Reportage Vrijwillige brandweer

Vrijwilligers bestieren de brandweer, maar mag dat nog wel?

De Nederlandse brandweer draait voor 80 procent op vrijwilligers, die grotendeels hetzelfde werk doen als de beroeps. Dat is niet in lijn met EU-regelgeving, maar wie gaat het werk anders opknappen?

In Dreumel blust de vrijwillige brandweer een hooibrand in een schuur. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Als bij brandweervrijwilliger Marco Damen (44) ’s nachts de pieper afgaat, kleedt hij zich als een haas aan, racet op de fiets naar de brandweerkazerne, hijst zich daar in het brandweerpak met helm en springt in de bluswagen. En dat allemaal binnen een tijdsbestek van 3 tot 3,5 minuut, van wakker worden tot wegrijden met de tankautospuit, zoals de bluswagen in brandweerjargon heet.

‘De adrenaline giert dan door je lijf’, zegt hij bij de brandweerkazerne in Vught. ‘Het is elke keer weer topsport.’ Na een 112-melding voor brand (of een verkeersongeluk met beknelling) gaan ook de piepers af van elf andere brandweervrijwilligers. Die kunnen op de beschikbaar- of de niet-beschikbaarknop drukken, bijvoorbeeld als ze door werk te ver van de kazerne zitten. Als er te weinig mensen beschikbaar zijn, worden na 30 seconden automatisch twaalf andere vrijwilligers opgepiept.

‘Het is altijd weer een race tegen de klok’, vertelt Stevie Heuer (26). ‘Je slaapt zelfs op de piep.’ Voor de tankautospuit zijn zes brandweervrijwilligers nodig: voorin de chauffeur en bevelvoerder, achterin vier manschappen. Zodra een zestal compleet is, rukt de blusauto uit. De andere vrijwilligers die naar de kazerne zijn gesneld, wachten nog even of er versterking nodig is met een tweede tankautospuit. Zo niet, dan gaan zij terug naar huis.

Brandweervrijwilligers Stevie Heuer en Marco Damen. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

De brandweer in Vught draait volledig op vrijwilligers, 26 in totaal, onder wie twee vrouwen. Er is wel een parttime-postcommandant in vaste dienst, maar die houdt zich vooral bezig met organisatorische zaken. Damen is operator bij een chemisch bedrijf in Waalwijk, Heuer werkt bij een beveiligingsbedrijf in Den Bosch. De brandweer is hun hobby en passie. ‘Het is een heel directe vorm van hulpverlening’, zegt Damen. ‘Mensen zijn altijd blij en opgelucht als we ter plaatse komen’, aldus Heuer.

Vrijwilligers vormen met 80 procent de ruggegraat van de Nederlandse brandweer. Tegenover vijfduizend beroepsbrandweerlieden staan liefst negentienduizend vrijwilligers. In stedelijk gebied opereren vooral beroepskorpsen, terwijl kazernes op het platteland vaak alleen door vrijwilligers worden bediend.

Systeem onder druk

Maar dit bijzondere systeem, dat werkt naar tevredenheid van velen, staat onder druk. Niet doordat er te weinig vrijwilligers zijn, maar door Europese regelgeving. Want op de werkvloer bestaan nauwelijks verschillen tussen beroeps- en vrijwillige brandweerlieden. Ze doen hetzelfde werk en hebben dezelfde opleiding. En dus, zo zeggen Europese regels, moeten ze een gelijke behandeling krijgen.

Volgens EU-regelgeving zouden ze hetzelfde betaald moeten krijgen – een Belgische brandweervrijwilliger heeft daarover met succes een rechtszaak gevoerd voor het Europees Hof van Justitie. Nederlandse brandweervrijwilligers krijgen een vergoeding van 2- tot 3 duizend euro per jaar, afhankelijk van het aantal keren dat ze moeten uitrukken.

Vorig jaar onderzochten juristen in opdracht van het ministerie van Justitie en Veiligheid of de huidige situatie, waarbij de brandweer grotendeels draait op de inzet van vrijwilligers, in lijn is met de Europese regelgeving rond gelijke behandeling. De conclusie: er moet iets veranderen omdat er ‘een reëel risico ontstaat dat de vrijwilliger als deeltijdwerker valt aan te merken’.

‘Simpel gezegd misbruiken we volgens het Europees Hof de positie van de brandweervrijwilliger’, zegt een woordvoerder van Justitie en Veiligheid. ‘Dat is een beetje dubbel. De meeste vrijwilligers willen het juist zo. Als we hetzelfde aantal mensen bij de brandweer willen behouden, moeten we ze in dienst nemen. Dat willen veel vrijwilligers niet, want ze hebben al een andere baan.’

De brandweer spuit deelnemers schoon na afloop van het Nederlands kampioenschap zwientie tikken, vorige maand in Luttenberg. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Steeds meer eisen

Hoogleraar arbeidsrecht Leonard Verburg deed in opdracht van het ministerie nader onderzoek naar de praktijk. Hij constateert dat de taken van vrijwilligers en beroeps in de afgelopen jaren over het algemeen naar elkaar toe zijn gegroeid. Daardoor moeten vrijwilligers aan steeds meer eisen voldoen en zijn nieuwe vrijwilligers moeilijker te vinden. ‘We moeten de verschillen tussen de beroeps en de vrijwilligers weer aanscherpen’, zegt hij. ‘Dat gaat over de aard van het werk, de opleidingsvereisten en de arbeidsomstandigheden.’

Toch is dat nog niet zo makkelijk, omdat veel kazernes op het platteland uitsluitend draaien op vrijwilligers. Zij moeten daar grotendeels hetzelfde werk doen als hun beroepscollega’s in bijvoorbeeld Amsterdam, Utrecht of Den Bosch. Om die situatie te veranderen, zou er bijvoorbeeld geschoven moeten worden met personeel.

‘Dat is onbegonnen werk, arbeidsrechtelijk ingewikkeld en vreselijk kostbaar’, zegt Ton van der Vossen (68), bestuurslid van de Vakvereniging Brandweer Vrijwilligers (VBV) en gepensioneerd brandweercommandant in Vught. Ter illustratie: Vught valt onder de Veiligheidsregio Brabant-Noord met in totaal 39 kazernes, tweehonderd beroeps- en duizend vrijwillige brandweerlieden. Alleen Den Bosch heeft een beroepsbrandweerkorps, alle andere kazernes in dit deel van Brabant draaien op vrijwilligers.

Liever geen beroeps

Ook de vrijwilligers Damen en Heuer staan niet te springen om in deeltijd een soort beroepsbrandweerman te worden. Zij hechten sterk aan het huidige systeem. ‘Anders was ik meteen wel beroeps geworden’, zegt Heuer. Vrijwilligheid is weliswaar niet hetzelfde als vrijblijvendheid, maar geeft de brandweervrijwilliger wel meer flexibiliteit. ‘Wij doen bij calamiteiten hetzelfde als de beroeps, maar hoeven niet 24 uur in een kazerne te zitten’, aldus Damen. ‘Wij zitten lekker bij de kinderen thuis. Ik zou me rot vervelen in de kazerne.’

Heuer verwacht ook conflicten met werkgevers. ‘Niet iedere baas gaat ermee akkoord dat je een tweede baan met arbeidscontract ernaast krijgt’, zegt hij. En over een vast salaris bij de brandweer, net als de beroeps, is hij evenmin enthousiast. ‘Je doet dit werk niet voor het geld’, aldus Heuer. ‘Je doet het vooral voor de waardering die je krijgt van de mensen. Soms komen ze na afloop een bloemetje brengen op de kazerne.’

Een denktank onder voorzitterschap van de Nijmeegse burgemeester Hubert Bruls komt naar verwachting eind dit jaar met een advies voor minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid. Daarna wordt besloten hoe het verdergaat met de brandweervrijwilligers. ‘In die denktank zijn wij alleen niet vertegenwoordigd’, verzucht VBV-bestuurslid Van der Vossen. ‘Dat is wel weer typisch: ze beslissen over de brandweervrijwilligers zonder inbreng van de vrijwilligers.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden