Column

'Vroeger stopte je je eigen konijn in de pot, nu denk je bij elk konijn alleen nog maar: Flappie'

We weten dat die varkens met z'n allen in flats zitten te knorren en dat je namaakzalm op je bord krijgt omdat de echte bijna is uitgestorven, schrijft Lidy Nicolasen. 'Alsof we vroeger zo lief met dieren omgingen, zeg je dan. Heus niet, maar vroeger waren we ook nog geen pragmatische vegetariër.'

Beeld anp

Krijsend rende ik achter een stel pubers aan de camping over. De twee lieten zich slap van de lach gemakkelijk vangen en afrossen. Er was ook alle reden voor. In de schemering van de avond was ik blootsvoets de tent ingelopen om een trui te pakken, zonder de berg dooie kwallen te zien die er lag te wachten. Op mij.

En straks gaan we dat dus eten met z'n allen. Kwal, sprinkhaan, meelworm, vlinder, noem de insecten maar op, ze gaan deel uitmaken van ons dagelijks menu. Ze zitten barstensvol hoogwaardige eiwitten, de CO2-uitstoot is een lachertje en het voer beperkt zich tot een blaadje sla. Geen bieten- en geen maïsvelden meer. Je kunt ze frituren, in bitterballen stoppen en ook verpakken in bladerdeeg. Nog even en dan krijg je straks gewoon deftig kwal of sprinkhaan opgediend op een bedje van zeerwier.

Het is een zegen voor hongerend Afrika als ze daar de sprinkhanen kunnen verorberen, nog voordat die hun gewas hebben kaalgevreten. Stel dat ook de mug op het menu komt. Kunnen we in een klap malaria uitbannen. Er schuilt ontegenzeggelijk veel goeds in de opmars van het insect. Neem ons nou. Hoeveel beter is een sprinkhaan niet voor onze gemoedsrust, beter dan welk ander dier ook.

De veestapel groeit. We weten dat die varkens met z'n allen in flats zitten te knorren, dat de kippen zonder vleugels en snavel in elk geval elkaar niet lek prikken en dat je namaakzalm op je bord krijgt omdat de echte bijna is uitgestorven. Alsof we vroeger zo lief met dieren omgingen, zeg je dan. Alsof we vroeger zo gezond aten. Heus niet, maar vroeger waren we ook nog geen pragmatische vegetariër. Toen stopte je je eigen konijn in de pot, nu denk je bij elk konijn alleen nog maar: Flappie.

Elke dag passeer ik een lantaarnpaal met de sticker 'Diervriendelijk vlees bestaat niet'. Duh, tuurlijk niet, zeg je de eerste keer, zo is het, weg met die plofkip, die moet de wereld uit. Na een paar weken ga je de lantaarnpaal mijden. Iedereen is de plofkip allang weer vergeten, maar jij moet denken aan dat varken en die kip die voor jou worden vetgemest. Elke dag staat er een nieuw dier bij de lantaarnpaal droevig te kijken, totdat je je verbeeldt je hond met geloken ogen te zien liggen op een bedje van zeewier.

Het is minder dramatisch dan het lijkt, want je zit - hoe origineel - in het hart van een trend, blijkt uit het groentekookboek als verjaarscadeau. Het is geschreven door net zulke sentimentele niet-vegetariërs. Ze doen een hoop met kikkererwten, snijbiet of aardperen. En aubergine, zo mooi aan de buitenkant, hoeft echt niet sponsig te smaken.

Opgelucht fiets ik de volgende dag weer langs de lantaarnpaal. Ik word bijna van de sokken gereden door een bus waarop groot 'Vegatour' staat geschreven. Het is in de mode, ik wist het wel, zelfs reisorganisaties gaan ermee aan de haal. Als de bus is opgetrokken en ik eindelijk vrij zicht heb op de lantaarnpaal, zie ik dat de sticker is vervangen. 'Een bloemkool heeft ook gevoel.'

Lidy Nicolasen is redacteur van de Volkskrant. Iedere zaterdag schrijft zij een column voor Volkskrant.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden