Vroeger, toen had de recensent nog gezag!

De invloed van boekrecensies in kranten op de boekverkoop is afgenomen, die van televisie en sociale media is toegenomen. Heeft literatuurkritiek in kwaliteitsmedia nog toekomst?

Voor boekrecensenten van de kwaliteitsmedia moet een wandeling over het Museumplein in Amsterdam dit weekeinde toch een beetje een kwelling zijn. Daar heeft vandaag en morgen Manuscripta plaats, de jaarlijkse opening van het boekenseizoen. Op haar site showt de stichting CPNB, de organisator van Manuscripta, trots welke grote namen ze dit jaar voor haar evenement heeft weten te strikken: Saskia Noort, Nico Dijkshoorn en als special guest Tatiana de Rosnay.


Zijn deze schrijvers ontdekt door de literatuurrecensenten van kwaliteitsmedia? Danken zij hun naam en faam aan de zorgvuldige analyses en liefdevolle stukjes die deze recensenten de afgelopen jaren aan hen hebben gewijd?


Haha! Types als Dijkshoorn, Noort, Heemskerk en De Rosnay worden door boekrecensenten van kwaliteitsmedia doorgaans de grond in geschreven of minzaam bedeeld met één sterretje, en meestal worden ze gewoon doodgezwegen. Vandaar dat een loopje over het Museumplein, waar die auteurs door de stichting CPNB keihard worden gepresenteerd als het literaire neusje van de zalm, voor die recensenten een aaneenschakeling van nederlagen moet zijn; één grote confrontatie met hun toenemende onbelangrijkheid.


Die toenemende onbelangrijkheid is geen exclusief Nederlands verschijnsel. Afgelopen voorjaar ging mediaredacteur Michael Wolff van de Britse krant The Guardian op zijn blog stevig tekeer tegen literaire recensies in het algemeen, en die van The New York Times in het bijzonder. 'De boekrecensie is een aflopende zaak en een gedateerd genre', schreef Wolff. 'Literaire redacteuren - hell, literaire mensen in het algemeen - zijn ook allemachtig gedateerd.' Als belangrijkste bewijs voor de overbodigheid van The New York Times Book Review voerde Wolff het totale gebrek aan advertenties aan - jarenlang was het Book Review van The New York Times het enige boekenkatern ter wereld dat over belangstelling van adverteerders niet te klagen had.


De tirade van Michael Wolff staat niet op zichzelf. De discussie over het nut van recensies wordt al jaren gevoerd. Zoals het met dergelijke discussies gaat, hebben ook hier de aanvallers en de verdedigers zich diep in hun schuttersputjes ingegraven en beschieten ze elkaar van daaruit met argumenten die inmiddels even voorspelbaar als sleets zijn. De literatuurkritiek heeft geen gezag meer, zeggen de aanvallers. Vroeger, tóen had de literatuurkritiek nog gezag! Toen Kees Fens nog leefde, en Michaël Zeeman ook; toen Marcel Reich-Ranicki voor de Duitse ZDF Das Literarische Quartett nog presenteerde en Bernard Pivot in Frankrijk het programma Apostrophes.


De literatuurcriticus is een dappere strijder voor kwaliteit in een maatschappij die wordt overspoeld door een overdosis pulp, zeggen de verdedigers terug. Als zij er niet waren, ging de kunst ten onder en werd de aarde weer woest en ledig.


Hebben recensies nog nut? En zo niet, wat moet ervoor in de plaats komen?


'Recensies zijn nog altijd belangrijk, in elk geval voor de schrijvers', zegt directeur/uitgever Henk Pröpper van De Bezige Bij. 'Ze hechten er enorm aan dat hun werk gezien wordt, gesignaleerd is. Ook al is de recensie negatief, het is in elk geval opgemerkt.


'Maar de waarde van de recensie als zodanig is wel duidelijk minder geworden. Vroeger had je meer critici die hun eigen stem hadden, die ergens voor stonden, een standpunt innamen en een autoriteit waren op hun specifieke gebied. Carel Peeters van Vrij Nederland was zo'n stem. Die herkenbaarheid is veranderd. Omdat de recensies korter zijn en omdat ze een andere functie hebben. Er staat veel minder in, ze zijn minder literair-historisch, in de zin dat een werk in de geschiedenis wordt geplaatst. De eruditie is verdwenen.'


'Het belang van krantenrecensies is enorm teruggelopen', zegt ook Vic van de Reijt, voormalig directeur/uitgever en nu editor at large bij Nijgh & Van Ditmar. 'Televisie bepaalt nu of een boek een bestseller wordt. Alleen maar nette mensen van Robert Vuijsje kreeg prachtige recensies, maar het eerste jaar verkochten we er met heel veel moeite vierduizend exemplaren van. Pas toen Vuijsje in DWDD had gezeten, werd zijn boek een bestseller.'


Eens per jaar is er ruimte voor één nieuwe bestsellerauteur, volgens Van de Reijt, en daar duikt iedereen vervolgens ook meteen bovenop. 'Boekredacteuren vormen tegenwoordig samen een groep spreeuwen die van boom naar boom gaan, de boel onderschijten en weer verder trekken, op naar de volgende hype.'


De rol van de criticus is erg veranderd, zegt ook uitgever Oscar van Gelderen van Lebowski Publishers. 'Ik denk dat de criticus tegenwoordig niet meer veel invloed heeft op de koper. Je kostje is niet gekocht als een schrijver vier of vijf sterren krijgt. Vroeger was dat anders. Toen liep de promotie van een boek voor een groot deel via de recensenten van de boekenkaternen, en natuurlijk via Adriaan van Dis. Als je bij Van Dis zat, hoorde je erbij en als je er niet zat, hoorde je er niet bij, zo simpel was het. Nu kun je naar DWDD, naar Pauw & Witteman, naar Umberto Tan. De tijd waarin de criticus de lezer bij de hand nam en hem vertelde wat hij moest kopen, is definitief voorbij.'


Aan die ontwikkeling heeft Van Gelderen zelf enthousiast bijgedragen, door voortdurend te zoeken naar nieuwe manieren om een boek te promoten. 'Ik moet wel. Als ik een boek uitgeef, kan ik het naar jou opsturen en dan leg jij het bij de Volkskrant op een stapel. Vervolgens kan ik je kreeft gaan voeren in een goed restaurant in een poging je om te kopen, maar ook dan weet ik niet wat het oordeel gaat worden. Ik weet ook niet wanneer je recensie in de krant komt. Na een week, na drie weken? Ja: als de nieuwe A.F.Th. van der Heijden verschijnt, kun je er vergif op innemen dat iedereen binnen een dag zijn stukje klaar heeft. Maar bij de meeste auteurs is dat niet zo.'


Gelukkig kunnen uitgevers hun eigen nieuws tegenwoordig direct 'naar de lezer toe communiceren', aldus Van Gelderen. 'Via de social media vertellen we die lezer: dit zijn we aan het doen, dat komt eraan. Dat gaat over het hoofd van de criticus heen. Hetzelfde geldt voor het contact met de boekhandel. Vroeger zat daar een vertegenwoordiger tussen, nu communiceer ik rechtstreeks met de boekhandelaar via Facebook en Twitter, en hij communiceert weer via Facebook en Twitter met zijn kopers. Ik denk dat je kunt stellen dat de invloed van de criticus heeft plaatsgemaakt voor de invloed van de boekhandelaar. De macht van dat maandelijkse panel van boekhandelaren bij DWDD is enorm groot.'


Andere oorzaken voor de afnemende belangrijkheid van de boekrecensent zijn te vinden in de huidige tijdgeest, waarin gezag per definitie wordt betwijfeld en betweters gretig onderuit worden geschoffeld; en wat is een literatuurcriticus anders dan een betweter die met sterren strooit als was hij Petrus aan de hemelpoort?


'Als je kijkt wat er is veranderd, zijn het niet eens zozeer de kritieken zelf als wel de status van de recensent', zegt Jos Joosten, hoogleraar Nederlandse letterkunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen. 'In de perceptie bij het publiek stelt de recensent nu veel minder voor dan vroeger. De jaren '70 worden wel 'het tijdperk van de reuzen' genoemd. Je had een handjevol critici dat op basis van een grote belezenheid een oordeel gaf; en dan had de autoriteit gesproken. Maar nu hoor je Matthijs van Nieuwkerk ongeveer hetzelfde zeggen als de recensent in de krant, en je leest het nog eens in duizendvoud op Twitter.'


Het is voor een beroepsrecensent niet gemakkelijk uit te leggen hoeveel zijn op grauw krantenpapier afgedrukte mening meer waard is dan de mening van de gewone lezer die op zaterdagmiddag voor amazon.com een stukje in elkaar draait. Ja, de beroepsrecensent heeft ervoor doorgeleerd - als je mazzel hebt tenminste. Ja, hij leest al heel lang - als hij iemand is die de jaren des onderscheids heeft bereikt. Ja, hij baseert zijn weloverwogen mening op heldere en onbetwistbare criteria - o ja? Wat zijn die criteria dan?


'Recensenten zijn mensen die beweren speciaal gekwalificeerd te zijn om oordelen uit te spreken over de boekproductie op speciale terreinen', doceert Tom van Deel in zijn boekje Over recenseren (2008). 'Ze overzien dat terrein, ze weten wat er is geschreven en ze kunnen het nieuwe zonder veel moeite bezien in het licht van wat hun al vertrouwd is.'


Volkskrantcriticus Arjan Peters, in zijn pas verschenen Kreten uit een urn: 'Als criticus wil ik reageren op het verschijnen van een boek, vertellen hoe het in elkaar zit en laten zien hoe je erover kunt oordelen - wat iets heel anders is dan verwachten dat de lezer jouw opmerkingen ook onderschrijft.'


In Vrij Nederland schreef literatuurrecensent Jeroen Vullings dat literatuur die ertoe doet, literatuur is die 'geschreven is vanuit de overtuiging dat literatuur een moeilijk genot biedt'. Eerder meldde hij over de bestseller Stoner: 'Ik zeg het niet vaak, maar die vijftigduizend lezers hebben ditmaal gelijk.' Kunst die niet moeilijk en wel succesvol is, is volgens Vullings kennelijk per definitie niet goed; in dat geval is Madame Bovary van Flaubert (prima te volgen en best succesvol) geen literatuur.


Zeker in een klein taalgebied als het Nederlandse is het bovendien praktisch onmogelijk om onbevooroordeeld te werk te gaan. Ook dat maakt de recensent discutabel, en ook dat is niets nieuws. Wel maakten recensenten en schrijvers elkaar een paar decennia terug wat minder hypocriet af dan nu; de beesten noemden elkaar toen in elk geval bij naam. In Mandarijnen op zwavelzuur (1964) zette schrijver W.F. Hermans, aartsvader van het afzeikschrijven, zijn scheldkanonnades op criticus H.A. Gomperts keurig op een rij: 'H.A. Gomperts, auteur van Jagen om te leven, houdt zich in werkelijkheid bezig met het schrijven-van-stukjes-in-de-krant om te leven. Daar valt op zichzelf helemaal niet om te lachen. Ook hoeft er niet over gejammerd te worden in de trant van: Ach, ach, die Gomperts, is het niet treurig dat hij zijn leven moet verprutsen aan de hoernalistiek?'


Afrekeningen in het journalistieke circuit zijn hinderlijk omdat de onschuldige lezer geen idee heeft van wat er werkelijk aan de hand is. 'Polemiseren mag, afrekenen niet', zegt Henk Pröpper. 'Maar elke recensent is subjectief. Dat is ook niet zo erg; objectiviteit is vermoedelijk helemaal niet mogelijk. Veel recensies zijn juist nogal stemloos en puur op informatie gericht. Dat vind ik een groter probleem dan een duidelijk standpunt.'


Oscar van Gelderen: 'Ik denk dat een criticus in ieder geval de schijn van onpartijdigheid moet uitstralen. Iemand als Arie Storm van Het Parool laat zich er op zijn privépagina op Facebook op voorstaan dat hij auteurs als Wieringa en Grunberg niets vindt, en kraakt hen vervolgens af. Ik vind dat raar. Je kunt een vegetariër wel steeds een bal gehakt voorzetten, maar dan weet je van tevoren wat hij gaat schrijven. NRC Handelsblad heeft een mooi systeem, daar laten ze de Grunberg-besprekingen steeds rouleren. Dat zou iedereen moeten doen. Vooringenomenheid is vervelend.'


Meer duiding, meer diepgang: in tijden van vervlakking ligt daar de oplossing voor de afnemende belangrijkheid van de literatuurkritiek. De ideale criticus, zegt Vic van de Reijt, is iemand die een boek 'in het oeuvre' bespreekt. 'Nu wordt elk nieuw boek vaak behandeld alsof het een eersteling is.' Henk Pröpper is het met hem eens. 'Ik vind een recensie goed als het verhaal op zichzelf staat, als ik eruditie voel, als er geschreven is vanuit een waarachtige belezenheid; als de recensent zowel nationaal als internationaal vergelijkingen kan trekken, waardoor een boek meer is dan een ding en onderdeel wordt van een groter geheel. Dat soort stukken zie ik nu te weinig.'


Minder recensies, maar beter: het lijkt ook hoogleraar letterkunde Jos Joosten een goede benadering. 'Korte verslagen lezen mensen op internet wel. Voor duiding en diepgang hebben ze de krant nodig. En overigens grijpen de uitgevers, als ze zoeken naar gezaghebbende teksten voor op de achterflap, nog altijd terug op de kwaliteitsmedia. Ze citeren zelden iets van internet, maar gebruiken quotes uit de Volkskrant en NRC Handelsblad. Het gezag is echt nog niet verdwenen.'


Recensent

Ik kreeg een keer een man te gast,


Hij was mij eerst niet echt tot last.


Maar 't was mijn tijd om wat te eten:


Toen heeft hij mijn bord leeggevreten,


Zelfs wat ik aan dessert nog had.


En amper was hij vol en zat,


Heeft hem de droes naar de buren gedreven,


om op mijn kookkunst af te geven.


'De soep had kruidiger kunnen zijn,


Gaarder het vlees, rijper de wijn.'


Nondeju, dat vuil serpent!


Sla hem dood, de hond! Het is een recensent!


Johann Wolfgang van Goethe 1749 - 1832

Vertaling Peter Verstegen


Uit: De Tweede Ronde, Tijdschrift voor literatuur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden