Vrouw ontdekt keuken

En hoe gaat het met je vrouw?, vragen veel vrienden uit Nederland die willen weten hoe ons nieuwe leven in Italië er na drie maanden uitziet....

In Nederland hadden we de taken volgens het boekje geregeld: de een bracht de kinderen naar de crèche en de ander haalde ze op; de een zorgde dat de rekeningen werden betaald en de ander droeg eindverantwoordelijkheid voor de kliko. In Nederland deden we ook beiden betaald werk. Sterker, mijn vrouw had een superbaan, waarin ze bovendien zo sterk excelleerde dat het zelfs mogelijk is dat u haar kent.

Hier in Italië ben ik, zoals dat heet, de kostwinner, en is mijn vrouw fulltime mamma: ze haalt de kinderen uit bed, ze stopt ze in bad, ze plukt ze van school, ze speelt urenlang de rol van schijterige Anika in de Pippi Langkous-toneelstukjes van onze dochter (die natuurlijk Pippi is), en verder doet ze de was, de vaat en de boodschappen, ze stofzuigt, ze jaagt dagelijks op de tien katten van de buren die onze tuin tot hun kakdomein hebben gemaakt, en ze kookt. Vandaar dus die vraag van onze vrienden.

Het zou te ver voeren om te stellen dat ze eindelijk heeft gevonden waarnaar ze al die jaren heeft gezocht; vooral uit mijn mond zou dat in dit geval ongepast zijn. Maar in bepaalde opzichten toont mijn vrouw in haar nieuwe ‘Italiaanse functie’ na veertien jaar nog zo veel onvermoede kanten dat ik mezelf soms moet knijpen om te weten dat ik niet droom. Zo kende ik haar in Nederland als een vrouw met een majeure afkeer van koken. Tot vlak voordat wij elkaar ontmoetten, bestond haar diner dikwijls uit een opgewarmd wortelprakje van Olvarit. De simpelste basiskennis ontbeerde ze, en ze kon er geen seconde mee zitten. ‘Ik vind het zo ook lekker’, zei ze, als ze weer eens een ei had gekookt. In Nederland wisselde ze mij derhalve in de keuken alleen af bij gebrek aan een fatsoenlijk alternatief. Hier in Italië moet ik soms huilen van geluk als ik zie wat zij zonder enige inmenging mijnerzijds van het fornuis haalt. Het begon met een sms’je, ergens in de derde week na de verhuizing: ‘Lief, de kippeboutjes zijn goudbruin, moet er nu water bij als ik ze lekker wil laten sudderen en wanneer moet de deksel erop?’ Het was half tien ’s ochtends, en los van de vraag of je kippeboutjes überhaupt in water moet verdrinken: hier was een mijlpaal gepasseerd, ja, dit was zo’n moment waarvan je altijd zult weten waar je was en wat je deed. (Op weg naar de krantenkiosk bovenaan Via Domenico Seghetti in Frascati.)

Sindsdien staat zij ’s middags geregeld gebogen boven mijn dikke kookboeken over de Italiaanse keuken en hoor ik haar soms in alle oprechtheid tegen de kinderen roepen: ‘Wacht, ik moet eerst even naar mijn kalfslapjes!’ Tot de gerechten die ik tot dusver heb mogen nuttigen, behoren Spaghetti alla Norma, Caponata, Finocchi alla giudia, Trota salmonata alla mandorle.

Vanzelfsprekend gaat het nog niet altijd vlekkeloos. Van de week kwam onze dochter bezorgd de werkkamer binnen: ‘Papa, de hamlapjes zijn aangebrand, want mama was met ons aan het spelen en toen is ze het allemaal even vergeten.’ Maar nog geen tien minuten later kreeg ik een heerlijk visje opgediend. Oké, goed, er lag een lange, donkerblonde haar op het bord. Maar het was de mooiste, liefste, geweldigste haar die ik ooit op mijn bord heb aangetroffen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.