Vrijmibo op de Zuidas, waar ze tongen zoals ze dat in films hebben gezien

'Wat wil je weten schat, zeg het'

Naar café De Blauwe Engel komen vrouwen uit de provincie om er een advocaat of bankier aan de haak te slaan, hoorde auteur Stephanie Hoogenberk bij Jinek. Daar moest ze naartoe.

Beeld Florian van Roekel

Café De Blauwe Engel op de Zuidas in Amsterdam heet ook wel café De Blauwe Hengel. Bij Jinek werd gezegd dat vrouwen uit de provincie ernaartoe komen om hun slag te slaan tussen de bankiers en advocaten. Op de website van het café staat: 'De vrijdagmiddagborrel is legendarisch.'

Daar moest ik naartoe.

Op het eerste gezicht lijkt het om zes uur 's avonds op een besloten vrijdagmiddagborrel. Mannen in pak staan in groepjes bier te drinken in de glazen serre die de buitenkant van de kroeg vormt. Binnen een donkere, bruine bar waar een houten wenteltrap naar de wc's en de garderobe leidt.

De algemene stand van de man in pak: wijdbeens, linkerhand in de broekzak en een vaasje in de rechterhand. Daarmee krijgt zelfs iemand die net afgestudeerd is de zelfverzekerde houding van een succesvolle zakenman.

Beeld Foto Florian van Roekel
Beeld Florian van Roekel

'Wat moet je nog meer weten, schat?'

Ik kijk rond, vraag me af hoe ik een provincievrouw herken. Over de mannen laat ik me uitleggen dat alleen de bankiers een pak dragen, de advocaten herken je aan een sjaal die ze losjes hebben omhangen.

Ik loop op een man met sjaal aan de bar af, om te vragen of hij advocaat is.

'Nee schat, vastgoed. Wat dan?'

'Op de Zuidas?'

'In het centrum.' Hij kijkt over mijn hoofd heen, alsof we ieder moment betrapt kunnen worden. 'Wat moet je nog meer weten, schat?'

Ik weet het verder ook niet. Dan maar de vraag of hij in de Quote staat.

'December 2016, ja. Want? Kom eens mee naar buiten jij.'

Ik achter hem aan naar de serre, als een leerling achter zijn docent.

Hij praat met consumptie. 'Wat wil je weten, schat, zeg het.' Hij staat dreigend voor me, ik met mijn rug tegen de muur. Ik zeg dat ik alleen wilde weten of hij advocaat is, dat ik een steekproef hield.

Hij ontspant. Zijn kaken kauwen door. 'Heb je kinderen?' vraag ik. Hij zucht: 'Vier dochters.' Dan opgewekt: 'De jongste is net Tedje van der Parre, ken je die? Die bodybuilder.' Hij doet voor hoe ze loopt. Handen op de rug, kont naar achteren. Hij moet er hard om lachen.

'Luister lieverd, ik weet niet wat je wil, ik ben in ieder geval een flink aantal jaar ouder. Jij was acht jaar geleden nog 15 toch?'

Ik zeg dat ik 32 ben, tegen dovemansoren. Hij kijkt me aan, glimlacht, zegt: 'Ik vind het wel mooi hoe je doet. Young and angry. Laat de mannen maar naar je pijpen dansen. De kut regeert, onthoud dat.' Opnieuw een schaterlach.

Het is bijna zeven uur. Een vrouw aan de bar rekent af en zet grote ogen op bij het bekijken van de rekening. Haar wenkbrauwen opgetrokken. Mensen die schrikken van de rekening: een universeel teken van de provincie.

'Zo zien we ze niet vaak op de Zuidas'

Op de nog lege dansvloer staan drie vriendinnen met elkaar te praten, de houding onwennig. Iemand naast me ziet me kijken, zegt: 'Als je bij ons zo naar kantoor kwam, stuurde de baas je meteen terug naar huis.' Een van de drie heeft zwarte lieslaarzen over haar spijkerbroek. Om haar onderarm hangt een zwarte tas met een gouden ketting.

'Uit de provincie?', vraag ik.

'Wat denk je zelf?', vraagt hij.

We kletsen wat, de man en ik. De barman wijst op mijn lege glas, of ik een nieuw biertje wil. De service is formidabel. Opeens zie ik een man in pak een gesprek afronden met de vrouw met lieslaarzen. Ik loop achter hem aan naar de wc.

Ik vraag wie wie aansprak.

'Sprak zij jou aan?'

'Ik haar.' Hij zegt dat hij met een groepje collega's staat en dat ze haar een verschijning vinden. 'Niet knap, niet mooi, niet opwindend, maar interessant.' Hij heeft een vriendin, zegt hij er maar even bij. Hij houdt zijn handen omhoog ten teken dat hij nergens aan heeft gezeten. 'Maar zo zien we ze niet vaak op de Zuidas.'

Beeld Florian van Roekel

'Vanwaar deze vragen?'

Hij draagt een broek met hoog water, eronder kleurrijke sokken. Hij is vastgoedbelegger (35). Het haar naar achteren gekamd, twee grijze slapen, en de armen over elkaar met een lichte kromming in de rug. 'Hij hangt in zijn karkas', zou een vriendin van me zeggen. Hij vraagt of ik hem achterna ben gelopen om dit te vragen. Ik knik. Dat vindt hij eerlijk gezegd een beetje vreemd. Ik zeg dat ik dat zelf ook vind. 'Vanwaar deze vragen?'

Ik aarzel. Hij dringt aan. Ik zeg uiteindelijk toch maar dat ik een stukje schrijf voor de krant.

Hij gelooft het niet. Mij best.

Een barmedewerkster komt uit de deur van de garderobe.

Hij: 'Ken jij haar? Schrijft voor de krant.'

Ik geef hem een vernietigende blik. Ik zeg: 'Grappig, ik had je slimmer ingeschat.'

Hij: 'Ga jij maar even afkoelen op de wc.'

De foto's bij deze reportage zijn afkomstig uit het beeldarchief van Florian van Roekel, opgebouwd bij diverse borrels in de jaren 2010 en 2011. Beeld Florian van Roekel

Glazenwassen

Op de wc maak ik een nieuwe vriendin. Ze is Turks, beige coltruitje, hoge hakken, Lara Croft-figuur, 34, werkt niet op de Zuidas, wel in de buurt. Vanavond moet ze nog met de trein terug naar Haarlem. Ze trekt er een sip gezicht bij. Morgen heeft ze haar zevende date met een Turkse man op wie ze verliefd aan het worden is. Dan de vraag: 'Heb je zin om beneden bij mij aan de bar te komen staan, ik sta met mijn matties Barry en Joop.'

Bij Barry en Joop is het feest. Ik krijg meteen een koud biertje aangereikt, met een knipoog van Barry. Barry (50), een grote man in een blauwe blouse met bloemenmotief in de kraag, drager van een Buddha-to-Buddha-armband, werkt op de Zuidas. Ik vraag wat hij doet. 'Glazenwasser,' antwoordt hij. 'Ja, echt.' Hij kijkt me lachend aan. 'Nee, ik heb een eigen bedrijf in finance.' Volgens hem lijk ik op zijn jongste dochter. 'Alles erop en eraan, zeg maar.' Ik verslik me bijna in mijn bier.

Barry en Joop blijken hetzelfde gevoel voor humor te delen. Joop (52), gezet, klein van stuk, zwarte blouse, op de vraag wat hij doet: 'Ik zeg altijd: ik ben glazenwasser op de Zuidas. Als ik alle ramen heb gedaan van beneden naar boven, kan ik weer opnieuw beginnen.' Hij lacht zijn spierwitte tanden bloot. Joop zit in de shampoo, blijkt bij navraag.

Beeld Florian van Roekel
Beeld Florian van Roekel

'Zij is megalekker, ik wil haar regelen'

Mijn nieuwe vriendin staat met iemand te kletsen. Voor me staat een Surinaamse man in pak (30) te dralen, een pen van Deloitte in zijn borstzak. Ik vraag wat hij doet. Hij antwoordt zonder me aan te kijken. 'Consultant.' Of hij hier vaker komt, vraag ik. Hij knikt van ja, kijkt langs me heen. Dan de vraag of die Turkse achter mij een vriendin is. 'Zij is megalekker, ik wil haar regelen.'

Ik zeg dat ze aan het daten is met een Turkse man.

'Ja, dus?'

'Weinig kans, denk ik.'

Hij schudt zijn hoofd en kijkt rond alsof hij het dan maar ergens anders moet halen. Hij kijkt nog eens naar haar, dan naar mij, druipt af. Ik ben opeens de vrouw die knappe mannen weghoudt bij haar vriendin. Het waakvarken.

Ik loop naar de bar om bier te bestellen. Af en toe word je even op je rug gekieteld als je in de looproute van het personeel staat, om aan te geven dat ze erlangs moeten. Doe je verontschuldigend een stap opzij, lachen ze je breed toe. 'Geeft niet!' Hun geduld is ongekend. Provinciaals zou ik bijna willen zeggen.

Oriënteren

Naast me staat een grote, blonde, gespierde jongen in een beige V-halstrui van geruld katoen. Een trui die de sleutelbeenderen mooi tot hun recht laat komen. Ik stoot per ongeluk met mijn elleboog tegen zijn buik. Best hard. Ik vraag of hij een kogelvrijvest draagt. Hij verstaat me niet. Doet er ook geen moeite voor.

'Sorry,' zegt hij, 'Ik ben Suid-Afrikaans.' Daarna: 'Ik heb een vriendin.'

Krijgen we dat weer.

Ik zie vrouwen in rokken met eronder sneakers. Dat zullen de vrouwen zijn met pijn aan de voeten na een lange werkdag. Onder de wenteltrap staan twee mensen te zoenen. Het is half negen.

Ik kom een kennis tegen. Ze vraagt wat ik hier doe. Of ik op zoek ben naar een man van de Zuidas. Zij werkt er, zij kent ze. 'Want dan moet ik je waarschuwen, ze hebben vaak meerdere lijntjes.'

Ik zeg dat ze zich geen zorgen hoeft te maken. 'Toch uitkijken.'

Ik ga op een barkruk zitten, bekijk alles rustig vanaf bar-positie. Een Spaanse man van 28 met het gezicht van Colin Firth en een kort, papperig lichaam vraagt: 'Are you here to pick up boys?' Of ik zin heb om mee te gaan naar zijn 'place'. Of dat ik mijn nummer geef, is dat een idee? Ik zeg dat ik me nog aan het oriënteren ben.

Beeld Florian van Roekel

De dj draait het nummer Ja van Kraantje Pappie. Mijn Turkse vriendin staat nu voor mijn neus tegenover de Zuid-Afrikaan. Zij komt bij hem tot borsthoogte. Ze kijkt hem strak aan, hij kijkt haar aan. Hij glimlacht, zij niet. Hun hoofden bewegen ritmisch op de tekst 'het antwoord op je vraag is vies, het antwoord op je vraag is smerig, het antwoord op je vraag is ja, ja, ja, ja, ja.' Ze duwt haar tong tegen haar bovenlip. Hij kijkt nu scheel.

Dat ik dit moet aanschouwen.

Ineens zitten ze in elkaar, als twee reptielen. Ze tongen zoals ze dat in films hebben gezien. Wij zijn publiek: Barry, Joop en ik. Ze houdt zijn hoofd vast met beide handen, hij gaat met een hand vanaf de onderkant van haar schedel door haar haren en geeft er korte rukjes aan. Haar lichaam is in een kromming naar achteren gebogen, dat van hem hangt eroverheen. Hij steunt haar in haar onderrug. Zij maakt hem duidelijk dat hij haar mag optillen. Zoals kinderen dat ook duidelijk kunnen maken. Hij tilt haar op, heeft nu haar volle billen in zijn handen, baant zich een weg door de mensen en drukt haar hardhandig tegen de wand, waar hij haar armen omhoog spreidt.

Joop: 'Dat wordt een blowjob in de struiken, daar word ik nou zo ontzettend blij van.'

Een bankier naast me kijkt er met vaderlijke trots naar. Tegen mij: 'Hij doet een traineeship bij ons. Mooi om te zien dit.'

Beeld Florian van Roekel

Barry met zijn Buddha-to-Buddha-armband praat met een vrouw, zwarte bodystocking, blond, steil haar tot op de schouders. Aan zelfvertrouwen geen gebrek. Iedere keer als ze iets tegen hem zegt, blijft ze in zijn nek wachten op wat hij terugzegt in haar oor. Hij houdt een hand op haar bovenrug, drukt haar zo alvast tegen zich aan. Haar handen rusten in zijn brede flanken. Iets later staan ze te zoenen. Minder wild dan de Zuid-Afrikaan en de Turkse. Ze zijn dan ook al in de 50. Daarna fluistert ze iets in Barry's oor en loopt weg terwijl ze nog een speelse blik achterom werpt.

Naast ons staat al een hele tijd een lange man van om en nabij 50 in een spijkerbroek en blouse, met een rugzakje om. Het rugzakje zit hoog in zijn nek, de lus komt tegen zijn haargrens aan. Hij hopst een beetje door zijn knieën op de muziek, uit de maat. Ik vraag me af waarom hij dat rugzakje niet in de garderobe stalt. Barry, met een been leunend tegen de bar: 'Kantoorbeleid. Je mag je laptop niet onbeheerd achterlaten.'

Er komt een nieuwe vrouw op Barry aflopen, asblond, krullend haar, lange zilveren slierten als oorbellen. Deze is een stuk langer. Dat is fijn voor Barry, hoeft hij zijn nek niet te belasten. Ze praten wat, zij duwt een been tussen zijn benen. Ze kijken elkaar aan, beginnen te tongen, stoppen even om elkaar nog eens aan te kijken, tongen dan opnieuw.

De kleine blonde in de zwarte bodystocking komt de trap af, laveert tussen de mensen door op de inmiddels drukke dansvloer, op weg naar Barry.

'Hoe gaat Barry dit oplossen?', vraag ik aan Joop.

'Gaat allemaal vanzelf', zegt hij.

De lange man met het rugzakje naast ons draait zich om. Zijn rugzakje schampt mijn gezicht. Ik tik op zijn schouder. Hij draait zich weer terug om. Joop wil een slok bier nemen, maar krijgt op zijn beurt een oplawaai van de tas. Joop wordt boos en pakt de man bij zijn lus. Hij trekt er hardhandig aan en geeft hem een zwieper. De man struikelt. Hij maakt het ik-ga-al-gebaar met zijn handen. 'Opzouten!' Joop wuift hem weg met zijn hand.

Aan de zijkant van de bar staan twee stellen naast elkaar te zoenen, de vrouwen beiden in een jurk, beiden leunend tegen de muur. Zoiets zag ik de laatste keer in de discotheek van mijn geboorteplaats. Op de achtergrond klinkt het nummer DNA van Kendrick Lamar. In een kring staan zes mannen in pak. Brokers. Die maken lange werkdagen, ze zijn net pas klaar.

Naast de draaitafel van de dj staat de man met het rugzakje met zijn ogen dicht te genieten van zijn bewegingsvrijheid.

Nog voor half 12 is het me duidelijk. Wie vroeg wil pieken, moet naar De Blauwe Engel. Niet eten, wel drinken. Niet oeverloos om elkaar heen draaien, maar doorpakken. Een plek waar mannen ouderwets kunnen jagen, waar ze weer even man kunnen zijn.

Ik word zachtjes in mijn zij geknepen. Verwachtingsvol kijk ik om.

Het personeel moet erlangs.

Beeld Florian van Roekel
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.