Vrouw in rouw

Het traditionele beeld van een lijkkist onder begeleiding van grijze mannen in zwarte jassen is achterhaald...

'U spreekt met Monica Zeegers... Ach gossie, mag ik u veel sterkte wensen?... Maar meid toch, dus iedereen is al geweest?... Ach ja, wanneer is het gebeurd?... Vandaag? Ach god en hij ligt op de bank... Is het onverwacht gebeurd?... Och gossie en jullie wonen samen?... Nee maar in de praktijk wel, och hemel... Weet je al een oorzaak?... Ach meid toch... Ik help je wel even, mag ik je naam noteren?... Daar komen we wel uit... Is hij heel lang?... Er komt zo iemand langs en dan gaan we morgen rustig zitten... Heeft hij overgegeven?... Doe de gordijnen maar dicht en laat het een beetje doorluchten... Ben je weer een beetje rustig?...'

De tijd dat Monica Zeegers (42) uit het Gelderse Balgoij zenuwachtig werd van een melding van overlijden is voorbij. Dat was dertien jaar geleden wel anders. Zonder ervaring begon ze aan het verwezenlijken van haar droom: een uitvaartonderneming met uitsluitend vrouwen in dienst.

Monica's fascinatie voor de dood kwam voort uit nieuw leven. Haar kind werd ernstig ziek en Monica vreesde het ergste: 'Ik dacht: stel dat mijn kind doodgaat. Hoe wil ik alles dan geregeld hebben? In die tijd waren begrafenisondernemers van die stereotype vogelverschrikkers: dat hoort toch niet bij een baby?'

Met haar zoon kwam alles goed, maar het beeld van een zwarte kraai bij een baby stond stevig op haar netvlies gebrand. Het sluimerende verlangen om een eigen bedrijf te beginnen werd ineens concreet. Binnen enkele maanden had Monica Zeegers een uitvaartonderneming.

Iets spannends

De eerste stap naar een eigen bedrijf was een bezoek aan het arbeidsbureau om te vragen welke diploma's ze nodig had om uitvaartonderneemster te worden. De vrouw die haar hielp moest het antwoord schuldig blijven. Monica: 'Ze zei: geen idee, dat wordt nooit iemand.' In die tijd was het beroep van uitvaartondernemer geen keus, maar een kwestie van opvolging. Vaak waren het ook de kosters die het erbij deden.'

Dat er wel degelijk meer mensen waren met dezelfde ambitie als zij merkte ze toen ze een advertentie zette in een plaatselijk blad, waarin ze expliciet vroeg naar vrouwen. Twintig sollicitanten meldden zich, van wie het grootste deel werkte als hulp in de huishouding. Voor de meesten was de belangrijkste motivatie dat ze wel toewaren aan 'iets spannends'. Na een strenge selectieprocedure, waarin de helft van de vrouwen afviel omdat ze een te zwakke rug hadden, was het eerste volledig door vrouwen gerunde uitvaartbedrijf een feit.

De enige man die solliciteerde had andere beweegredenen. Hij zou de vrouwengroep wel even de basisbeginselen van het uitvaartwezen bijbrengen. Monica: 'Hij schreef dat hij helemaal ingewerkt was, in het bezit van een prachtige hoed en dat hij zonder moeite de groep zou kunnen leiden.'

Hij was niet de enige man die moest wennen aan een vrouw met een leidinggevende functie in het uitvaartwezen. In de kerk van het Limburgse Milsbeek wilde Monica de pastoor naar goed katholiek gebruik ophalen uit de sacristie en hem door het middenpad begeleiden. De geestelijke weigerde en vroeg om een man. Toen bleek dat ook alle dragers vrouwen waren, ging de pastoor akkoord met het noodplan van Monica: de chauffeur van de rouwwagen mocht met hem door het middenpad lopen.

Engeltjes

Anno 2005 kijkt niemand meer op van een uitvaartbegeleidster aan de zijde van een pastoor. Wel is het zo dat vrouwen vaker worden aangevraagd voor begrafenissen van kinderen. Monica: 'Voor veel mensen voelt het toch vertrouwder als een vrouw zo'n dienst verzorgt, zeker als het een jonge vrouw met kinderen is. Ouders hebben vaak het idee dat een moeder de gevoelens bij het verlies van een kind beter begrijpt.'

Toch zou ook een kinderbegrafenis volgens Monica prima aan een man kunnen worden overgelaten. 'Er zijn heel veel mannen bijgekomen van wie ik denk dat wij er een hele goede aan zouden hebben. Voorheen was er het type van 'geen flauwekul, je moet overal tegen kunnen en als je ergens last van hebt, drink je het maar weg'. Nogal nonchalant en autoritair. De uitvaartman van nu kiest bewust voor het vak en kiest dus eigenlijk voor een baan in de zorg. Dat is een heel ander slag.'

Monica's eigen man is uitvaartman tegen wil en dank. Toen ze haar tweede echtgenoot Wim leerde kennen, had hij geen idee welke invloed het werk zou hebben op haar privé-leven. Dat veranderde snel toen hij erachter kwam dat het bed dat hij met zijn nieuwe liefde wilde delen, recht boven het mortuarium stond. De oude pastorie in Balgoij is niet alleen haar woonhuis, maar biedt ook onderdak aan een rouw- en aflegkamer.

De gedachte dat hij boven een overledene sliep, bezorgde hem zeker in het begin veel slapeloze nachten. De ultieme relatietest was het moment dat een overledene werd gebracht, terwijl Monica en hij net in bed lagen en zij geen zin had om op te staan. Of Wim het niet even wilde afhandelen. Met lood in zijn schoenen daalde hij de trap af om het lichaam in ontvangst te nemen. Wim: 'Ik schrok me wild. Er lag een naakte dode man. Heel groot en heel dik. Pas toen hij kleren aan had, werd hij weer een beetje menselijk voor me. Inmiddels kijkt Wim nergens meer van op, behalve van baby's. 'Die kleine engeltjes, dat went nooit.'

Goed fatsoen

Zelf ziet Monica louter de voordelen van de combinatie van werken en wonen. Bang voor de dood is ze nooit geweest. Dat wil niet zeggen dat ze van steen is. Eén begrafenis zal haar altijd bijblijven. Het afscheid van de moeder van een meisje van 10, dat eerder al haar vader verloor. Hoewel het meisje goed is opgevangen door de beste vriendin van haar moeder, had Monica haar het liefste mee naar huis willen nemen. Het werd pas echt moeilijk op het moment dat het meisje zei: 'Monica, ik wil dat jij mijn moeder bent en ik jouw kind.' Monica: 'Mijn gevoel zei: kom maar met mij mee, maar ik heb het nooit serieus overwogen. Ik heb twee zoons en altijd graag een dochtertje willen hebben en dan komt ze ineens zo aanwaaien. Het kan absoluut niet en ik doe het ook niet, maar het blijft me eeuwig bij.'

Op haar eigen begrafenis mogen de tranen rijkelijk vloeien. Twee dagen moet die duren. Eén dag voor iedereen en de uiteindelijke begrafenis met maar tien aanwezigen. Geen ellenlange rijen aan haar graf. 'In wezen vind ik het zoiets intiems, iemand in de grond stoppen. Ik vind het niet leuk als iedereen daarbij is.' En dan zijn er nog de branchegenoten, die voor het goed fatsoen hun collega uitgeleide moeten doen. Monica gruwt bij de gedachte: 'Vreselijk, ik moet er niet aan denken. Het wordt mooi, maar heel sober. Heel intiem en persoonlijk.'

Dat laatste woord moet volgens Monica met zorg worden gebruikt. Steeds vaker ziet ze dat 'persoonlijk' wordt verward met uiterlijkheden. Mensen die zich zo verliezen in de vorm dat ze eigenlijk het waaróm van de vorm helemaal vergeten. Er zijn er bij die vier, vijf dagen bezig zijn met de vormgeving en de tekst van een boekje, en dan geen tijd hebben om de overledene op te zoeken.

De belangrijkste vraag zou volgens Monica moeten zijn: waar herken je iemand in? 'Waaraan bijvoorbeeld weinig aandacht wordt besteed, is de muziek. Altijd weer Marco Borsato. Nabestaanden zouden daarin veel creatiever moeten zijn. Ze moeten zich realiseren dat de muziek die op dat moment wordt gedraaid altijd hetzelfde gevoel bij hen blijft oproepen als tijdens de uitvaart, ook als ze in de supermarkt staan. Voor mij geen Borsato.'

Stenen leren

De muziekwensen voor hun eigen begrafenis wisselen bij moeder Marina (63) en dochter Els (31) Jager, uitvaartonderneemsters uit Dronten, met de dag. Maar over één ding zijn ze het eens: als de een overlijdt verzorgt de ander de begrafenis. Van begin tot het eind, van afleggen tot rouwkaart, van speech tot sluiten van de kist. Els: 'Ik laat toch geen vreemde aan mijn moeder komen.'

Ze hebben het er vaak over gehad, maar meer nog over wie wat doet als 'opoe' komt te overlijden: de moeder van Marina. Ze is 93 en kan nog wel even mee, maar toch. Eerder verzorgden ze samen de begrafenis van de broer van Marina, hoewel ze in eerste instantie twijfelden. Iemand anders de begrafenis laten regelen betekent dat je gewoon mag huilen, maar Els en Marina kennen zichzelf goed genoeg om te weten dat ze constant zouden meekijken over de schouder van een ingeschakelde collega.

Marina: 'Eigenlijk wil je het dan toch zelf doen. Je bijt op je kiezen, je doet het en je emotie stel je uit. Dat is wat we met opoe straks ook gaan doen. Janken doen we wel na afloop, en misschien stiekem tussendoor even met zijn tweetjes.'

Els en Marina zijn een unicum in de uitvaartwereld. Er is geen enkel ander uitvaartbedrijf waar moeder en dochter de scepter zwaaien.

Marina wilde 25 jaar geleden al het uitvaartwezen in, nadat ze als vrijwilliger mensen had begeleid tijdens hun sterfproces. Ze gaf zich op voor een cursus uitvaartbegeleiding en wist meteen dat ze de juiste keuze had gemaakt. Haar wil om alles te leren over het vak was groot: 'Op een gegeven moment liep ik dagelijks rondjes over de begraafplaats en kwam de beheerder naar me toe om te vragen of ik verdrietig was. Ik zei: nee meneer, ik moet stenen leren voor mijn opleiding.'

Eenmaal geslaagd bleven de deuren van de uitvaartondernemers gesloten voor Marina. 'Vrouwen in dat beroep, dat was in die tijd ongehoord.' Na lang zoeken vond ze een ondernemer waar ze het op proef mocht proberen. Zonder salaris, en met de voorwaarde dat ze zelf voor een auto zorgde. Na drie maanden kreeg ze te horen dat ze mocht blijven, omdat geen van de klanten aanstoot had genomen aan een vrouw als uitvaartleidster. Langzamerhand werd ze vaker ingeroosterd om uiteindelijk haar langgekoesterde droom waarheid te zien worden: fulltime uitvaartverzorgster zijn.

Gewetensbezwaren

Tijdens haar vaste dienstverband kreeg Marina gewetensbezwaren: 'Ik vond de druk als uitvaartverzorger in een groot bedrijf steeds fnuikender. Kom je binnen en wordt er gezegd: 'Ben je daar anderhalf uur geweest, het was toch maar een oude dame.' Of nog erger: 'Je hebt deze maand niet genoeg eiken verkocht.'' Naarmate de irritaties zich opstapelden, nam de wens om een eigen bedrijf te beginnen toe.

De druppel was het moment waarop haar pieper ging tijdens een kerkdienst. Marina belde naar kantoor en kreeg te horen dat ze tussen twee begrafenissen door even snel naar een overleden kindje moest. 'Toen was het voor mij genoeg geweest. Ik wist niet of het kindje dood geboren was, tijdens de bevalling overleden of een ongeluk had gehad, maar wat ik wel wist is dat ouders die hun kind verliezen tijd en aandacht nodig hebben. Ik kon het niet meer.'

Marina besloot voor zichzelf te beginnen. Het moest anders, vrouwelijker en vooral menselijker. Ze moest weer van voren af aan beginnen. Een vrouw in dienst van een ondernemer was immers iets heel anders als een zelfstandige vrouwelijke uitvaartonderneemster.

De strijd die dochter Els heeft moeten leveren om haar vak te mogen uitoefenen was van een andere orde. Tegen de tijd dat zij de cursus met goed gevolg had volbracht, was het niet het gesloten mannenbolwerk dat haar in de weg stond, maar haar moeder. Marina: 'Ik vond haar met haar 24 jaar te jong en was van mening dat ze eerst maar eens een tijdje moest leven.' Na een wanhoopskreet op een briefje kreeg Els haar zin. 'Er stond in koeienletters ik wil dit.'

Els: 'Het was voor mij logisch dat ik dit wilde, ik ben ermee opgegroeid. Soms kwam ik op mijn fietsje uit school en zag ik een stoet met mijn moeder voorop. Ik had geleerd dat ik moest afstappen. Ik was zo trots. Dat mijn moeder daar stond in een mooi pak met een glimmende auto.'

Toen Els ouder werd, verleende ze om te beginnen hand- en spandiensten. Vanaf haar elfde deed ze al geregeld dienst als telefoonwacht en nam ze overlijdensmeldingen aan. In een klapper naast de telefoon stond stap voor stap wat ze moest doen: gegevens aannemen, moeder oppiepen en vooral: altijd netjes blijven. Ze vond het prachtig, in tegenstelling tot haar broer. Els: 'Die moest er niks van hebben, hij vroeg steeds: er bellen toch geen overledenen?'

Langzaam maar zeker maakte Marina haar dochter deelgenoot van het uitvaartwezen. Ze ging mee naar het mortuarium en zag haar eerste dode. Marina: 'De eerste overledene die ik Els heb laten zien was een hele lieve oma. Zoiets moet je voorzichtig opbouwen.'

Echt trots op haar dochter was Marina toen Els met engelengeduld een vrouw weer toonbaar wist te maken van wie het ambulancepersoneel had gezegd dat ze maar beter niet kon worden opgebaard. Anderhalf uur is Els met haar bezig geweest, steek voor steek hechten, net zo lang totdat ze van de kramp niet meer verder kon. Volgens moeder Marina was het resultaat prachtig. De familie heeft in alle rust afscheid kunnen nemen van de overledene.

Gouden regel

Het is net dat beetje extra, dat een vrouwelijke uitvaartonderneemster onderscheidt van een mannelijke, volgens Els en Marina. Oog voor detail en vooral de wil om te zorgen. Marina: 'Mensen worden in hun laatste levensfase vaker begeleid door een verpleegster dan een verpleger en ook de thuishulp is vaak een vrouw. Het is voor veel mensen dan ook vanzelfsprekend dat een vrouw de uitvaart verzorgt. Vroeger kon dat niet, maar nu de mogelijkheid er is wordt er graag gebruik van gemaakt.'

Voor vrouwen én mannen die in hun voetsporen willen treden, hebben Els en Marina een gouden regel: leer om á la minute te genieten. Marina: 'Als het rustig is, ga ik even op mijn schommelbank zitten of andere dingen doen waarnaar ik al de hele week uitkijk. En als er dan toevallig een stapel was ligt: jammer dan. Als de telefoon gaat moet je weer weg, dus ontspannen gaat voor. Dat is voor onze partners weleens moeilijk.'

In drukke tijden is er één gemene deler waarin moeder en dochter elkaar steeds weer vinden: begrafenishumor. Els: 'Er gebeuren een hoop rare dingen. We hebben onderling veel pret. Nooit ten koste van een overledene of familielid, maar eerder om gekke omstandigheden. Marina: 'Je zou eens een dag in het crematorium op een stoel moeten gaan zitten en het publiek moeten bekijken, hoe ze zich gedragen. Ze weten zich vaak geen houding te geven, of compenseren juist overdreven veel. Zo van: ik ben ook familie.'

In de tot boekenkast omgebouwde grafkist in het kantoortje is een speciale plek ingeruimd voor het boek met de woordspelingen die ze onderling maken. 'Het is stervens-druk' is een dijenkletser, evenals 'we laten ons niet kisten'. Els: 'Het klinkt misschien raar, maar het is best gezellig werk.'

Fitness

Bij Draagstersgilde Hoekschewaard kennen ze nog wel een paar aanvullingen op de woordgrappen van Els en Marina. 'Het is doodstil' is favoriet, evenals 'het werk ligt stil.' De mooiste anekdote komt op naam van Simone Verhart (45) en staat bekend als het 'cake-incident.' Voordat ze als draagster werkte was ze manusje van alles in een crematorium. Op dagen dat er te veel cake was besteld, verdween het in de vriezer om vervolgens verdeeld te worden onder het personeel. Toen haar zoon van 7 als verjaardagstraktatie cake uitdeelde op school, ant- woordde hij op de vraag of zijn moeder die had gebakken met: 'Ja, in het crematorium.'

Toen er genoeg draagsters waren geworven, werd in 2001 voor het eerst geoefend in de loods van een uitvaartondernemer. Geen van de vrouwen had ooit een kist gedragen, laat staan met vijf onbekenden. Met behulp van aanwijzingen van de uitvaartondernemer, en een imaginair graf dat was afgebakend met bezemstelen, maakten de vrouwen zich het vak eigen. Een voet op een bezemsteel betekende een voet in het graf en om de realiteit te benaderen werden zo veel mogelijk ijzeren handgrepen in de kist gelegd. Dat ging beter dan een paar weken later, toen een collega zich opofferde en zich schuddenbuikend van de lach liet dragen. Met haar 90 kilo en zes gierende vrouwen eronder is het een wonder dat de kist niet is gevallen.

Daarna volgde de generale repetitie: om acht uur 's morgens, toen er nog niemand op de begraafplaats was; oefenen met 'schouderen.' Er mocht niet meer gelachen worden, de passen moesten perfect op elkaar afgestemd zijn en het gewicht moest gelijk verdeeld zijn. Het ging beter dan verwacht, bijna net zo goed als de eerste echte begrafenis.

Wat tegenviel waren de blauwe plekken op de schouders. Reina van der Hoek (46): 'We doen allemaal aan fitness, we hoeven nooit meer te sporten. Tijdens de eerste draagbeurt dacht ik: ik haal het einde van de kerk niet, ik was bang dat ik zou bezwijken onder het gewicht.'

Cadillac

Allemaal hadden ze iets met begraven, of anders wel met zorgen. Veel vrouwen combineren het draagstersschap met een andere baan maar ambieren een fulltime functie in de uitvaartwereld. Toch zien ze ook de voordelen van een functie op oproepbasis. Marianne Markwat (44): 'Zoals we nu werken kan het nooit een routineklus worden. We doen geen vier draagbeurten per dag. We denken nooit: we moeten weer, maar altijd: we mogen weer dragen.'

Volgens Simone werken vrouwen nooit op de automatische piloot en zijn ze daarom ook zo geknipt voor het uitvaartwezen: 'Kijk naar je huishouden, het kan nog zo'n routine zijn, er zijn dingen waar je accenten in legt, waaraan je wordt herkend. Met draagwerk is dat precies hetzelfde. We maken er iets moois van met waxinelichtjes, kijken of de bloemen op kleur liggen en of de linten leesbaar zijn. Zélfs als we die dag vier draagbeurten zouden hebben gehad.'

Hoe vaak ze ook dragen, de dood blijft Valerie Dröge (37) fascineren. Dat had ze als kind al. Dat er zelfs een lijkauto bij haar in de garage staat, is toeval. Haar man is helemaal gek van Amerikaanse auto's en toen hij een Cadillac tegenkwam op internet, was de beslissing snel genomen. De vlaggen zitten er nog op, en zelfs de rolletjes van de baar. 's Zomers staan ze ermee op de camping en slapen ze op een matras op de plek waar vroeger de kisten stonden. Ook de kinderen kijken er niet meer van op.

Voor Reina lag dat als kind heel anders. 'Mijn vader was ook drager. Mijn broer en ik vonden dat zielig. We spraken af dat we alles aan mijn vader zouden geven als we geld zouden gaan verdienen. Dan zou hij dat werk nooit meer hoeven doen. Wie me een paar jaar geleden had verteld dat ik zelf drager zou worden had ik voor gek verklaard.' Een paar weken na het overlijden van haar vader had Reina haar eerste draagbeurt voor het draagstersgilde, negen maanden later overleed haar zus. 'Uiteindelijk werd het dragen voor mij een soort therapie.'

Draagzak

Het gevaar van te veel persoonlijke betrokkenheid ligt altijd op de loer. Draagster Frederike Damsteegt (44): 'Ik zeg: stop je emoties in een rugzak en neem ze mee, maar laat ze niet de groep beheersen. Het mag geen draagzak worden.'

Vriendinnen zijn ze niet geworden, maar ze kennen elkaar goed genoeg om te weten wanneer hun collega's een steuntje in de rug nodig hebben. Vooral de eerste paar begrafenissen waren soms even slikken. Marianne: 'In het begin registreer je elk geluidje, zuig je alles in je op. Als je dan achter je hoort snikken, doet dat wat met je. Maar zodra je je pak uittrekt, ben je het vergeten. Vlak na een draagbeurt heb ik privé iemand begraven en toen heb ik ontzettend staan janken, terwijl ik het hele mens nauwelijks kende. Ik dacht: hoe kan dat nou? De volgende keer sta je met je pak aan en is het weg. Het is een beroepshouding, die je heel snel weer aanneemt zonder dat je star overkomt.'

Laten merken dat je betrokken bent zonder je te veel te laten meeslepen, is volgens de vrouwen het geheim van een goede draagster. Angelica Snoek (38): 'Je mag wel een beetje emotie laten blijken, mensen zoeken steun.' Marianne Markwat: 'Mensen zoeken vaak even oogcontact, en dat is vaak zo intens dat je bijna 'graag gedaan' wilt zeggen.'

De mooiste uitvaarten zijn die waar alle vrouwen even stil van zijn. Valerie: 'Soms, heb je van die momenten. Dan hebben we bijna geen kritiek op elkaar en weten we dat het goed zit. Op die dagen besef je hoe mooi het werk is. Er gaat niets boven dat intens tevreden gevoel dat je krijgt als je daarna naar huis rijdt, handschoenen en schoudervullingen in je handtas, en een volmaakte draagbeurt achter de rug.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden