Vrijhandel, maar niet altijd

Eurocommissaris Pascal Lamy baarde opzien met zijn voorstel de Europese exportsubsidies af te schaffen. Dat wil echter niet zeggen dat nu een einde komt aan alle EU-steun aan de boeren....

Eigenlijk, zeggen ze in diverse Europese hoofdkwartieren, is Pascal Lamy on-Frans goed. On-Frans in zijn pragmatische benadering van vrijhandel, on-Frans in zijn omhelzing van de vrije markt, on-Frans in zijn pleidooi voor de Wereldhandelsorganisatie WTO als hmodel voor het aanpakken van kwesties die de hele wereld aangaan. On-Frans ook in zijn afkeer van decorum: hij haalt zijn bezoek zelf op uit de wachtkamer en doet het vraaggesprek in zijn Brusselse glazen kantoorkolos in hemdsmouwen.

Maar wat Lamy vooral buitengewoon on-Frans maakt: hij wordt ten diepste gewantrouwd door de beweging van andersglobalisten, die in Frankrijk stevig voet aan de grond heeft. Vuige leugenaar, heet hij in die kringen. Omdat hij de zegeningen van de WTO predikt.

Pascal Lamy (57), Frans sociaal-democraat, is een zwaargewicht in de Europese Commissie. Als eurocommissaris voor internationale handel moet hij vrijhandel bevorderen, zonder de handelsverstorende landbouwsubsidies waarin Europa grossiert in klap overboord te gooien. Dat vereist stuurmanskunst. Want drote paradox van de Europese Unie is dat zij enerzijds van alle spelers op het wereldtoneel verreweg het meeste geld uitgeeft aan ontwikkelingshulp en wederopbouw, en zich aldus profileert als hoeder der armen en vertrapten.

Anderzijds maakt Europa ontwikkelingslanden het leven zuur met de beschermingsmuren die zij voor haar eigen boeren heeft opgetrokken. Die bescherming zet de ontwikkelingslanden bij voorbaat op achterstand. En daarmee wordt de ontwikkelingshulp weer ongedaan gemaakt, zo wijzen studies van de Wereldbank keer op keer uit.

In die spagaat staat Pascal Lamy. Ruim twee jaar lang lag hij in de loopgraven van 'Doha', de hopeloos verzande onderhandelingsronde tussen de grote handelsblokken in de wereld over meer vrijhandel. Vrijhandel die ontwikkelingslanden profijt zou moeten brengen, zonder het oude Europa te dwingen tot het opgeven van zijn eigenaardigheden. Na een eindeloos moddergevecht stak Lamy deze maand de witte vlag uit: Europa wil in de WTO best praten over vermindering van de steun aan de boeren, van de pijlers waarop de Europese Unie al vijftig jaar rust. Kunnen Europeanen in deze globaliserende wereld hun manier van leven handhaven? 'Ja, Godzijdank. Omdat we groot genoeg zijn en omdat we met stem kunnen praten over handelskwesties op het wereldtoneel. We zijn de grootste economie rond de tafel in de WTO. En we zijn het aan die tafel eens dat het concept van vrijhandel goed is, met mitsen en maren en met inachtneming van onze eigen Europese collectieve voorkeuren.

'Die voorkeuren kunnen we waarborgen omdat de WTO een gestructureerd en goed werkend systeem is: gebaseerd op regels waaraan alle leden zich dienen te houden en met een gremium dat optreedt als scheidsrechter bij conflicten. Zo zien Europeanen een wereldorde graag.'

Er is anders veel kritiek op dit systeem, bijvoorbeeld dat het collectieve voorkeuren van Europa juist ni¿et waarborgt. 'Dat is een clichGlobalisering heeft goede en slechte kanten, net als het kapitalisme in het algemeen: het stelsel is effici, maar schept tegelijkertijd ongelijkheden die in evenwicht moeten worden gebracht. Daar moet debat over zijn. En dit debat verschilt niet wezenlijk van het negentiende-eeuwse debat over de verhouding tussen arbeid en kapitaal, over het kanaliseren van de krachten van de markt. Alleen de schaal is anders.'

Dat is mooi en aardig, maar ondertussen is de ongelijkheid in de wereld enorm groot. Hoe kan Europa die kloof dichten? 'Een verzorgingsstaat op wereldschaal danwel nationalisatie van bedrijven behoren niet tot de opties. Wat Europa wdoet is ontwikkeling in het handelsbeleid integreren. Dat werkt. Bovendien doen we aan herverdeling via rechtstreekse ontwikkelingshulp.'

De directe ontwikkelingshulp in Europa bedraagt slechts 0,35 procent van het Europese bruto binnenlands product (BBP). Terwijl in de Verenigde Naties lang geleden 0,7 procent is overeengekomen. 'De steun is inderdaad nog niet op het gewenste niveau. Maar zij is hoger dan elders, zoals in de VS, dat 0,14 procent van het BBP afdraagt, of in Japan, dat 0,20 procent van het BBP voor ontwikkelingshulp reserveert.'

Daarmee is ongelijkheid toch niet opgelost? 'Nee. Daarvoor is de huidige internationale orde te inter-nationaal: het gaat nog te veel om relaties tussen afzonderlijke landen. Dat moet beter. Hoe? Zoals we handelskwesties aanpakken binnen de WTO. Ik zie de WTO als een laboratorium voor hoe we andere prangende kwesties kunnen aanpakken die actie op wereldschaal vragen: terrorisme, milieuvervuiling, migratie. Waarom is er bijvoorbeeld geen WTO voor milieukwesties?

'Maar we moeten niet enkel praten over technische en institutionele kwesties. De hamvraag is: welke waarden delen we? Hoe vinden we bijvoorbeeld de balans tussen veiligheid en vrijheid, twee kernwaarden die zich moeilijk laten verenigen. Veel waarden zijn overigens universeel; ook Japan en India erkennen de waarde van milieubehoud. Ook Afrikanen en Latinos begrijpen dat mininumstandaarden voor arbeidsomstandigheden, een verbod op kinderarbeid en gelijke rechten voor man en vrouw overal moeten gelden. Daarop mogen we niet concurreren.'

Ondanks die gedeelde waarden maken arme landen een vuist tegen het rijke Westen. Het lijkt dat de machtsbalans in de handelspolitiek aan het kantelen is, mede dankzij de creatie van de G20, een nieuwe coalitie van 'rijkere' ontwikkelingslanden, en de G90, waarin de armste landen elkaar hebben gevonden. Wat betekent dit voor Europa? 'Ik roep al geruime tijd dat het gete patroon in de handelspolitiek, met de oude olifanten EU en VS als de enige relevante krachten, niet langer geldig is. De eerste tekenen daarvan waren al te zien aan het einde van de Uruguayronde, de vorige WTO-onderhandelingsronde over vrijhandel, in 1995. Toen waren het de ontwikkelingslanden die aandrongen op een nieuwe ronde.

'Het is dus niet nieuw dat ontwikkelingslanden lobbyen voor hun eigen belangen. Wnieuw is dat ze daarbij coalities smeden, dat ze begrijpen dat ze een tegenwicht moeten vormen tegen Europa en Amerika. Daardoor zijn er nu vier belangrijke machtsblokken ontstaan op het handelspolitieke krachtenveld:de Europese Unie, de Verenigde Staten, de G20 met landen als China, India, BraziliZuid-Afrika en Argentinien de groep van negentig echt arme landen. De belangen zijn gaan convergeren. De G90 kwam bijvoorbeeld van de grond toen de armste landen begrepen dat hun belang niet parallel loopt aan dat van China of India. De G90 biedt meer weerstand tegen de notie dat liberalisering van de handel in landbouwproducten een zegen is. Ze zien aan de ingestorte prijzen op de wereldmarkt voor koffie en cacao dat dit niet het geval hoeft te zijn.'

Na het mislukken van een belangrijke handels-top, vorig jaar in Cancs u kritisch over de rol die de G20 daar speelde; mede doordat zij op hun strepen stonden werd toen een nieuw vrijhandelsakkoord getorpedeerd. 'Kritisch? Ik? Neen. Ik heb alleen gezegd dat de belangen van landen als Brazilin Argentinie die voor vrijhandel zijn, zich moeilijk laten verenigen met een ander G20-land als India dat voor protectie strijdt.'

Is het niet lastig onderhandelen in de WTO als vijftentwintig EU-lidstaten over uw schouder meekijken? 'Mijn voorgangers hadden het zwaarder. Toen uw landgenoot Frans Andriessen nog handelscommissaris was (van 1989 tot 1993 red.) spendeerde hij 60 procent van zijn tijd aan onderhandelingen met de EU-lidstaten en 40 procent met de rest van de planeet. Bij mij ligt die verhouding op twintigtachtig. Zoals het hoort.

'Natuurlijk, de Fransen hebben hun gevoeligheden omtrent landbouw, de Portugezen omtrent textiel, en de Luxemburgers omtrent belasting op spaargeld. Maar die landen vormen nu eenmaal mijn achterban. Het werk dat ik doe is en blijft politiek werk.'

U verraste vriend en vijand door eerder deze maand een handreiking te doen in de vastgelopen WTO-onderhandelingen. U bood aan de Europese subsidies op landbouwexporten, waardoor Europese landbouwproducten uiterst goedkoop op de wereldmarkt komen, af te bouwen. Loopt de Doha-ronde, die al was doodverklaard, nu toch goed af? 'Ik hoop dat we in juli zullen zijn waar we een jaar geleden in Canc hadden moeten zijn, namelijk halverwege. Het is te vroeg om te zeggen of dat gaat lukken. Maar wij Europeanen hebben een stap gedaan. Nu zijn de anderen aan de beurt.'

Wat heeft u de G20 en de G90 te bieden? 'De G90 zou volgens Europa van de ronde moeten kunnen profiteren zonder daarvoor een prijs te betalen. Evan de redenen waarom ik de veelbesproken tactische manoeuvre heb gemaakt op het gebied van exportsubsidies is ook omdat dit de armste landen baat; zij kunnen hun spullen niet kwijt als Europese landbouwproducten door de subsidies te goedkoop op de wereldmarkt belanden. Voor hun zijn de exportsubsidies een groot probleem. Als onderhandelaar moet je soms begrip tonen voor het grote probleem van de ander. Anders bereik je niks.'

Volgens Nobellaureaat en oud-Wereldbanktopman Joseph Stiglitz helpt uw voorstel de ontwikkelingsanden amper. De exportsubisides vormen maar een fractie van de steun die boeren in Europa ontvangen. 'De armste landen hebben mij gevraagd de exportsubsidies af te schaffen; nu kunnen ze krijgen waar ze om gevraagd hebben. Ik geloof graag dat Joseph beter weet dan die landen zelf wat goed voor ze is, want hij is een briljant wetenschapper. Maar ik ben onderhandelaar. Ik ben best bereid de handelsverstorende elementen uit ons subsidiesyteem te verwijderen. Uiteindelijk gaat de WTO echter niet over subsidies, maar over handel. Als wij in Europa het welzijn van dieren belangrijk vinden, dan is het volkomen legitiem dat wij boeren daarvoor compenseren. Zolang we de handel maar niet verstoren.'

Is dat toch niet ouderwetse behartiging van de Europese boerenbelangen? 'De mensen die op straat voor dierenwelzijn demonstreren zijn geen boeren, kan ik u vertellen. Dat we barris opwerpen tegen spullen van buiten de Europese Unie die niet voldoen aan onze normen voor voedselveiligheid en dierenwelzijn, is dus niet uit zucht tot protectionisme. We willen simpelweg onze waarden niet opofferen. We zullen onze voedselstandaarden niet dumpen voor ontwikkeling. Als je het Europese volk laat kiezen tussen ontwikkeling en voedselveiligheid, dan weet ik zeker dat ze voor het laatste kiezen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden