenland bent geweest, het gezin waar je uit komt en de sociale groep waartoe je behoort.’

Hoe zou jij jezelf definiëren? ‘Het meest bepalend voor mijn identiteit is dat ik de helft van een eeneiige tweeling ben. Ik ben opgegroeid met iemand die sprekend op me lijkt. Dus zoiets als uniciteit of individualiteit bestond helemaal niet, omdat je voortdurend met ‘jullie’ wordt aangesproken en met ‘wij’ antwoordt. We waren ook een eenheid in naam. Als we aan tafel gingen, riep mijn moeder: ‘LotteStine eten. Niet: Lotte en Stine, eten. Ik ben jaren een ‘wij’ geweest, voor ik een ‘ik’ werd.’

Wie van jullie is de oudste? ‘Lotte is een uur ouder. Ze zeggen altijd dat er bij een tweeling eentje bovenop ligt. De een is de meester, de ander de slaaf.’ Lacht: ‘We kunnen niet ontkennen dat dat bij ons ook van toepassing was. Lotte was sociaal dominanter. Op mijn slaapkamer hangt een foto van ons toen we een jaar of 3 waren. Mijn zus heeft een grote glimlach om haar mond en ze zwaait naar de camera, en ik kijk wat piekerend de wereld in. Zij was meer de winnaar; ik de geboren verliezer. We hebben een keer meegedaan aan een wedstrijd simultaanschaken. Ik had al snel door dat je een troostprijs kreeg als je je er meteen liet uitspelen. Een boekenbon. Dacht ik: dat doe ik, kan ik meteen naar de boekhandel. Terwijl mijn zus echt knokte tot het eind omdat ze dacht: ik ga met het goud naar huis.’

Je zegt: ‘Ik was een wij voor ik een ik werd.’ Hoe zou je die ‘wij’ omschrijven? ‘Ondernemend, slim. Op de lagere school kregen we de hoofdrol in het toneelstuk omdat ze wisten dat het uit het hoofd leren van die lappen tekst voor ons geen probleem zou zijn. Mijn zus was meer een tomboy. Wild, altijd buiten. Ik zat heel veel te lezen.’

Op hun 7de kregen ze ieder een eigen slaapkamer. ‘Ik heb toen echt overal mijn naam op geschreven. Je wordt hebberig hoor, als je tweeling bent. We kregen vaak samen een cadeau. ‘Hier, voor jullie.’ We hebben wel eens een leuke, houten aap gekregen, King Kong, die hebben we helemaal uit elkaar getrokken, daar was op het laatst niets meer van over.’

Op hun 12de gingen ze naar verschillende middelbare scholen. Moesten ze het ineens alleen doen. ‘In het begin sprak ik alleen maar over Lotte. Dacht ik: ik moet eens kijken hoe ik een zin kan formuleren die niet begint met ‘mijn zusje vindt’, ‘mijn zusje zou zeggen’ of ‘mijn zusje doet’.’

Wat was jij zonder haar? ‘Ik kan je een voorbeeld geven. Vroeger was ik, als ik een ontspannen blik had, een licht boze, treurige verschijning. Met mijn zus ernaast viel dat niet zo op, dan kon zij het sociale werk doen en de boel een beetje afleiden. Maar toen ze niet meer dagelijks in mijn omgeving was, zeiden mensen tegen me: ‘Wat kijk je boos.’ Als je dat vaak te horen krijgt, ga je je gedrag aanpassen. En ik ging een beetje pleasen. Wat jaren later weer tot de vraag leidde: wil ik dat wel? Ik ben, zie ik nu, lang op zoek geweest naar een ‘ik’. Niet alleen naar: wie ben ik? Ook naar: wat voor soort meisje wil ik zijn?’

Toen Stine 1 was, verhuisden haar ouders van Denemarken naar Oegstgeest. Haar vader werd ingenieur bij European Space Agency in Noordwijk – zijn dochters bouwden thuis elk nieuw model Ariane na dat de lucht in ging. Haar moeder was fulltime arts in een ziekenhuis. ‘Dat was niet gebruikelijk in de CDA-straat waar we woonden. Een groot deel van onze opvoeding is overigens gedaan door Truus en Piet, onze overburen. Heel volkse mensen, met een hond die Rakker heette, en een leesmap. Mijn zus keek met Piet Studio Sport, en ik las de leesmap met Tina, Debbie, Donald Duck en Club. Bij Truus en Piet was het motto: niet te veel nadenken, en alles bij de naam noemen. Dat was wel anders dan het Scandinavisch-Bergmaniaanse niet-communiceren en het melancholieke gepieker bij ons thuis.’

Het gezin Jensen: ‘Ook helemaal niet zo intellectualistisch, hoor. Mijn ouders lazen De Telegraaf en Televizier, de media voor immigranten die zich een nieuwe taal eigen moeten maken.’

Wat voor opvoeding kregen jullie? ‘Twee dingen: kinderen zijn kleine volwassenen die zelf beslissingen kunnen nemen, en gendervrijheid.’ Lacht: ‘Mijn zus en ik liepen als kind, ja, eigenlijk in het ultieme feministische outfitje: een tuinbroek. En we speelden vooral met lego en playmobil.’

Levensles van haar moeder: ‘Ik denk dat zij ons graag wilde meegeven dat niet alleen dat wat zich in het hoofd afspeelt, belangrijk is. Zij nam ons mee de natuur in, leerde ons de namen van bomen, van kruiden. Ze stuurde ons naar naailes, naar kookles. Ik denk dat ze het jammer vindt dat we op al die vlakken niet zoveel van haar hebben geleerd.’

En je vader? ‘Mijn vader zei altijd: ‘Ga doen wat je leuk vindt en word daar goed in.’ Hij heeft me, een paar jaar geleden, eens verteld wat zijn levensmotto was. Vrij naar Kierkegaard: ‘Durven is even je evenwicht verliezen. Niet durven is jezelf verliezen.’ Daar spreekt toch iets uit als: je moet durven kiezen wie je bent. Hoe vaak er om je heen ook wordt gezegd: ‘Het hoort zo.’ ‘Het hoort zo’ is geen recept om gelukkig te worden of om jezelf te vinden.’

Durven kiezen, wanneer heb je dat voor het eerst gedaan? ‘Op de middelbare school heb ik uit een soort dwarsigheid op mijn leeslijst voor Nederlands en Engels alleen maar vrouwen gezet. Doris Lessing, Fay Weldon, Anne Tyler. Zei mijn docent Engels dat het triviaalliteratuur was.’ Lacht: ‘Ik dacht: zie je wel, seksisme.’

Wat stak je op van die vrouwelijke auteurs? ‘Ze brachten andere onderwerpen. The Lives and Loves of a She-devil van Fay Weldon ging over het huwelijk en plastische chirurgie. The Bell Jar, van Sylvia Plath, over een jonge vrouw die depressief wordt. Dat is toch wat anders dan The Old Man and The Sea van Hemingway. Ik ging me daardoor afvragen: wat is vrouwelijkheid? Waarmee identificeer ik me?’

En? ‘Nou ja, lange tijd was Olivia Newton John zo’n beetje mijn perceptie van vrouwelijkheid. Olivia, de heldin uit Grease, een engel in een wit broekpak. Ze woei als een warme zomerwind mijn 10de levensjaar binnen en ze zou de rest van mijn meisjesleven bepalen. Eerst moest ik een man met een kuif ontmoeten, liefst op een strand. Ik zou hand in hand met hem langs de golven rennen. Daarna moest ik weer naar school met mijn clubje vriendinnen in roze jassen. De kuif was intussen bezig met het bespringen van auto’s in de wasserette en het rijden van autoraces in het weekend. Bij de onvermijdelijke volgende ontmoeting zou ik terughoudend op seks reageren. Dat ging hij niet leuk vinden: ‘You hurt me real bad baby.’ Dan zou ik een liefdesbrief schrijven en in mijn nachtjapon bij een vijver deze brief in het water laten drijven. Daarna naar de kermis. Metamorfose! Showtime! Ik zou in mijn zwarte strakke leren broek een sigaret roken en deze voor zijn neus uitdraaien met de punt van mijn hoge hak. Beetje martelen en opgeilen. Tell me about it, studd, dat was mijn tekst.’

Jaren later, tijdens haar studie literatuurwetenschappen in Groningen, kwamen daar andere voorbeeldvrouwen bij. Uit de literatuur: Jeanette Winterson. Maar ook uit de popmuziek: P.J. Harvey, Tori Amos. ‘Die zongen over verkrachting en over zwanger zijn en abortus en verlaten worden. Dat was van een andere orde dan Olivia Newton John, die zingt dat ze altijd op John Travolta zal wachten.’

Weer veel later ging ze zich spiegelen aan de vrouwen uit Sex and the City. ‘Dat leek een nieuw soort vrouw: zelfbewust, onafhankelijk, aantrekkelijk. Tot dat ook weer een karikatuur bleek te zijn. Je zag ze nooit werken. Het ging alleen om mannen en om winkelen.’

Dus toen werd het Doeschka Meijsing. ‘Ha!’

Van Olivia Newton John via Carrie Bradshaw naar Doeschka Meijsing. ‘Nou ja zeg. Maar het is wel zo.’

Stephan Sanders zei naar aanleiding van het boek dat hij met Arie Boomsma schreef over mannen en hun lichaam: ‘Man worden is een problematische fase. Meisjes worden vrouw, en dat gebeurt meestal probleemloos. Ze kijken naar hun vriendinnen en hun moeder en weten wat ze moeten doen.’ ‘Sanders is een grote held van me, maar hier ben ik het toch niet met hem eens. Vrouwen worden niet vanzelfsprekend vrouw. Dat is, net als mannelijkheid, een performance die je moet, wil, of kan aanleren. Als je moeder fulltime werkt, zoals de mijne, is dat niet de natuurlijk aanwezige vrouwelijkheid waaraan je je spiegelt.

‘Ik heb vroeger wel eens ‘geoefend’ met vrouwelijkheid. Ik heb me een keer in netkousen gehesen en ben op hoge hakken naar een feestje getogen, gewoon, om te kijken of het verschil maakte. En ja, het maakte verschil. Maar ik voelde me wel een beetje zoals Connie Palmen het mooi beschrijft: ‘Een slechte actrice in een B-film.’’

Later: ‘Ik heb in mijn werk veel onderzoek gedaan naar beeldvorming. In de muziek, de literatuur, de kunsten. Beeldvorming over vrouwen: twee archetypen. Je hebt aan de ene kant de meisjesvrouw. Juliette Binoche in The Unbearable Lightness of Being: het afhankelijke vrouwtje met haar rode poppewangetjes. Daartegenover de seksueel assertieve, onafhankelijke sterke kunstenares, gespeeld door Lena Olin, die deelneemt aan de wereld en zich niet bindt.’

Je bent het een of het ander. ‘Nou, dat is wel een heel mager palet.’

Het manifest Beperkt houdbaar, dat jij mede schreef, schetste een palet dat nog magerder was: alle meisjes zijn pornosterren. ‘Als je om je heen kijkt, naar clips, naar bladen, naar billboards in de stad, dan is dat toch het dominante beeld? Dat moeten we ons toch afvragen, of we dat willen? Ik gun jonge meiden van harte een heleboel andere identificatiemodellen.’

Nog zo’n onderwerp waar Jensen professioneel haar tanden in zet: ambiguïteit. ‘Je zou kunnen zeggen dat dat de rode draad is in mijn wetenschappelijk werk. Ik vind dubbelzinnigheid fascinerend. Hoe mensen of fenomenen zich niet laten vangen in een hokje.’

Waarom fascineert je dat? ‘Omdat ambigue mensen goed kunnen blootleggen wat wij normaal vinden. Wat de norm is. Omdat ze er zelf van afwijken.’

Geef eens een voorbeeld. ‘De vrouw met een hoofddoek die erg mooi is opgemaakt en die daarmee communiceert: ik ga mee in het westerse schoonheidsideaal, maar ik draag wel een hoofddoek. Die zendt signalen uit die in conflict kunnen raken in andermans hoofd. Ik vind dat spannend: waar iets niet loopt volgens de stereotypen, begint het denken.’

Nog een voorbeeld: ‘De vrouw die duidelijk haar mening articuleert. Of de man die fulltime zorgt. Wij doen thuis ongeveer fiftyfifty de zorg voor onze dochter, en dat is niet zozeer gender politics, we vinden het gewoon allebei leuk. Maar het is wel zo dat ik complimenten krijg van vriendinnen dat mijn vriend ook kookt. Dan denk ik: zou hij wel eens een compliment krijgen dat ik hard werk en geld verdien? Ik heb het gevraagd, en nee, dat was niet zo.’

Kennelijk is het toch ongebruikelijk, een man die zorgt. Eerst: ‘Vroeger wilde ik, als ik naar mijn ouders keek, liever vader worden dan moeder. Lekker naar je werk, pantoffeltjes aan, krantje lezen, eten klaar, beetje quality time met de kinderen. Dat leek me de leukere rol. Mijn moeder deed veel meer voor mij en mijn zus dan mijn vader: zij zorgde ervoor dat we op muziekles kwamen en dat we sportten.’

Dan: ‘Kijk nu eens naar de commotie die is ontstaan rond Camiel Eurlings en Wouter Bos, die uit de politiek stappen omdat ze meer tijd willen hebben voor het gezin. Heleen Mees twitterde: ‘Wouter is een watje.’ Cisca Dresselhuys geloofde Bos’ motivatie niet, ze zei: ‘Leer mij mannen kennen, ik interview ze al dertig jaar.’’

En wat vond jij? ‘Ik heb in NRC Handelsblad een opiniestuk geschreven met de strekking: goed dat Bos en Eurlings dit doen, het zijn de nieuwe rolmodellen. Maar ik zei ook: als Femke Halsema zou stoppen voor haar gezin, zou ze hebben gefaald.’

Drie maanden geleden werd ze moeder, twee jaar nadat ze een ‘heel fijne leuke geweldig goede’ man had gevonden. En nu kan ze dus, als ze naar haar dochter Victoria kijkt, in de praktijk zien hoe identiteit zich vormt.

Misschien ontdek je wel dat die er bij geboorte al is, en dat jij helemaal niet bent gevormd door het feit dat je de helft van een eeneiige tweeling bent. ‘Dat zegt mijn moeder ook. Dat ik in de wieg al was wie ik later ben geworden.’

Wat voor soort meisje is je dochter? ‘Ja, dat vraag ik me ook af. Ze lacht heel veel, maar misschien doen alle baby’s dat.’

In het boek Dus ik ben schrijf je dat je naam ook je identiteit bepaalt. Je dochter heet Victoria. Waarom? ‘Ik ben niet zo naïef dat ik niet weet dat het overwinning betekent, maar nee, we vonden het allebei gewoon een mooie naam.’

Ze had natuurlijk ook wel even op internet gekeken, wie er nog meer Victoria heetten. Lacht: ‘Victoria Beckham. Victoria Koblenko.’ Maar voor de gedachte postvatte dat dat misschien niet de gedroomde rolmodellen waren voor de dochter van een feminist, besloot Jensen: ‘Ik ga tegen haar zeggen wat mijn vader altijd zei: ga doen wat je leuk vindt en word daar goed in. Als Victoria graag een Spice Girl wil worden, heeft ze mijn zegen. Als ze een space girl wil worden ook.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.