Vrijheid vraagt een stem

Iedereen kent mensen die inspirerend voor hem of haar zijn omdat ze hun stem laten horen voor een ander. Ter gelegenheid van 150 jaar Nederlandse Grondwet en 50 jaar Universele Verklaring van de Rechten van de Mens heeft het Nationaal Comité 4 en 5 mei een portrettengalerij van 'helden' en...

Jetty Mathurin, 47 jaar, cabaretière uit Diemen:

'T WEE JAAR geleden was ik bij een dodenherdenking. Het regende, de kerkklok luidde. We stonden met zijn allen onder de paraplu en dachten: 'Dit mag nooit meer gebeuren.' Toen dacht ik opeens aan de slachtoffers van de slavernij. Die zouden we eigenlijk ook moeten herdenken.

Anton de Kom is voor mij een symbool, een man door wie ik kan laten weten wat slavernij heeft betekend. Hij is in 1898 geboren en heeft zich voor de oorlog ingezet voor de rechten van alle bevolkingsgroepen in Suriname. Hij richtte zich tegen de Nederlandse overheerser. Toen hij werd verbannen uit Suriname vocht hij in Nederland tegen het fascisme. Uiteindelijk is hij in april 1945 omgekomen in een concentratiekamp.

De Kom werd gezien als een onruststoker, maar hij wilde de verschillende bevolkingsgroepen van Suriname in harmonie laten leven. Zijn boodschap geldt nu nog. De erfenis van slavernij zit in onze poriën, zonder dat we er veel van af weten. Ik heb gemerkt hoe zeer mijn kinderen onder de indruk waren van de film Amistad. Dat was zo nieuw voor hen. Dat terwijl het een groot deel van onze geschiedenis is - van wit en zwart.

Het zou goed zijn om de slavernij te herdenken. Niet per se met een kranslegging op 4 mei. Dat kan als kwetsend worden ervaren, terwijl ik de jodenvervolging niet wil bagatelliseren. Maar de slavernij is ook deel van onze geschiedenis. Daar moeten we bij stil staan.'

Maaike Hoenderbos uit Velserbroek, 15 jaar, leerling 4 vwo in Haarlem: 'I K DACHT eerst aan Oscar Schindler, van de film Schindler's List. Maar daarna dacht ik aan mijn opa. Hij heeft in de oorlog veel voor joden en andere mensen gedaan, net als Schindler. Mijn opa heeft zijn eigen leven op het spel gezet om anderen te helpen, zonder dat hij er iets voor terug wilde hebben.

Mijn opa heeft een verzetskrant verspreid en handtekeningen vervalst. Daardoor heeft hij voorkomen dat onschuldigen naar Duitsland zijn gestuurd. Hij is zelf ondergedoken omdat zijn werk bekend dreigde te worden. Wat hij deed was niet zo grootschalig als Schindler maar dat geeft niet. Het doet er niet toe hoeveel mensen je redt. Een mens is al goed; meer is mooi meegenomen.

Mijn opa praat niet veel over de oorlog. Hij is niet opschepperig; je moet echt doorvragen voordat hij iets vertelt. Ik vind dat wel goed. Hij heeft niet iets van kijk mij eens. Opa heeft geholpen omdat het goed is, niet om erover te vertellen.

Ik kan zelf niet zeggen hoe ik in een oorlog zou reageren. Vanachter je bureautje kan je van alles roepen, maar wat je zou doen, weet je toch niet. En ik kom er liever ook niet achter.'

A. Horstmeier uit Hilvarenbeek, 58 jaar, kolonel buiten dienst: 'H ANNY HILGERS heeft in 1942 drie Australische soldaten geholpen. Ze waren ontsnapt uit een kamp voor krijgsgevangenen in Nederlands-Indië. De drie probeerden met een prauw naar Australië terug te keren, maar dat mislukte. Hanny heeft ze laten onderduiken. Maar ze werd verraden. In 1943 is ze onthoofd.

Het gedrag van Hanny heeft me zeer aangegrepen. Ze was jong en anoniem. Als gouverneur-generaal of minister-president hoort je status je te dwingen tot moedig gedrag. Daar was bij Hanny geen sprake van. Ze was 21 jaar oud en heeft zich met gevaar voor eigen leven over drie krijgsgevangenen ontfermd.

De moed van vrouwen in Nederlands-Indië wordt onderschat. Tijdens de Japanse bezetting hebben zij een voorname rol gespeeld. Dankzij de durf van jonge, onervaren moeders zijn veel kinderen uit het kamp gekomen. Ik ook. Ik heb van mijn derde tot mijn zesde jaar in Halmahera vastgezeten, in de stad Semarang op Java.

Over Hanny is weinig bekend. Ik ken haar geschiedenis uit een boek. Daarin staat weinig over haar persoonlijke leven. Het was gewoon een meisje dat goed deed. Met die Australiërs is het trouwens slecht afgelopen. Ze zijn ook onthoofd.'

John van der Wal, 16 jaar, leerling 3 Mavo in Den Haag: 'P RINSES DIANA heeft me eigenlijk nooit zo geïnteresseerd. Ik lette niet echt op wat ze deed. Maar vorig jaar zette ik de televisie 's ochtends een keer aan. Toen was ze overleden. Daar schrok ik best van, ik snap ook niet waarom.

In de terugblikken op televisie zag je dat ze erg opkwam voor de mensenrechten. Ze zorgde voor arme mensen en ze protesteerde tegen het plaatsen van mijnen. Dat hoorde ik toen voor het eerst. Daar ben ik toen wel over gaan nadenken.

Op het Centraal Station heb ik ook nog gratis een speciale uitgave van een krant gekregen. Daarin stond haar biografie in. Normaal lees ik geen krant, maar die bijlage heb ik gedeeltelijk gelezen. Zelf kan ik niets aan de armoe en de mijnen doen. Ik vind het jammer dat prinses Diana er niet meer is om dat te helpen.'

Kader Abdolah, 43 jaar, schrijver in Zwolle: 'E R ZIJN veel grote mannen omgekomen voor de vrijheid van mijn land. Toen ik nog in Iran woonde, had ik weinig tijd om me te verdiepen in de geschiedenis. Ik kende de namen en de daden van deze mannen. Nu ik in ballingschap leef keert het thema vrijheid steeds terug. Ik blader terug in mijn geschiedenis.

Een van de mannen die mij bezig houdt is Mirza Joesef gan Mostashar aldolé. Hij was vanaf 1862 consul voor Perzië in Sint Petersburg en Parijs en speelde een belangrijke rol bij het wakker schudden van het Perzische volk aan het einde van de vorige eeuw. Zijn portret hangt in mijn studeerkamer.

Mirza Joesef was een van de eersten in mijn land die vocht voor de vrijheid zonder geweren en pistolen te gebruiken. Hij was een denker, en probeerde zijn denkbeelden op een legale, parlementaire manier te verspreiden. Met de pen, via kranten en tijdschriften. Dat spreekt mij aan.

In Parijs kwam Mirza Joesef in contact met Franse revolutionairen en Perzische ballingen. Zij probeerden hun ideeën over vrijheid aan hem, de regeringsvertegenwoordiger, door te geven. En hoewel de relatie altijd heimelijk bleef, lukte dat. Hij schreef een boek met de titel Jek Kalamé - 'een woord'. Dat ging over één wet, over gelijke rechten voor iedereen.

Aan de Sjah schreef hij: ''U, de Sjah heeft geen keuze. Als u de vrijheid niet nu aan het volk geeft, zal de tijd u dwingen. Geef ruimte aan de mening van een ander.'' De Sjah liet hem arresteren en droeg de bewakers op om Mirza Joesef elke dag met zijn eigen boek tegen het hoofd te slaan. Hij werd blind van de klappen. In 1896 is hij omgekomen.

Ik ben er van overtuigd dat ballingen nog steeds een belangrijke rol kunnen spelen bij het vechten voor de vrijheid in hun land.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden