Vroeger, toen wisten ze pas wat beledigen was

Wie wil weten hoe je de Oranjes echt schoffeert, zou eens naar de achttiende eeuw moeten kijken. Patriotten bespotten stadhouder Willem V desnoods tot de remsporen in zijn koninklijke onderbroek....

Hedendaagse satire over het koningshuis kwetsend voor de monarchie? Laat literatuurhistoricus drs. Pieter van Wissing niet lachen. 'Balkenende zou eens meer over Beatrix' voorvaderen moeten lezen. Zolang de Oranjes aan het bewind zijn, en dat is vanaf midden zestiende eeuw, zijn ze al het mikpunt van spot.'

En dat ging vaak lang niet zo zachtzinnig als vandaag de dag. Neem de kritiek op stadhouder Willem V, rond 1785 geventileerd door verschillende patriottische bladen en pamfletten. 'Willem V was ”Neêrlands kwade jongen”, ”malle Willem”, ”zotte Willem” en ”een verstokte deugniet”. Hij had een bolle kop. Hij was altijd dronken. Hij was dom en arrogant. Zijn vrouw hield er een zwijnenstal op na en hij was zelf een zwijn, en hij had remsporen in zijn onderbroek. De satire was écht persoonlijk.'

Van Wissing, 57 jaar en manager bij het Gelders Archief, kan het weten. Op 24 november promoveert hij – na tien jaar werken in zijn vrije tijd – aan de Katholieke Universiteit Nijmegen op zijn studie van het satirische politiekliteraire tijdschrift Janus.

Dit weekblad verscheen van 1 januari 1787 tot 20 augustus datzelfde jaar. Een korte tijd, beaamt Van Wissing, maar Janus is wel tekenend voor een tijd waarin de Oranjes stevig ter discussie stonden.

Tussen 1780 en september 1787 werd er in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden heftig strijd gevoerd tussen de orangisten en de zogeheten patriotten. De Vierde Engelse Oorlog (1780-1784) verliep desastreus en stadhouder Willem V, feitelijk leider van het land, kreeg van het volk de schuld.

Tegelijkertijd had het vrijheidsdenken een flinke impuls gekregen door de Amerikaanse Vrijheidsoorlog (1776-1783). De patriotten wilden meer inspraak in vooral het lokaal bestuur – ze eisten min of meer een gekozen lokaal bestuur – maar dat weigerde Willem V. Het soms gewelddadige conflict eindigde pas toen Pruisen in september 1787 de Republiek bezette, om Willem V en zijn Pruisische vrouw te helpen.

De ruzie leefde sterk onder de mensen, vertelt Van Wissing. Hij leidt dat af aan het grote aantal politieke en satirische tijdschriften dat in de periode verscheen: zo'n tachtig, veel meer dan in de perioden ervoor en erna. Sommige bestonden maar kort, andere lang. De oplage lag meestal tussen de vijfhonderd en duizend. Dat is niet veel, maar volgens de promovendus konden veel mensen niet lezen. De bladen werden daarom luidkeels voorgelezen in de kroeg en hadden zo een groot bereik.

Janus, vernoemd naar de Romeinse god met twee gezichten, nam een unieke positie in. Het was patriots van signatuur, maar nam als enige beide partijen op de hak. De redactie was anoniem – om rechtzaken te voorkomen – maar Van Wissing kon de belangrijkste kracht identificeren: de patriot Petrus de Wacker van Zon (1758-1818).

In veel 'fantastisch geschreven' artikelen moesten de Oranjes eraan geloven, aldus Van Wissing. Bijvoorbeeld in een opsporingsbericht: 'Er wordt vermist Het Kind van Staat; het zelve is groot vijf voet en vijf duim; bol en geneveragtig [jevener-achtig] van uitzicht, heeft bruin haar, loopt wat voor over, is oud circa 39 Jaren; heeft aan een blauwen rok met kopere Knoopen, geele Broek en kamisool, en Laerzen; het Linnengoed gemerkt W.V.O.: het zit veel in Kroegen en Speelhuizen. Die het zelve te recht brengt te Delft in het Kasteel van Momus [het gekkenhuis] zal eerlijk beloond worden...'

Soms pakte de redactie echt uit. Op 8 maart 1787 is Willem V jarig. Janus komt met een gratis special en belooft op de voorpagina een lange opsomming van alle heldendaden van de stadhouder. Van Wissing: 'En dan sla je om, en zie je alleen maar blanco vellen.'

Willem V had in die tijd nog geen premier om het voor hem op te nemen, dus de Oranjes moesten het zelf doen. Ze betaalden bijvoorbeeld mensen om verdedigingen te schrijven in orangistische bladen. Willem liet in mei 1787 ook een lang, plechtig geschreven pamflet verspreiden in een oplage van tienduizend, waarin hij zijn beleid uitlegt. 'Een sterk stuk: hij houdt vol dat hij door de Staten is gekozen ten dienste van het volk', aldus Van Wissing.

De stadhouder leed wel onder de kritiek die over hem werd uitgestort, zo blijkt uit later openbaar gemaakte brieven. Maar politiek heeft hij volgens de promovendus altijd sterk gestaan: hij had voorstanders op alle sleutelposities, dus een revolutie zat er nog niet in.

Had de stadhouder de bladen niet simpelweg kunnen verbieden, of heerste er in die tijd daadwerkelijk persvrijheid? Geen van beide, antwoordt Van Wissing. Er bestond nog geen centrale overheid, de provinciën en steden opereerden vrij onafhankelijk van elkaar. Als een blad in de ene provincie werd verboden, werd het gewoon in een ander uitgebracht. 'Janus werd ook in Leiden en vermoedelijk Utrecht gedrukt.'

Pas rond 1800, in de Franse tijd, veranderde dat. Nederland was een echte staat geworden en ambtenaren en agenten moesten alle artikelen lezen voordat ze werden gepubliceerd. 'Dat was echt repressie.'

De onbuigzame Willem heeft het in de geschiedschrijving uiteindelijk behoorlijk afgelegd tegen de patriotten. Zelfs koningin Wilhelmina, vertelt de promovendus, weigerde bij zijn herbegrafenis te zijn. 'Ze zei: ”Achter die sul ga ik niet aanlopen.” Dus nu veroordelen zelfs de Oranjes hem.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden