Vrolijke Brigade FEMKE VAN DOORN-LAST VOLKSDANSLERARES (1923-2006)

Balletdansers moesten niets van die rare klompendansers hebben, maar Femke van Doorn-Last wél...

Femke van Doorn-Last, op 20 juni op 82-jarige leeftijd overleden, wijdde haar leven aan de volksdansbeweging. Zij was medeoprichtster van de afdeling Volksdans aan de Rotterdamse Dansacademie, ontwikkelde haar eigen lesmethode, schreef danslesboeken voor kinderen (Hoy Hoy en De Vrolijke Kring) en docenten (Leren lesgeven). Zij had zeker duizend volksdansen in de benen. Klein, tenger en tomeloos energiek, organiseerde zij zomerkampen en cursussen, had veel internationale contacten en beschouwde de volksdans als een vredesbeweging zonder politiek: ‘Hoe kun je nu schieten op mensen met wie je gedanst hebt’.

Zij kwam uit een vuurrood nest. Haar vader was de schrijver en communist Jef Last die ging vechten in de Spaanse Burgeroorlog: Het leek heel flink, maar hij had wel een jong gezin, zei Femke, de oudste van drie meisjes, in de mooie documentaire van Pieter Jan Smit L’ami hollandais over de vriendschap van haar vader met André Gide, die in de week vóór haar dood in première ging. Haar vader was veel op reis en haar moeder Ida moest uit armoede het bouwvallige boerderijtje in Bennekom verlaten toen Femke nog een baby was. Vrienden en familie boden voedsel en onderdak. Ida trok rond met een rijdende bibliotheek vol socialistische boeken en begon, begin jaren dertig, een kindertoneelgroep De Vrolijke Brigade, waaruit later Circus Elleboog ontstond. Ze traden op met anti-oorlogsstukken, muziek en volksdans; Russische dansen die vader Last in de Sovjet-Unie had ontdekt. Femke, een verlegen, afstandelijk meisje, was verloren. Zij ontmoette op een volksdansfeest in Rotterdam in 1938 haar toekomstige man, Koos, een loopjongen bij Stokvis die tijdens de oorlog als dwangarbeider in Duitsland werkte.

Femke ging in Wageningen plantkunde studeren, weigerde de solidariteitsverklaring te tekenen en kwam in het verzet. Ze werd gearresteerd en verraadde, met het pistool op het voorhoofd, haar vrienden niet. Zij werd op transport naar Duitsland gezet en kwam uiteindelijk terecht in een kamp in Polen.

Na de bevrijding wilde zij met mensen werken. Zij werd gymnastieklerares, pakte het volksdansen op en richtte met vrienden uit de Brigade-tijd, onder wie Karel van het Reve die een zwak voor haar had, het zomerkamp De Grote Beer op; voor kinderen van welgestelde ouders. Niet uit liefde voor kinderen, maar uit geldgebrek. Femke kreeg zelf kinderen, Dorine en Marjolijn, omdat Koos het graag wilde. Zij was geen moederdier, maar las de kinderen wel iedere avond voor. Koos werkte bij Rijkswaterstaat en bood Femke alle ruimte voor haar idealen. Thuis in Amsterdam werd veel vergaderd en er waren altijd logés. ‘Het was, een vrolijk open huis, veel zingen en veel lol. Maar nooit alcohol’, zegt dochter Marjolijn.

In 1974 werd Femke hoofddocente van de nieuwe afdeling volksdansen op de Rotterdamse Dansacademie. Door haar leerlingen werd de bevlogen, strenge lerares op handen gedragen. Zij trachtte een cultureel erfgoed te behouden, maar balletdansers spotten met die klompendansers. Voor Femke was ballet te emotioneel en intens. Volksdansen daarentegen was een vorm van blij communiceren. Zij introduceerde de eerste Nederlandse folkkampen op landgoed Eerde en geldt in de internationale volksdanswereld als pionier en verdediger tegelijk.

Femke bleef dansen, rol-skiede tot haar 80ste, zorgde voor Koos, wiedde het volkstuintje, gaf Nederlandse les aan buitenlanders en zong tot aan haar dood bij het Amsterdamse koor Zwaan kleef aan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden