Analyse Internationaal Strafhof

Vrijspraak Bemba dwingt aanklagers Strafhof in het defensief

Het Internationaal Strafhof in Den Haag. Foto ANP

Een unieke vertoning in het Internationaal Strafhof in Den Haag: vrienden en familieleden van de Congolees Jean-Pierre Bemba juichen en omhelzen elkaar nadat zijn veroordeling vrijdag ongedaan werd gemaakt. Tien jaar, sinds zijn arrestatie in 2008, zat de voormalige vicepresident vast. Hij was in 2016 veroordeeld tot 18 jaar cel wegens misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden.

In de Congolese hoofdstad Kinshasa gingen afgelopen weekeinde duizenden mensen de straat op. Ze betuigden steun aan oppositieleider Moïse Katumbi, die Bemba ‘zijn vriend en zoon van het volk’ noemde. Sommigen zien in Bemba de toekomstige president.

Zover is het nog niet. Bemba’s gevangenisstraf was door het Straf hof met een jaar verlengd wegens manipulatie van getuigen en vervalsing van bewijsmateriaal. Daarvan is hij niet vrijgesproken. Dinsdag buigt het hof zich over de vraag of hij niettemin op korte termijn op vrije voeten komt.

De verrassende uitspraak van het International Criminal Court (ICC) kan uitgelegd worden als een blamage voor de aanklagers, én de rechters die in eerste instantie tot een langdurige celstraf besloten. Anderzijds kan het hof het veelgehoorde verwijt pareren dat het een koloniaal instituut is waar alleen Afrikanen terecht staan en veroordeeld worden. Immers, het neemt waarheidsvinding serieus en komt daardoor tot andere inzichten.

Hard oordeel

Rechter Christine Van den Wijngaert oordeelde hard over het eerdere vonnis. Daarin werd rebellenleider Bemba aansprakelijk gesteld voor misdaden die leden van zijn militie hadden gepleegd in de aan Congo grenzende Centraal Afrikaanse Republiek. Het vonnis gold als een mijlpaal: niet eerder werd iemand veroordeeld wegens wandaden (moord, verkrachting) van ondergeschikten. In hoger beroep oordeelden de rechters in meerderheid dat Bemba niet bij machte was zijn troepen op het grondgebied van een ander land tot de orde te roepen, al zou hij dat wel hebben geprobeerd.

De vrijspraak betekent dat nog maar een paar veroordeelden achter de tralies blijven. Pas in 2012, tien jaar nadat het hof aan de slag was gegaan, werd de eerste verdachte veroordeeld: de Congolese krijgsheer Thomas Lubanga. Andere aangeklaagden ontsprongen de dans. Een zaak tegen de zittende Keniaanse president Uhuru Kenyatta werd gestaakt. Tegen een ander staatshoofd, Omar al-Bashir, werd een arrestatiebevel uitgevaardigd, maar wanneer hij Afrikaanse landen bezocht, weigerden die hem uit te leveren. Een beruchte rebellenleider, Joseph Kony, aanvoerder van het Verzetsleger van de Heer dat in enkele Afrikaanse landen actief is, is al jaren voortvluchtig.

In totaal veroordeelde het hof vier verdachten, onder wie Bemba. Er loopt nog een zaak tegen oud-president Laurent Gbagbo van Ivoorkust, die werd aangeklaagd als aanstichter van moord en seksueel geweld.

Al en met al een mager resultaat sinds het ICC rond de eeuwwisseling werd opgericht, zeggen critici van het hof, waarbij meer dan 120 landen aangesloten zijn. Hoofdaanklager Fatou Bensouda, wier voorganger de hand had in de aanklachten tegen Bemba, noemde de uitspraak in hoger beroep ‘betreurenswaardig en zorgwekkend’. Het was de belangrijkste zaak waarin seksueel geweld als misdaad een rol speelde. Achttien jaar cel was de hoogste straf die het hof heeft opgelegd.

Vooringenomen

Aanklager Bensouda, afkomstig uit Gambia, heeft het hof altijd verdedigd tegen de kritiek vanuit Afrika dat het vooringenomen was. De rechtspraak bewijst slachtoffers van de vele conflicten op het continent een dienst, betoogde ze. Het ICC kan tot vervolging overgaan als nationale autoriteiten daartoe niet bereid zijn, of geen fatsoenlijke rechtsgang kunnen bieden. Bensouda wees erop dat lidstaten ‘eigen’ burgers voor het hof hebben gebracht. Ook de Veiligheidsraad van de VN kan verdachten naar het ICC verwijzen.

Enkele Afrikaanse landen trokken zich de afgelopen jaren terug uit het Strafhof, of overwegen die stap. Nog maar een paar maanden geleden zei de Rwandese president Paul Kagame dat het altijd de bedoeling van het ICC is geweest ‘om Afrikanen te berechten, niet mensen uit de hele wereld’.

Mensenrechtenorganisaties reageren fel op de vrijspraak van Bemba. Solomon Sacco, hoofd van het juridische team van Amnesty International, sprak over ‘een enorme klap in het gezicht’ van slachtoffers van seksueel geweld. Ook bestaat de vrees dat commandanten voortaan ‘wegkomen’ met wandaden van hun ondergeschikten. ‘Met deze uitspraak lijken rechters tegen krijgsheren te zeggen: zolang jullie niet op de plaats des onheils waren, kun je jouw troepen de vreselijkste dingen laten doen en daarna zeggen dat je er niets mee te maken had’, zei Karine Bonneau van de Internationale Federatie voor Mensenrechten. ‘Richt het ICC zichzelf na twintig jaar ten gronde?’

Vier veroordeelden

Thomas Lubanga Foto EPA

Thomas Lubanga, een voormalige Congolese rebellenleider, was de eerste veroordeelde. Het proces tegen hem begon in 2009; in 2012 kreeg hij een gevangenisstraf opgelegd van 14 jaar wegens oorlogsmisdaden. Hij had begin deze eeuw op grote schaal kindsoldaten geronseld, die aan gevechten deelnamen en van wie sommigen zijn persoonlijke lijfwachten waren. Naar verwachting wordt hij in 2020 vrijgelaten.

Germain Katanga Foto AP

Germain Katanga, een rivaliserende Congelese rebellenleider, werd in 2014 tot 12 jaar cel veroordeeld wegens oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Hij leidde in 2003 de aanval op een dorp waarbij meer dan tweehonderd mensen werden afgeslacht. Twee jaar later werd hij overgedragen aan het Strafhof. Hij kwam in 2016 vrij, nadat hij tweederde van zijn celstraf (inclusief de periode vóór het vonnis) had uitgezeten.

Jean-Pierre Bemba Foto Reuters

Jean-Pierre Bemba, voormalig Congolees vicepresident, was de derde veroordeelde en kreeg in 2016 de hoogste celstraf opgelegd: 18 jaar. Hij was schuldig bevonden aan misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden in de Centraal Afrikaanse Republiek, waar zijn rebellengroep opereerde. Vrijdag werd het vonnis in hoger beroep omgezet in vrijspraak.

Ahmad al-Faqi al-Mahdi. Foto anp

Ahmed al-Faqi al-Madi uit Mali werd in hetzelfde jaar veroordeeld als Bemba. Hem werd 9 jaar cel opgelegd wegens de vernietiging van religieuze en historische monumenten in 2012, waaronder negen mausolea en een moskee in Timboektoe. Al-Madi behoorde tot een Toeareg-beweging die nauwe banden heeft met de terreurgroep Al Qaida.  

Meer over

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.