'Vrijwilligheid is een begrip dat van betekenis verandert als de deur van een kliniek achter je dichtvalt'

Peter Middendorp
Peter Middendorp. Beeld
Peter Middendorp.Beeld

De berichten over Michael P., de verdachte in de zaak van Anne Faber, die tijdens een speciaal verlof uit een kliniek tot zijn daden zou zijn gekomen, voerden mij de afgelopen dagen vaker dan anders in gedachten terug naar de korte tijd die ik zelf in een kliniek heb doorgebracht, afgelopen zomer, toen ik met roken wilde stoppen.

Ik zat er vrijwillig, maar vrijwilligheid is een begrip dat van betekenis verandert als de deur van een kliniek achter je dichtvalt. Iedereen kan wel zeggen dat hij er vrijwillig zit. Iedereen zegt het ook, en zit er ook vrijwillig, uit eigen keuze, al is het vaak de laatste keuze die ze vrijwillig konden maken. Anders kregen ze bijvoorbeeld de kinderen niet terug, of draaiden de bak in, zoals Robert.

Er waren veel regeltjes in de kliniek, er ging veel tijd heen met het voldoen aan de regeltjes. Tweemaal daags kwamen wij bijeen voor een kringgesprek. De rondvraag luidde: 'Hoe zit jij erbij vandaag?' Dan schraapte Robert zijn keel en zei: 'Ja, gisteren, ik weet niet wat dat was, maar vandaag zit ik er weer goed bij.'

Iedereen kreeg dezelfde vraag, en iedereen gaf daarop ten antwoord dat hij er goed bij zat. Als ze het mij vroegen, zat ik er ook goed bij. De medewerkers hadden het toch al zo druk. Straks moesten ze van onze antwoorden ook nog rapportages schrijven.

Na een dag of twee riep ik vanaf de gang alvast hoe goed ik erbij zat, wat als goed nieuws verwelkomd werd. 'Peter zit er goed bij, jongens! Fijn. Hoe zit dat bij jullie? Robert, zo te zien zit jij te popelen om te beginnen. Vertel eens. Hoe zit jij erbij - goed?'

Robert was even terug bij ons, op de detox. Hij had al acht maanden op de afdeling doorgebracht die wij 'Volwassen Lang' noemden, en was dus eigenlijk al bijna klaar geweest om in de maatschappij terug te keren. Maar tijdens een eerste, speciaal verlof had hij, na het verlaten van de kliniek, zo snel mogelijk een reusachtige terugval gekregen, die niemand had zien aankomen. In de rapporten hadden alle vinkjes op groen gestaan.

Ik botste met de regeltjes, de regeltjes botsten met mij. Tijdens een boswandeling werd ik bestraffend toegesproken door een begeleidster omdat ik een hand op iemands schouder had gelegd. 'Fysiek troosten' mocht niet, daar was een regel voor, en niet voor niets. Laatst was fysiek troosten nog - ze keek even naar Robert - lelijk in iets anders overgegaan.

Toen we terugliepen, haalde Robert me in en begon hij me, in het zicht van de begeleiding, over zijn verdriet te vertellen, de echte reden van zijn terugval. Hij wilde leren daar op een gezonde manier mee om te gaan. 'Daarom ben ik ook blij', zei hij, 'dat ik de verantwoordelijkheid heb genomen om terug naar de kliniek te gaan.'

Ik zag hem nog één keer, voor straf schoffelen in een border. Hij mocht weer terug naar Volwassen Lang voor de laatste loodjes, maar niet zonder een therapeutische vernedering. Ik riep zijn naam, hij wees naar zijn schoffel en naar de zon, alsof er niets heerlijkers bestond dan schoffelen in het zonnetje.

Ik wist niet of hij vrijwillig zo deed, ik hoopte van wel, al maakte het eigenlijk niet veel uit. Het ging om je instelling. Die bepaalde wanneer je weer naar buiten mocht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden