Vrolijke Frank

Hij kon tekenen noch schilderen, maar wist eind jaren vijftig precies waar het met de moderne kunst heen ging. En profiteerde daarvan. Het Kunstmuseum Wolfsburg wijdt een overzicht aan Frank Stella. Een betere expositie van zijn werk zal er niet snel komen.

Eigenlijk is een abstract schilderij een persoon. Een Mondriaan bijvoorbeeld is een frigide vrouw. Een Rothko is een depressieve barpianist. Een werk van Frank Stella (althans: een recent werk van Frank Stella) is een circusclown. Het doet druk. Het draagt gekke pakken en haalt iets uit met water en bloemen en gekleurde ballonnen die luidruchtig leeglopen als je ze vastpakt. Zet tien van zulke werken bij elkaar en je hebt een circus. Verblijf een uurtje in hun gezelschap en het duizelt je.


Het Kunstmuseum Wolfsburg wijdt een overzicht aan Stella (1936) ter ere van diens 75ste verjaardag; schilderijen, sculpturen, werken op papier, maquettes. Het is een voorbeeldige expositie: ruim opgezet, elegant ingericht, met een zeer hoogwaardige selectie van oud en nieuw werk, bijeengesprokkeld uit alle hoeken van de wereld, waaronder veel uit ontoegankelijke privécollecties. Alles is er: een vroeg Jasper Johns-achtig doek, de beroemde Black Paintings, de verfwaaier-achtige Diderot Series, de psychedelische Running V paintings, de Malevistj-fröbels, de ontwerpen voor gebouwen in Buenos Aires, Dresden, New York, talloze studies op papier - alles. Wilt u kennismaken met een riant stuk levende kunstgeschiedenis, dan moet u hier zijn. Een betere Stella-tentoonstelling volgt niet snel.


De expositie vertelt een verhaal als een Scorsesefilm: gehaaide Princeton-drop-out (Stella volgde onder meer vakken kunstgeschiedenis) van Italiaans-Amerikaanse afkomst met artistieke ambities belandt eind jaren vijftig in een armoedige studio aan West-Broadway, New York, ontmoet gelijkgezinden (Carl André, Leo Castelli) en groeit uit tot een van de succesvolste kunstenaars van zijn generatie. Stella was een nieuw soort maker: de intellectueel omgevormd tot schilder. Hij was belezen, intelligent, arrogant, hypercompetitief en schroeiend ambitieus; hij kon niet tekenen (iets wat hijzelf altijd volmondig heeft toegegeven), laat staan figuurschilderen, maar hij had wel een uitstekend oog voor allerlei artistieke randvoorwaarden: de impact van kleur, het effect van schaal, de sensualiteit van verf, de kracht van eenvoudige, rudimentaire vormen: cirkels, kegels, vierkanten, rechthoeken; de kwintessens van het moderne kunstmuseum en de eisen die dat stelde aan het formaat van contemporaine kunstwerken. Ook had hij gevoelige antennes voor waar het met de kunstgeschiedenis heen ging. En de rol die hij daarin kon spelen.


In het New York van de late jaren vijftig was zo iemand op z'n plek. Jackson Pollock was omgekomen bij een auto-ongeluk. Het abstract expressionisme was over zijn hoogtepunt. De formalistische criticus Clement Greenberg, bekend om zijn filippica's tegen illusionaire, en dus bourgeois schilderkunst, en altijd bereid om een nieuwe protégé op het schild te hijsen, was op zoek naar een kunstenaar die zijn ideeën over de superioriteit van de abstracte kunst kon illustreren: schilderkunst zou steeds platter, en dus puurder en autonomer, worden. Stella was de juiste man. Hij vertegenwoordigde een nieuw geluid. Hij pleegde vadermoord op de voorgaande generatie abstracte kunstenaars: de abstract expressionisten Newman, Pollock, Rothko, Still. Hij was het koud tegen hun warm; de onderkoeldheid tegen hun pathetiek; de sardonische nuchterheid tegen hun geëxalteerde mystiek. Metafysische noties gleden langs zijn schilderijen als waterdruppels langs een zwanenhals. 'Kunst met een pokerface', noemde de beroemde criticus Robert Rosenblum het.


Illustratie: de Black Paintings, een serie wandvullende doeken waarop met zwarte lakverf een patroon is uitgespaard op ongeprepareerd canvas: rechthoeken, rasters, voetbalgoals. Stella maakte ze vanaf 1958 en al snel hadden ze de status van een succès de scandale. Kopers haakten af. Critici noemden ze saai, of dor, of een herhaling van zetten van wat Mondriaan een halve eeuw eerder had gedaan. Uit angst voor gezichtsverlies durfde de publiciteitsdame van het MoMA - dat het wél had aangedurfd enkele doeken in de groepstentoonstelling Sixteen Americans op te nemen - geen reproducties van de Black Paintings naar buitenlandse media te sturen. Stella reageerde zoals je mag verwachten: hij bleef koel. Hij begreep dat de Black Paintings hem met behulp van Greenbergs theorieën een stevige kunsthistorische bedding verschaften en zo de weg richting de eeuwige roem plaveiden. Vanzelfsprekend bleef hij ze nog een tijdje produceren.


In Wolfsburg hangt een drietal Black Paintings en het is de moeite waard er een tijdje naar te staren. De verfhuiden ogen licht verweerd. De lak heeft een doffe glans. Ze zijn imponerend, deze doeken, koninklijk, een beetje saai toch ook wel, maar saai op een goeie via-verveling-naar-verlichting-achtige manier, ze hebben iets zennigs, je kunt je voorstellen dat ze het goed doen in een yogalokaal. Over de precieze betekenis kun je lang praten (of teksten vol voetnoten schrijven), niet in de laatste plaats door de enigmatische titels - zo is één doek getiteld Die Fahne Hoch!, een bekend nazilied; en hadden de schilderijen dezelfde afmetingen als nazi-propaganda-vlaggen - maar een gebrek aan betekenis lijkt nu juist hun betekenis. Deze doeken zijn wat ze zijn: stukken hout bespannen met canvas, bedekt met een donkere laklaag. Geschilderde tautologieën - what you see, is what you see.


Hoe het verder ging is bekend: minimal art werd een gevestigde stroming;navolgers als Judd, Flavin, Noland, Kelly en Reiner werden kunsthistorische household names; en Stella werkte zijn ideeën over het schilderij-als-object verder uit. Eerst vlak en sober; later, in de jaren tachtig, toen het minimalisme uitgebloeid raakte, in objecten die je typisch postmodern kunt noemen: ruimtelijk, exuberant, rijk aan associaties: een reuzerups die over de wand kruipt in de Running V Painting; een kooi papegaaien in de Indian Bird Series; ijzeren reuzenvlinders in de Maastricht Series; een exotische vleesetende plant in Scarlatti Sonata Kirckpatrick. Sommige kunst had ornamenten. Deze kunst wás ornamenten. Zij koppelde een minimum aan persoonlijkheid aan een maximum aan retoriek en externe invloeden: David Smith, Alexander Calder, Howard Hodgkin, Anthony Caro, en maniërismen: slingers, kegels, driehoeken, paddestoelen, vissen. Het bewoog en het schreeuwde en het haalde van alles overhoop, maar in het hart van het oeuvre was een vacuüm. Het artistieke equivalent van de Hollow Man - zoiets.


Nu is Stella 75. Zijn recente werken zijn 3D. Ze hebben iets luidruchtigs. Ze ogen als monsters uit een Pixar-animatiefilm; fluorescerende kleuren, organische vormen, science-fiction-materiaal. Je wilt het graag bewonderen, dit werk, je bewondert het ook wel een beetje, maar toch mist het iets: een gedachte, een kern, iets dat het doet uitstijgen boven de tamme ervaring die het kijken naar Stella's werk, al de kleur en het lawaai ten spijt, toch vaak is. En opeens zie je het: Stella maakt geen kunst. Hij maakt kunstgeschiedenis. Zijn werk neemt een voorschot op het seizoen. Het gaat al vergezeld van een tekstbordje met uitleg op het moment dat de kunstenaar het stof van zijn kleren klopt.


Daarin volgt Stella nauwgezet de tijdsgeest. In de jaren zestig, onder auspiciën van Greenberg, waren dat de monolitische doeken; in de jaren tachtig, toen zijn mentor uit de gratie was geraakt, stapte Stella over van 2D naar 3D in de vrolijke tuttifrutti-objecten; in de jaren negentig en nul, toen Frank Gehry faam verwierf met zijn swingende architectuurconstructies, maakte hij opeens aerodynamische sculpturen. Stella is de theoreticus die óók maakt, met een handel in prefab-kunstgeschiedenis: modieus en overdadig. Vermoeiende geschiedenis. Net een clown.


Frank Stella: die retrospektive 1958-2012; Kunstmuseum Wolfsburg; te zien tot 20 januari. kunstmuseum-wolfsburg.de


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden