Vroeger was alles beter in Camacupa

Het mag natuurlijk absoluut niet, maar toen ik twee weken terug voor het verwoeste benzinestation van Camacupa even zat uit te rusten, naast de opgeblazen watertoren, tegenover de school zonder dak waar kinderen op de kale vloer moeten zitten als ze zelf geen krukje meenemen van huis, toen schoot toch...

Camacupa is een stadje in het hart van Angola, aan de Benguela-spoorlijn. Hoewel menig gebouw inmiddels een halve ruïne is, zie je de Portugese koloniale hand nog steeds. Er is een strak vierkant stratenpatroon, een centraal parkje met bankjes, bloemperken en bomen, mooie zuidelijke huizen met koele veranda's en bij het spoor een imposante rijstfabriek. Vroeger, toen de halteplaatsen langs de spoorweg nog namen hadden als Vila Teixeira da Silva, Silva Porto en Vila Luso, werd er hier op het centrale hoogland op grote schaal rijst verbouwd. Nu is er in de verre omtrek geen rijstveld meer te bekennen. De grote boerderijen, waarvan de daken zijn gesloopt, zijn vervallen stenen geraamtes geworden waar het dak vanaf gesloopt is.

Als je iets voorbij het benzinestation loopt (het is nog zo'n mooi halfrond geval uit de jaren vijftig, met grote ijzeren ramen), kom je langs Bar Centro de Angola. Daar moeten vroeger de Portugese rijstboeren hun Sagres-biertje hebben gedronken, of een vinho verde, samen met de districtsambtenaren van de koloniale dienst.

Nu is de bar dichtgetimmerd, zoals bijna alle winkels in Camacupa. Alleen op de marktplaats bij de oude rijstfabriek is nog een marktje, waar blikken olie van hulporganisaties, wat vissen uit de Kwanza-rivier en heel kleine pinda's worden verkocht. Maar er zijn amper kopers; bijna niemand heeft geld, want bijna iedereen is werkloos. De oorlog heeft van Camacupa een spookstadje gemaakt, met kampen eromheen voor de vluchtelingen die, als gevolg van 'zuiveringsacties' van het leger, de Kwanza overkomen. .

Alleen de kleermaker is nog open. Quintino was vroeger de knecht, maar toen de Portugese kleermaker in 1975 hals over kop vertrok, 'erfde' hij het winkeltje. Het is nu een donkere ruimte met een berg oude kleren, waar hij zich met behulp van een antieke Singer-trapnaaimachine doorheen werkt. Vroeger waren er vier naaimachines, vertelt hij. Maar eerst kwamen de rebellen van Unita en die roofden er twee, toen kwam het regeringsleger en die nam er een mee, en zo resteert er in Camacupa anno 2001 nog welgeteld één naaimachine.

'Vroeger was het beter', zegt Quintino. 'Toen was er orde en rust en iedereen had te eten. Goed, de Angolezen waren misschien niet vrij, want de Portugezen waren de baas. Maar kijk nu. Zijn we nu wel vrij, met die oorlogen, die armoe, en alles wat kapot is gemaakt?'

Geef hem eens ongelijk.

Nee, natuurlijk, in de koloniale tijd was Angola geen paradijs. Het Portugese bewind was er een van een stelletje fascisten. En dat het met de onafhankelijkheid meteen zo'n bende werd kwam door de Koude Oorlog . De CIA en het Zuid-Afrikaanse apartheidsregime bewapenden de ene kant en de Russen en de Cubanen de andere. Sinds de Koude Oorlog voorbij is, zijn het de olie- en diamantboeren die, samen met de lokale warlords, het conflict gaande houden.

Maar toch. Als je een referendum zou houden onder de miljoenen arme stumpers in het binnenland, de deslocados die al zovele jaren worden geteisterd door de terreur van een trage burgeroorlog, en je zou ze vragen 'Wilt u nog eens 25 jaar ellende onder de regie van aartsrivalen MPLA en Unita, of moeten de Portugezen het roer maar weer overnemen?', dan moet je niet verbaasd kijken wanneer mannen als president Dos Santos en rebellenleider Savimbi aan het kortste eind trekken.

Als die Portugese officieren die in 1974 met hun Anjer-revolutie de oude fascisten in Lissabon aan de kant schoven, het toch eens anders hadden aangepakt... Als de Portugezen niet met de staart tussen de benen waren vertrokken... Als de Amerikanen en de Russen zich nou eens koest hadden gehouden - dan had er toch een keurige overgangsregering kunnen komen die een prachtig land had kunnen opbouwen?

Zo mijmer je voor je het weet maar een eind weg, een beetje verdrietig en nostalgisch, zittend op de stoep voor een verwoest benzinestation, in een verloederd stadje aan wat eens een machtige spoorlijn was. Saudade, noemen ze dat in Portugal. Heimwee en verlangen, naar een gelukkiger Angola.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden