Vrijwilliger onder pet van de baas

Als personeelsuitje met een groep bejaarden een dagje weg. Een week samen met je collega's in een bos aan de slag....

VRIJWILLIGERS, DAT zijn toch langdurig werklozen die de tijd doden door met kwijlende omaatjes of bijterige asielhonden op stap te gaan? Theo van Loon van de Nederlandse Organisatie van Vrijwilligers (NOV) zucht diep. 'Die vooroordelen krijgen we er maar niet uit', zegt hij. 'Terwijl bijna vier miljoen Nederlanders vrijwilligerswerk doen, zo'n 30 procent van de volwassen bevolking.

'Stel dat die vier miljoen morgen niets doen. Dan is er geen sprake meer van amateursport, een Elfstedentocht en van politieke partijen. De vakbonden vallen stil, organisaties als Amnesty International functioneren niet meer, noem maar op. Zonder vrijwilligerswerk zou onze democratische samenleving stagneren.' Om dat te laten zien heeft de Verenigde Naties het jaar 2001 uitgeroepen tot 'Jaar van de Vrijwilliger'.

Toch lijkt de vrijwilliger niet veel promotie meer nodig te hebben. Hernieuwde belangstelling uit onverwachte hoek, namelijk het bedrijfsleven, heeft het werk hot gemaakt.

Een IT-bedrijf in de Amsterdamse Bijlmer dat gratis computerles geeft op de school aan de overkant, krijgt daar een club enthousiaste vakantiewerkers voor terug. En samen de speelplaats opknappen bevordert de sfeer in de buurt. Vrijwilligerswerk kan daarnaast tot teambuilding leiden. Door samen bejaarden een leuke dag te bezorgen, leren collega's elkaar beter kennen dan tussen copieuze diners en grootschalige borrels door in een luxe congrescentrum op de hei.

'Verantwoordelijkheid nemen', noemen bedrijven het zelf. 'Iedereen is individueel verantwoordelijk voor de maatschappij. Als bedrijf ben je het samen', vindt Rob Defares, directeur van IMC (International Marketmaker Combination), het grootste handelshuis op de Amsterdamse Optiebeurs.

Defares verplicht zijn werknemers drie dagen per jaar van hun vrije tijd te wijden aan eigen IMC-projecten: de Special Olympics, een sportevenement voor verstandelijk gehandicapten en de IMC-Weekendschool, waar kinderen uit achterstandsbuurten in het weekend bijgespijkerd worden in hun algemene ontwikkeling. Geld geven doet Defares ook maar 'aflaatbriefjes' werken niet. 'Mijn werknemers moeten hun talenten geven aan die projecten. En in hun vrije tijd want anders is het geen opoffering.'

Niet elke marketmaker is hier even enthousiast over, geeft de directeur toe. 'Maar niemand probeert zich eraan te onttrekken. Het gaat er om dat het volkomen normaal is minderbedeelden te helpen. Dat sommige bedrijven dat niet doen, vind ik absurd.'

Toen marketmaker Tobias Hekster (27) tweeënhalf jaar geleden bij IMC in dienst trad, vond hij verstandelijk gehandicapten 'een beetje eng', en had hij nog nooit een jongere uit de Bijlmer ontmoet. Maar inmiddels is hij de meest enthousiaste coördinator van de weekendschool. 'De hele dag ben ik bezig met cijfers. Ik zie niets anders dan een krappe vloer vol mannetjes in jasje-dasje. Het vrijwilligerswerk relativeert dat enorm. Zeker, als zondagochtend om zeven uur die wekker afgaat, dan baal ik wel even. Maar eenmaal op die school is het geweldig. Die kinderen zijn zo gemotiveerd.'

Niet alle bedrijven die goed willen doen, nemen zoveel initiatief. Velen vragen aan het NOV of er nog projecten lopen. De laatste maanden kwamen er zoveel aanvragen binnen dat de vrijwilligerscentrale Amsterdam het bemiddelingsproject 'maatschappelijk ondernemen' begon.

'De charitatieve instellingen moeten nog wennen aan de belangstelling van het bedrijfsleven', weet NOV-woordvoerder Theo van Loon. Vooral omdat bedrijven 'zapvrijwilligers' leveren: mensen die in korte tijd een project willen afronden met direct waarneembaar resultaat. Zoals het schilderen van een muur in een bejaardenhuis. 'Maar de organisaties zijn nog steeds ingesteld op de vrijwilliger die veertig jaar werkt voor dezelfde stichting', zegt Van Loon. 'Het is belangrijk dat wij ons aanpassen. Die steun vanuit het bedrijfsleven kan het vrijwilligerswerk voor een zorgelijke toekomst behoeden.'

Want uit eigen initiatief komen de vrijwilligers nog steeds niet massaal opdagen. Hoger opgeleiden, traditioneel het grootste deel van het vrijwilligersleger, hebben het druk met hun carrière. De kerk, vanouds het grootste vrijwilligersbolwerk, zit maatschappelijk gezien nog steeds in een dip.

Bedrijven springen in dit ontstane gat omdat ze zich willen profileren, meent Van Loon. 'Het is een trend: toen ik tien jaar geleden het bedrijfsleven voor samenwerking met het NOV probeerde te interesseren, kreeg ik geen voet aan de grond.' De trend is overgewaaid uit de Verenigde Staten. Daar is het al tientallen jaren doodgewoon om door de baas naar een vrijwilligersklus gestuurd te worden - in het vrije weekend 'met een pet van het bedrijf op. Vrouw en kinderen gaan verplicht mee', weet Van Loon.

De Amerikaanse regering biedt immers veel minder sociale voorzieningen dan verzorgingsstaat Nederland. 'Maar ook hier treedt de overheid steeds meer terug', zegt Hekster. 'Het bedrijfsleven reageert daarop. De sociale interesse is de keerzijde van de marktwerking.'

De Rabobank lift vrolijk mee met de trend. 'Het thema past bij de identiteit van de Rabobank', zegt Kees Fijneman, projectleider vrijwilligerswerk. 'Al jaren ondersteunen locale Rabobanken vrijwilligersprojecten in hun eigen omgeving, waar al of niet eigen medewerkers reeds actief in waren.' De projecten worden gesteund met geld, faciliteiten en kennisoverdracht van de bank. Daarnaast financiert de Rabobank sinds kort NOV-projecten en het Nationale Compliment, een geldprijs voor vrijwilligers.

'Het besef groeit dat wij als bank geen eiland in de samenleving zijn', vertelt Fijneman. 'We hebben een sociale rol te vervullen.' Hij erkent dat het niet geheel onbaatzuchtig is. 'Het is een goede reclame voor de bank.'

In dwang, zoals het IMC doet, gelooft Fijneman niet. 'Vrijwilligerswerk moet vrijblijvend aangeboden door de werkgever, anders worden medewerkers nooit enthousiast.' En dat moet ook in de tijd van de baas verricht worden, vindt Fijneman. 'Alleen dan kun je de naam van het bedrijf er met recht aanplakken.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden