Vrijheid, een uitgehold begrip

In de hemel heet alles vrijheid. Hier beneden op aarde zijn de dingen lastiger, hier moet je preciezer zijn en woorden toepassen op situaties die zich daar aan alle kanten onderuit proberen te wringen....

Een week geleden was ik in Lissabon. Daar moest ik in samenspraak met anderen micromethodes bedenken om de wereld slimmer in elkaar te schroeven, zodat iedereen prettiger werkt en praat en leeft. Nederig werk, zoals al het werk van de adviserende mens nederig is. Tenminste, als je de almachtsfantasieën uit je kindertijd eenmaal hebt afgelegd en je jezelf hebt ontslagen van de verplichting de wereld in één klap te redden. Wat rest, is een eindeloos gepriegel met bestuurlijke legoblokjes.

Hoe dan ook, het was mooi weer in Lissabon. De stad lag er schilderachtig bij in de voorjaarszon. En omdat een van de vergaderingen uitviel, wandelde ik door de glazen deuren het hotel uit, de stad in, langs de standbeelden en de schoenpoetsers, om in alleraangenaamst gezelschap wat Portugese wijn te gaan drinken op het plein. Het leek wel een reisreportage van Louis Couperus.

De schittering van de stad geraffineerd vermengd met negentiende-eeuwse melancholie; de muren van de stadspaleizen charmant bladderend, uit de Maserati die stilhield voor de winkel van Ermenegildo Zegna stapte een jonge Afrikaanse prins die een overhemd wilde gaan kopen. Zo zag de stad eruit als je een beetje omhoog keek, een tableau vivant van ernstige mensen aan de rand van Europese monumenten; als je je ogen neersloeg en een moment naar beneden keek, zag je de bedelaars zonder armen en benen.

Terwijl een ober de Vinho Verde bracht, probeerde ik voor mijn eigen gemoedsrust een verstandige visie te ontwikkelen op het lot van de bedelaars, maar dat lukte niet helemaal. Ze zeggen wel eens dat het goed is om een hoofd te hebben vol met kunst en poëzie, maar wat had ik de pest in dat ik die vermaledijde dichtregels van Hans Lodeizen niet uit mijn gedachten kreeg.

Er zijn aan het leven twee kanten

de kant zonder armen en benen

en de kant in de operaloge

verveeld naar danseresjes kijkend.

De woorden van Lodeizen zoemden hinderlijk om me heen; toch geloofde ik ze deze dagen nog minder dan anders. Tegenover de kant zonder armen en benen staat immers niet alleen de kant van de verveelde elite in de operaloge, maar ook de kant van de Amerikaanse president, die vanuit zijn grote Witte Huis de gezondheidszorg weet te hervormen. De kant van de rationele structuren en de abstracte regelingen die de kleurrijke werkelijkheid tot in de verste, concrete uithoeken kunnen treffen.

Maar goed, al kon ik dit overdag in alle redelijkheid bedenken, in de nacht kreeg het duister vat op me, het verdriet van Portugal dat op de klanken van de fado door de straten waait; om drie uur ’s nachts schrok ik wakker en hoorde haar zuchten in de badkamer, de Mater Dolorosa van Titiaan, die ik ’s middags bij een fontein had zien zitten, de Heilige Maria zonder armen en benen, in haar vaal geworden doeken, en ik durfde niet meer te gaan slapen zonder in de badkamer het licht aan te laten. ’s Morgens bij het opstaan was ze weg.

In alle schoongepoetste vergaderzalen van overheden, organisaties en bedrijven ontkom je er niet aan te spreken in abstracties en grote woorden. Vrijheid! Gelijkheid! Vrijheid van meningsuiting, vrijheid van verkeer en goederen, gelijke behandeling van gelijke gevallen. Met die grote woorden is niets mis, zolang we maar bereid zijn te blijven nadenken over wat ze betekenen. Vrijheid en gelijkheid zijn loze begrippen als je niets over hun toepassing weet te zeggen. Welke vrijheid, wiens vrijheid, hoeveel vrijheid?

Je hoeft geen doorgewinterde marxist te zijn om te beseffen dat mensen weinig opschieten met juridische en politieke vrijheid als ze geen armen en benen hebben, liever gezegd, als ze geen fysieke mogelijkheden hebben om te gaan stemmen, als ze geen toegang hebben tot onderwijs en gezondheidszorg.

Deze laatste decennia is het grote woord van de vrijheid in het Westen zo vaak en zo nonchalant gebruikt, dat de betekenis ervan vrijwel verloren is gegaan. Vraag op 5 mei voorbijgangers in straatinterviews naar de betekenis van het woord vrijheid en ze zeggen: ‘Vrijheid betekent dat je mag doen wat je wilt.’ Vraag de SGP wat ze verstaan onder vrijheid van godsdienst, en ze zullen zeggen dat het vrijheid is om anderen hun politieke vrijheid te ontnemen. Vraag het de Partij van de Vrijheid: welke vrijheid, wiens vrijheid?

In de aanstormende maand, de Maand van de Filosofie, is vrijheid het thema. Het valt toe te juichen dat filosofen proberen weer inhoud te geven aan een uitgehold begrip, maar het valt te vrezen dat nog meer landelijk geleuter over vrijheid de situatie alleen maar verergert. Het begrip is inmiddels zo ingevuld met onverschilligheid en egocentrie dat het moeilijk zal worden er nog wat ernst aan toe te voegen.

De wereld is geen plaats van tomeloze overvloed. Eist de een zijn vrijheid op, dan zal de ander iets moeten laten. Het maken van de juiste keuzes daarin, vraagt allereerst om verantwoordelijkheid voor de concrete gevolgen – en het grote woord van de verantwoordelijkheid had me daarom een mooier thema geleken om eens met elkaar te bespreken dan dat loze en luxueuze vrijheidsbegrip.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden