Vroman en Vroman en bijna nog eens

Van Leo Vroman is bekend dat hij altijd tekent - als hij toevallig geen gedichten schrijft of bloed onderzoekt. Aan zijn riem draagt Vroman daartoe altijd een lederen holster met wat potloden en stiften....

Hollands Maandblad publiceert deze maand twee van de daar ontstane Subwaytekeningen. Lijnen en schaduwvlakken groeien uit elkaar tevoorschijn. Hand wordt lammetje dat bijt in een stift, waar een ander lam of hert of nagelbekdier met oortjes als een duim tegenaan ligt, de stift wordt een schelp, nee een wolk, nee een vrouw. Zoals een tekenaar tekent die zich nooit afvraagt: wat zal ik eens tekenen?

Naar Tirade stuurde Vroman een kwartetje gedichten: de driedelige cyclus Drijfzand, en Nieuwjaar.

En aan De Gids stuurde Vroman een bosje psalmen. Die psalmen hadden ze bijna afgedrukt; ze stonden al op het omslag. Maar ze hebben zich bij De Gids op het nippertje bedacht: ze schrapten de psalmen weer, en plakten haastig een plakkertje op het omslag. Maar de zon schijnt er op een beetje heldere dag dwars doorheen, dus we weten het toch: er staan twaalf psalmen van Leo Vroman nìet in De Gids. Waarom? Dat staat er ook niet in.

De Gids is voor de helft gewijd aan de Duitse schrijver Gottfried Benn (1886-1956). 'Brechts grote evenknie', maar ook anti-democraat in hart en nieren en volslagen fout vóór de oorlog.

'Maar wie zoiets moois schrijft, hoe kan die nu fout zijn?' - deze vraag, door Drs P. eens gesteld over Johann Strauss, zou je het Céline-dilemma kunnen noemen. Heel het halve nummer van De Gids wringt het ongemak van deze vraag. Onder anderen bij Huub Beurskens, die als vertaler heen en weer geslingerd werd tussen bewondering en: 'de irritatie over de denkbeelden die Benn vooral in de eerste helft van de jaren dertig koesterde en propageerde, de genoegdoening over het feit dat hij de deksel op de neus kreeg, respect voor de wijze waarop hij zich ondanks alles wist te handhaven en, bewondering en irritatie samenvattend, de indruk dat bestudering van het geval-Benn een noodzakelijke bijdrage zou moeten leveren aan de discussie over de positie van de Europese kunstenaar-intellectueel in een tijd van opnieuw opkomend nationalisme en fascisme.'

Net als Céline was Benn ook arts, wat in 1912 nog duidelijk merkbaar was in zijn eerste dichtbundel Morgue und andere Gedichte - Benn werkte toen als patholoog: Kom, til gerust deze deken op./ Kijk, deze homp vet en rotte sappen,/ dat was eens de trots van een of andere man/ en dat heette ook roes en vaderland.

In 1930 vond hij nog dat schrijvers zich niet met politiek dienden in te laten. De geschiedenis ging immers haar eigen gang, en de tijd keerde wanneer zij dat wilde, telkens weer, daar had geen schrijver invloed op. Benn: 'Wat het keerpunt van de tijd betreft: meer dan eens heb ik mijn aandacht gericht op het feit dat de tijd zich steeds weer keert, dat er steeds een nieuw menstype ontstaat.'

Het nieuwe menstype kreeg in Duitsland een naam: daar fokte men een Herrenvolk en Benn heeft dat geloofd. Hij bekeerde zich hartstochtelijk tot het nazisme. In 1933 hield hij lezingen en radiopraatjes met titels als Züchtung, Der Deutsche Mensch, Der neue Staat und die Intellektuellen, Zucht und Zukunft.

Wat in Duitsland gebeurde was volgens hem 'de opstanding van een nieuw biologisch type, de geschiedenis muteert en een volk wil zichzelf opkweken. (. . .) Een herenras kan alleen maar opgroeien uit verschrikkelijke en gewelddadige beginstadia.' Geschiedenis werd nu eenmaal altijd met pijn geboren.

Hij schreef smalende teksten over de 'literaire emigranten', zoals de gebroeders Mann ('Daar zitten ze dus in hun badplaatsen en roepen ons ter verantwoording, omdat wij meewerken aan het weer opbouwen van een staat. . .'). Hij balderde en provoceerde er als 'een soort Céline in het kwadraat' op los.

Lang zou dat niet duren. De dwarse dichter verbruide het snel ook bij de nazi's, die hem er successievelijk van verdachten dat hij joods was, een zelfbevlekker, en een homoseksueel. Eind 1933 was zijn 'flirt' met het nazisme alweer voorbij, en in 1938 werd hij bestempeld als entartet, en uitgesloten van de Reichsschrifttumskammer.

Hij kon toen niet meer emigreren - geen land dat anti-Duitsland was zou hem nog willen, en bij de émigré's had hij het voorgoed verbruid. Benn werd legerarts ('Wég uit dit alles; en het Rijksleger is de aristocratische vorm van emigratie.') Hij ging, zoals hij het zelf noemde, in Innere Emigration. Hij trok zich terug in eenzaamheid, en bemoeide zich nergens meer mee. En hij schreef vervolgens zijn grootste werken, zoals de Roman des Phänotyp en Der Ptolemäer, en zijn Statische Gedichte. Prachtige poëzie, vindt Beurskens.

'Als verskunst meeslepend, stuwend en fascinerend kan zijn, dan wel hier.' Maar meteen deinst Beurskens er ook weer voor terug. Bang om besmet te worden. Want als iets zó mooi is, en de maker zó fout, dan moet je 'höllisch genau' oppassen.

Lees, maar lees voorzichtig. Dat is het advies waarmee Beurskens Benn toch loslaat op deze 'tijd van opkomend fascisme en nationalisme'.

In De Gids verder een pleidooi van Barbara Noske om 'ons' idee van de natuur uit te breiden. We moeten zijn als de Australische binnenlanders (de edele wilden van de jaren negentig), waar konijnen 'heden ten dage een rol (spelen) in de Dreaming van sommige vrouwelijke verwantensgroepen'. We moeten kortom, vindt Noske, weer ruimte maken voor 'onze verwantschap met andere dieren'. Andere dieren? Nou ja, zeg.

In Tirade legt Robert Anker uit wat hem verbindt met Nijhoff. Hij blijkt vooral veel op hem aan te merken heeft, maar erkent ten slotte Nijhoffs meesterschap. Alleen Nijhoff kan zich ongestraft zo'n vers permitteren:

Op deze plek heeft een gedicht gestaan.

't Beviel me niet. Toen ik het op wou knappen,

toen bleef er, toen mijn pen be gon te schrappen,

per slot van rekening geen woord van staan.

Michel Maas

De Gids nr 3, 1995. ¿ 15,90.

Tirade 356. ¿ 17,50.

Hollands Maandblad nr 3, 1995, ¿ 9,25.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.