VROM: elf kavels voor windmolens

In Nederland moeten in elf gebieden grootschalige windmolenparken komen. Hier zouden complete ‘windlandschappen’ kunnen ontstaan, zodat de rest van Nederland kan worden ontzien.

Dat staat in een nog niet gepubliceerd rapport van het ministerie van VROM, dat later deze week wordt besproken met vertegenwoordigers van provincies en gemeenten. Dit Nationaal Ruimtelijk Perspectief Wind op Land moet de impasse doorbreken die is ontstaan bij de bouw van windmolens op land.

De zogeheten concentratiegebieden zijn Noordwest-Friesland, Noord-Groningen, de Drentse Veenkoloniën, Flevoland, de Kop van Noord-Holland, de dijken langs het IJsselmeer en de Markermeer, het Noordzeekanaal, de Maasvlakte, Goeree-Overflakkee, Zeeland en West-Brabant. Het zou gaan om opstellingen van zo’n honderd molens met masten van minimaal 120 meter hoog.

Volgens de auteurs van het rapport is de concentratie van windmolens in zeer grote parken ‘een nog niet voor te stellen ingreep in het landschap’, die in Europa nog niet voorkomt.

Ontzien

Door de keuze voor concentraties kunnen andere delen van Nederland worden ontzien. Volgens het advies ‘verrommelt het landschap met solitaire molens, temeer daar die steeds groter worden’. Daarmee sluit het rapport aan bij een advies van de Rijksadviseur voor het Landschap.

De criteria voor de concentratiegebieden zijn tweeledig. Enerzijds moet het er hard en vaak genoeg waaien: op windmolenhoogte gemiddeld minimaal 7 meter per seconde (25 kilometer per uur, kracht 4). Daarnaast moet ‘de maat en schaal van het landschap overeenstemmen met maat en schaal van een nieuw type landschap met moderne hoge windmolens’. Dat betekent dat vooral open en grootschalige productielandschappen, havengebieden, open wateren, dijken en polders in aanmerking komen.

Niet geschikt zijn gebieden ‘met intrinsieke waarden van landschap, cultuurhistorie en natuur’, en ‘waar men zich in de middle of nowhere kan wanen’. Daaronder vallen de Veluwe, de duinen, maar ook de veenweidegebieden in Holland en Utrecht. De auteurs maken een onderscheid tussen ‘productielandschappen’, zoals de klei van Goeree-Overflakkee en ‘consumptielandschappen’ zoals de Friese Meren. Erkende natuurgebieden worden ontzien.

Daarnaast sluit de luchtvaartveiligheid gebieden rond vliegvelden uit, en twee laagvliegcorridors in het oosten van het land.

Doelen

Om de Europese doelen te halen, moet 30 procent van de elektriciteit in 2020 duurzaam worden opgewekt. Daartoe beoogt Nederland 6.000 megawatt wind op land en 6.000 megawatt wind op zee. Die twee zijn elk goed voor 10 procent van de stroom.

Op land staan nu ongeveer tweeduizend molens, goed voor 2.000 megawatt windvermogen. Naast wat nog in de pijplijn zit (onder meer een park van 450 megawatt bij Urk), denkt VROM nog 3.000 megawatt nodig te hebben. Dat zou neerkomen op 600 à 700 grote molens. Het ministerie wil met de keuze voor concentratiegebieden een versnelling bewerkstelligen.

Naast de molens in concentratiegebieden blijft in het voorstel nog wel ruimte voor kleinere molens – zolang die niet in de vrijwaringsgebieden komen.

Het rapport moet volgens de auteurs worden gezien als een position paper, waarin de uitgangspunten voor nieuw beleid worden geformuleerd. De uitvoering, middels een zogeheten rijksstructuurvisie, is aan een volgend kabinet. Het ministerie denkt dat dat kabinet, wat de kleur ervan ook wordt, vanwege de Europese doelen niet aan duurzame energie ontkomt. Wind op land is op dit moment de goedkoopste manier om groene stroom op te wekken.

Windmolens (Colourbox)
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden