Vrijwilligerswerk tot aan de dood

Ze bestaan nog steeds, de vrijwilligers die pannetjes soep rondbrengen bij bejaarden. Er komen steeds meer ouderen, maar die blijven langer gezond en ze kunnen ook zelf de handen uit de mouwen steken....

Vrijwilligers, je kunt er alle kanten mee op. Je hebt natuurlijk de jonge vrijwilligers van het Peace Corps, die de wereld in trekken om de armen te helpen. En je hebt moslim-vrijwilligers die de wapens oppakken uit solidariteit met hun geloofsgenoten.

Die laatsten zijn heus niet alleen jonge Palestijnen die een gordel vol dynamiet ombinden om een Israëlische stadsbus op te blazen. Nee, er zijn ook oudjes bij. Zoals de 70-jarige Pakistaanse oud-legerofficier Shah Wazir, die in 2001 met een geweer zo oud als hij zelf naar Afghanistan toog om de Taliban te steunen in hun strijd tegen de Amerikanen.

Moslims die naar de wapens grijpen bezorgen hun geloofsgenoten in westerse ogen een zeer slechte naam. Dat is te begrijpen, maar niet helemaal terecht. Ook de islam beschouwt de vrijwillige inzet voor hulpbehoevenden, en voor de samenleving, immers als de plicht van iedere gelovige. Het vrijwilligerswerk is ook in de Arabische wereld goed georganiseerd.

Vrijwilligerswerk is van alle tijden en culturen. Padvinders en pioniertjes leren al op jonge leeftijd dat zij anderen moeten helpen. De Verenigde Staten hebben al een lange traditie van vrijwilligerswerk: in ieder dorp en iedere stadswijk zijn wel een of meer clubjes actief om lokale problemen op te lossen.

Amerikaanse bejaarden blijven zo lang mogelijk actief. De 95-jarige Paul Slavin uit Flordia haalde pas nog de krant omdat hij de politie al vijftien jaar als vrijwilliger terzijde staat. Slavin zet alle aangiftes van autodiefstal in de computer. Want de moderne technologie biedt ook hoogbejaarden de mogelijkheid zich van nut te maken.

Vrijwilligerswerk is er te kust en te keur. In Nederland bestaat de organisatie Gilde, waar 50-plussers zich niet alleen beschikbaar stellen voor de bekende stadsrondleidingen, maar ook om buitenlanders Nederlands te leren, om startende ondernemers van advies te dienen, of om lezingen te houden over de meest uiteenlopende onderwerpen.

Wie niet meer kan of mag deelnemen aan het arbeidsproces, heeft het voor het kiezen. Dat betekent een enorme vrijheid. Maar er is meer. Veel ouderen zeggen dat het vrijwilligerswerk hen in leven houdt. 'Toen ik na mijn pensioen naar Florida kwam, zaten mijn leeftijdgenoten in de soos te niksen tot ze erbij neervielen', zegt Slavin in de Wall Street Journal. 'Nu zijn ze allemaal dood.'

Amerikanen hebben plezier in het vrijwilligerswerk, zegt de Japanse socioloog Kioshi Adachi. 'De meeste Amerikaanse vrijwilligers die ik heb ondervraagd zeiden dat ze niet bezig waren zich op te offeren voor de ander. Ze zeiden dat zij zelf het meeste profijt hadden van hun werk. Als dat dan ook nog ten goede kwam aan een ziekenhuis of aan de samenleving als geheel, des te beter.' Vooral oudere Amerikanen vinden dat vrijwilligerswerk zin geeft aan hun leven. Ze willen er dan ook mee doorgaan tot ze erbij neervallen.

Dat is een goede zaak, vindt Adachi, want dat geeft continuïteit aan het vrijwilligerswerk. Een continuïteit die in Japan nog vaak ontbreekt. Daar zijn de meeste vrijwilligers huisvrouwen van achter in de vijftig die, wanneer ze uit de kinderen zijn, eens per maand een paar uur gaan helpen in het ziekenhuis. Langer dan een paar jaar blijven die niet gemotiveerd.

Maar in Japan heeft de overheid dan ook geen oog voor het belang van vrijwilligerswerk. De Japanse overheid beschouwt de zorg voor de samenleving van oudsher als een verantwoordelijkheid die ze met niemand kan delen. De overheid zal echter steeds minder draagvlak vinden voor de nog altijd groeiende loden last van de bejaardenzorg: nu al maken de 21 miljoen bejaarden eenzesde deel uit van de bevolking. Ook de Japanse ouderen zullen dus moeten leren zichzelf te helpen, en elkaar.

Het was een aardbeving die een kentering teweegbracht in het Japanse denken over vrijwilligershulp. 'Al een paar uur na de grote aardbeving in Kobe (1995) kwam een stel jongens met motorfietsen uit eigen beweging in actie', herinnert een Amerikaanse gastdocente in Osaka zich. 'Ze bonden dekens, levensmiddelen, water, alles wat ze konden bedenken achterop en slalomden door de wirwar van auto's die de wegen versperde. Terwijl de hele wereld toekeek hoe het gemeentebestuur en de regering elkaar de schuld gaven van het trage opgangkomen van de hulpverlening, kregen de vrijwillige hulpverleners nota bene van gemeenteambtenaren te horen dat ze schriftelijk toestemming moesten vragen om water naar het rampgebied te brengen.' Heel Japan sprak er schande van, en sindsdien zijn de Japanners positiever gaan denken over vrijwilligerswerk, bevestigt socioloog Adachi.

Vrijwilligers van alle leeftijden bewijzen de samenleving onmisbare diensten, erkenden sprekers uit Europa, Noord- en Zuid-Amerika, Azië, Australië en Afrika bij de officiële afsluiting van het Internationale Jaar van Vrijwilligers in 2001. De Verenigde Staten lieten de cijfers spreken: Amerikaanse vrijwilligers verrichten even veel werk als negen miljoen mensen met een volle baan; hun inspanningen hebben een productieve waarde van 225 miljard dollar per jaar. Brazilië liet trots weten dat wel een kwart van zijn bevolking op de een of andere manier vrijwilligerswerk verricht, Israël pochte dat zelfs de meerderheid van zijn bevolking zich onbetaald inzet voor de goede zaak.

Zuid-Afrika wees op zijn eigen lange geschiedenis van vrijwilligerswerk en legde uit dat het voortkomt uit de geest van ubuntu, een Zulu-woord dat zoiets betekent als 'een mens wordt pas mens door andere mensen'. Ubuntu of niet, Afrika is tegenwoordig ongetwijfeld het werelddeel met het meeste 'onvrijwillige vrijwilligerswerk': de zorg die veel Afrikanen, vooral oudere vrouwen, noodgedwongen op zich hebben genomen voor hun door aids getroffen kinderen en hun verweesde kleinkinderen. De nood die deze ouderen proberen te lenigen is gigantisch. Want de prognose voor de landen bezuiden de Sahara luidt dat de helft van de jongeren onder de vijftien aan de gevolgen van aids zal overlijden.

In Afrika worden bovendien nog veel vrijwilligers ingezet bij de bestrijding van andere epidemieën en hongersnoden. De 72-jarige oud-verpleger Pierre Bertin Wadochedohoun uit Benin is al bijna 25 jaar vrijwilliger voor het Rode Kruis. In een reeks van dorpen heeft hij eerstehulpposten opgezet en voorlichting gegeven over hygiënische maatregelen ter voorkoming van ziektes. Met Franse hulp heeft hij zelfs een heel ziekenhuis gebouwd, compleet met verpleegopleiding.

Maar de oud-verpleger is nog niet van plan op zijn lauweren te gaan rusten. Want sommige Afrikanen hebben volgens hem een heel verkeerd beeld van vrijwillige hulpverleners. 'Ze denken dat wij maar boffen omdat we meehelpen bij het uitdelen van hulpgoederen', zegt hij. En ja, die achterdocht dat er iets aan de strijkstok blijft hangen, daar wil de bejaarde Beniner nog wel graag mee afrekenen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden