Vrijheidsdrang is niet gebonden aan nationaliteit

Toine Heijmans in Groesbeek

Mahmoud en Mohammed (rechts), vluchtelingen uit Homs.

Met twee psychologen bespreek ik de oorlog, voor mij een abstractie, voor hen een gegeven. Ze schrikken van de tank die buiten staat geparkeerd, en van het afweergeschut. Voor mij een herinnering, voor hen de levende dood. Ze gebruiken vaak het woord 'pijn'. Het is een woord, zeggen ze, dat de kern niet raakt. In een andere taal over oorlog praten is bijna onmogelijk. 'Het lukt me niet goed mijn gevoel naar jou te sturen', zegt Mohammed dan maar.

We eten samen in het Nationaal Bevrijdingsmuseum, waar ze zodadelijk over oorlog gaan vertellen aan een volle zaal. Het is een ongelijk gesprek. Mijn land is bevrijd, het hunne niet. Wiel Lenders eet ook mee, de museumdirecteur, hij heeft gehoord dat 'in het Westen' een discussie over 4 mei is losgebroken. En hij bedankt me voor mijn komst, helemaal naar Groesbeek, vijf kwartier rijden - Nederlanders slagen er altijd weer in Nederland groter te maken dan het is.

Het Westen, dat is Amsterdam, waar ze opnieuw bekvechten over de vraag wie of wat je mag of moet herdenken.

Het museum staat op een van de heerlijke Groesbeekse heuvels, daarachter doemt Duitsland op. Vertel ze er niets over oorlog. De bevrijding begon hier met achtduizend Amerikaanse parachutisten, stippen in de lucht, en een hardbevochten front. De tank, het afweergeschut, het museum.

Mohammed probeert me zijn oorlog te laten ruiken. Hij vertelt over het ziekenhuis waar hij werkte, hoe ze lijkenzakken tekortkwamen na elk bombardement en de lichamen niet konden begraven. Mahmoud probeert me zijn oorlog te laten proeven, 'we kropen met vierhonderd mensen door - wat is dat woord ook alweer - door het riool naar een veilige plek'. Elke dag huilen, zegt hij, dat is oorlog. Nooit rust.

Na elke zin kijken ze me aan: begrijpt hij nu wat oorlog is?

Mohammed Obeido en Mahmoud Shikhali zijn vrienden sinds hun studie psychologie in Homs. Ze raakten elkaar kwijt in de chaos en vonden elkaar terug in Turkije. Eindhoven, Ter Apel, Assen, Ter Apel, Arnhem is tot nu toe hun route geweest en na anderhalf jaar spreken ze verbijsterend soepel Nederlands. De buurt waar ze wonen betaalde mee aan de lessen. Nu durven ze zo'n hele zaal over oorlog te vertellen, in een taal die niet past bij hun gevoel.

Ze zijn alleen en zoeken waar ze kunnen naar gezelschap, dat is ook een manier om de oorlog te blussen.

Een tank buiten het museum.

Wat Wiel vindt van de discussie over het herdenken, is trouwens dit: Nederland boetseert de oorlog tot een Nederlandse oorlog, terwijl die internationaler was dan ooit. Zeventig miljoen mensen gesneuveld, vermoord, vermist, zegt hij, 'zéventig miljoen!' Maar op dagen als deze hoor je niemand over de geallieerde slachtoffers, de Oost-Europeanen, 'over de Russen die de rug braken van de Duitsers'. Dus je begrijpt waarom hij als museumdirecteur blij is met Mohammed en Mahmoud. 'Echt jongen, serieus, het wordt tijd dat we uit de Nederlandse zandbak komen. Waarom blijven we het zo eenzijdig benaderen?'

Waarschijnlijk omdat de oorlog zo groot is, dat je er alleen mee om kunt gaan door hem klein te houden.

Mohammed en Mahmoud waren vorig jaar bij de dodenherdenking in Arnhem, heel mooi, 'met de veteranen'. De geschiedenis is ze bekend, ze leerden over de Tweede Wereldoorlog op hun middelbare school. Daar staan was ook pijnlijk, zegt Mohammed: 'Jullie praten theoretisch over oorlog, wij kennen de oorlog uit de praktijk'. Mahmoud zegt: 'Écht pijnlijk.' Ze zoeken continu op Facebook naar verloren vrienden en familie; dat ze Hakim terugvonden in België, hun studiegenoot, was een godsgeschenk.

Het Nationaal Bevrijdingsmuseum in de Groesbeekse heuvels.

Ze gaan naar buiten om te roken en Mohammed zegt: 'Wat vind jij eigenlijk van onze oorlog?'

Dan staan ze voor de zaal, twee mannen met hun nieuwe taal. Kennen jullie Syrië, vragen ze, 'Syrië is de moeder van het notenschrift, van het alfabet, van de landbouw'. Kennen jullie Zamalka, vragen ze, 'daar gingen drieduizend mensen dood door chemische wapens. Niemand kent Zamalka?' En ze vertellen over Syrië-Turkije-Macedonië-Servië-Hongarije, een hongertocht. Het is erg veel, allemaal. Brengen ze de oorlog dichterbij?

'4 mei is heel mooi', zegt Mohammed, 'jullie proberen zo een bericht over oorlog naar de wereld te sturen. Maar jullie hoeven niet zoals wij te denken: komt die bom nu wel of niet?'

Een vrouw zegt, aangedaan: 'Ben ik een slechter mens, als ik de oorlog niet heb meegemaakt?'

Een man vraagt of ze begrijpen dat er Nederlanders zijn die zich afvragen waarom ze niet in Turkije zijn gebleven.

Zo gaat het nog bijna mis.

Bevrijdingsdag is een feest, maar jezelf bevrijden van oorlog komt laat, of nooit. Dat hebben de Nederlanders met de Syriërs gemeen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.