drie vragen

Vrijspraak in coldcase-zaak, is het doek gevallen voor de omstreden Mister Big?

De roep om transparantie klinkt steeds luider nu de rechtbank een bekentenis, verkregen via een omstreden methode, als niet bruikbaar terzijde heeft geschoven.

Het Paleis van Justitie, waar het hoger beroep tegen Willem Holleeder wordt behandeld. De rechtbank veroordeelde Holleeder tot een levenslange gevangenisstraf, wegens zijn sturende rol in een reeks criminele afrekeningen.  Beeld ANP
Het Paleis van Justitie, waar het hoger beroep tegen Willem Holleeder wordt behandeld. De rechtbank veroordeelde Holleeder tot een levenslange gevangenisstraf, wegens zijn sturende rol in een reeks criminele afrekeningen.Beeld ANP

De Amsterdamse rechtbank oordeelde dinsdag dat een bekentenis die verkregen was via de omstreden undercovermethode ‘Mr. Big’ niet bruikbaar is als bewijs. Dit betekent vrijspraak voor twee verdachten in een bijna twintig jaar oude coldcase-zaak.

Een bekentenis is toch een bekentenis. Waarom mocht die niet worden gebruikt?

De rechtbank kan onvoldoende controleren of de bekentenis die verdachte Ad K. aan een undercoveragent deed, wel in vrijheid is afgelegd. Bovendien, constateren de rechters, dat er tijdens één van de gesprekken te veel druk is uitgeoefend door een undercoveragent.

De coldcase-zaak draait om de verdwijning van de vermeende drugshandelaar Patrick van Dillenburg in 2002. Van zijn lichaam is nooit een spoor gevonden. Volgens het Openbaar Ministerie moet Van Dillenburg op ‘zeer gewelddadige wijze’ om het leven zijn gekomen, en zijn Ad K. en medeverdachte Fred T. daarvoor verantwoordelijk. In december eiste het OM een celstraf van 17 jaar tegen de twee.

Het belangrijkste bewijs was afkomstig van Ad K. zelf. De Brabander werd vanaf 2017 ingepalmd door een undercoveragent. Ad K. raakte bevriend met hem. Hij was in de veronderstelling deze ‘vriend’ een crimineel was en dat hij via hem lucratieve opdrachten kon krijgen. Uiteindelijk vertelde Ad K. in het najaar van 2018 aan de undercoveragent dat hij samen met Fred T. op gruwelijke wijze Van Dillenburg om het leven had gebracht. Ze zouden het lichaam zelfs in een shredder hebben gegooid en de resten hebben uitgestrooid over een bloembollenveld.

Na zijn arrestatie zei Ad K. dat zijn bekentenis een onzinverhaal was. Volgens hem was het ‘stoerdoenerij’. Hij hoopte via zijn nieuwe ‘vriend’ ‘bakken met geld’ te verdienen zodat hij zijn droom – een krokettenrestaurant in Cambodja – kon waarmaken.

De rechtbank oordeelde dinsdag dat er zeker aanwijzingen zijn dat de verdachten op een of andere manier betrokken zijn geweest bij de dood van Van Dillenburg. Maar, zo stellen de rechters, deze aanwijzingen zijn onvoldoende voor een veroordeling.

De bekentenis van Ad K. kan volgens de rechters niet gebruikt worden, omdat het onvoldoende te toetsen is hoe de verdachte precies tot zijn verklaring kwam.

In deze zogenoemde ‘shredder-zaak’ werden er pas geluidsopnames gemaakt vanaf het moment dat Ad K. begon te bekennen. In de maanden daarvoor werd niets opgenomen. Door de ‘summiere’ verslaglegging is het voor de rechtbank onvoldoende te controleren hoe de armlastige, verslaafde Ad K. is ingepalmd en of er inderdaad ‘cruciale’ beloftes over lucratieve klussen zijn gedaan.

Is de bekentenis van Ad K. vals?

De rechtbank laat zich in het vonnis niet uit over deze vraag. Volgens rechtspsycholoog Robert Horselenberg van Universiteit Maastricht is ‘de kans op een valse bekentenis in mr. Big-zaken knettergroot. De politie jaagt in zulke zaken op een bekentenis. Er is dus per definitie sprake van een tunnelvisie. Terwijl we uit de wetenschap juist weten dat de kans op een valse bekentenis groter wordt als je mensen afhankelijk van je maakt, valse hoop geeft en hen een beloning in het vooruitzicht stelt.’

Volgens K.’s advocaat Vito Shukrula blijkt dit ‘ook overduidelijk uit deze zaak. Onschuldige mensen worden bij de mr. Big-methode verleid om te iets te bekennen wat ze niet hebben gedaan.’

In een andere Mr. Big-zaak oordeelde een deskundige onlangs dat de kans op een valse bekentenis kan oplopen tot 43 procent. Het Haagse gerechtshof deed in deze zogenoemde Posbank-moord afgelopen vrijdag uitspraak. In die zaak werd de bekentenis die de verdachte aan een undercoveragent had gedaan, uiteindelijk niet gebruikt als bewijs. De verdachte werd wel veroordeeld, omdat er volgens het gerechtshof genoeg ander bewijs was.

Betekent dit dat de mr Big-methode van tafel is?

Advocaat Shukrula hoopt van wel. Maar de rechtbank schrijft in het vonnis dat het OM deze undercover­methode wel mag inzetten, mits het traject ‘grondig en zorgvuldig’ kan worden getoetst. Hoogleraar strafrecht Sven Brinkhoff (Open Universiteit) noemt deze coldcasezaak daarom ‘een testcase’.

In 2019 scherpte de Hoge Raad de regels voor de inzet van mr. Big-trajecten aan om het risico op valse bekentenissen te verkleinen. ‘Dit is een heel belangrijke uitspraak’, zegt Brinkhoff. ‘Niet alleen voor de mr Big-methode, maar voor alle vormen van undercoverwerk. De rechtbank heeft zich nu voor het eerst uitgelaten hoe zo’n undercovertraject ingezet hoort te worden. De roep om transparantie, bij voorbeeld door het maken van geluidsopnames, klinkt steeds luider. Dan kunnen rechters toetsen of de undercoveragenten geen ongeoorloofde druk hebben uitgeoefend.’

Verbetering: In een eerdere versie van dit artikel stond ten onrechte dat het Haagse gerechtshof de bekentenis in de Posbank-zaak uitsloot als bewijs vanwege het risico op een valse bekentenis. Het hof heeft de bekentenis überhaupt niet gebruikt als bewijs, en geen oordeel gegeven over de vraag of het mogelijk een valse bekentenis betrof.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden