Vrijhandel is geen panacee

Zes jaar na het WTO-akkoord over vrijhandel blijkt voedsel voor armen in veel ontwikkelingslanden een groter probleem dan daarvoor te zijn geworden....

EUROPA kan kiezen tussen immigratie en vrijhandel, stelt Frank Kalshoven (de Volkskrant, 3 maart). Hij schept er een eer in de complexe werkelijkheid tot begrijpelijke schema's en politieke keuzes terug te brengen. Maar dat uitbanning van armoede de migratie zal stoppen, ook als grote en zichtbare economische verschillen blijven bestaan, toont hij niet aan. Evenmin onderbouwt hij zijn stelling dat vrijhandel de armoede zal uitbannen. Vrijhandel in de landbouwsector, want daar gaat het hem vooral om, brengt juist grote risico's met zich mee.

Kalshoven is overtuigd voorstander van 'everything but arms' (alles behalve wapens). Dat EBA-initiatief heeft de EU genomen in het kader van de onderhandelingen in de Wereldhandelsorganisatie (WTO) die deze maand in Genève beginnen. Het houdt in dat de 48 minst ontwikkelde landen onbeperkt toegang tot de Europese markt krijgen voor al hun exportproducten met uitzondering van wapens. Alleen voor drie landbouwproducten (rijst, suiker en bananen) zijn overgangstermijnen bedongen door de respectievelijke belangengroepen. De EU hoopt met dit voorstel de ontwikkelingslanden gunstig te stemmen voor andere liberaliseringvoorstellen, waarbij aan de ontwikkelingslanden gevraagd wordt hun markten te openen.

Het EBA-initiatief voegt niet heel veel toe aan het verdrag van Cotonou dat de EU heeft met haar voormalige koloniën. Op basis van deze afspraken lag de Europese markt al vrijwel volledig open voor exporteurs uit de minst ontwikkelde landen. Het EBA gaat slechts over de laatste elf landbouwproducten waarvoor de EU nog uitzonderingen maakte en betreft een jaarlijkse handelsstroom ter waarde van 95 miljoen euro, waarover de betreffende landen zeven miljoen aan importheffingen betalen.

Zal het wegnemen van die belasting leiden tot betere prijzen voor de producenten in de minst ontwikkelde landen, tot hogere winsten voor de tussenhandel of tot lagere prijzen voor de consumenten in Europa? Waarschijnlijk een combinatie van die drie, maar om grote bedragen gaat het dus niet. Ook het 'dynamische effect' dat ontstaat door de verbeterde exportmogelijkheden zal niet indrukwekkend zijn bij zulke bedragen. Het zal niet om miljarden euro's gaan, zoals minister Herfkens heeft gezegd, maar hoogstens om tientallen miljoenen.

Een moeilijker barrière voor export van landbouwproducten door zuidelijke landen naar de EU zijn technische voorschriften. Sommige daarvan stelt de EU om terechte redenen, zoals gezondheid, bescherming van het milieu en het welzijn van dieren. Minder begrijpelijk zijn de uniformiteiteisen die handelaren (multinationale ondernemingen, veilingen) stellen. Om productieprocessen en marketing te vereenvoudigen moeten alle worteltjes en karbonaadjes er hetzelfde uitzien en mogen voor granen maar enkele rassen worden gebruikt. Daaraan is door de kleinere schaal, de soms veranderlijke productieomstandigheden en de onervarenheid van producenten in ontwikkelingslanden moeilijker te voldoen dan voor een Nederlandse boer.

Een andere niet te onderschatten barrière is de afstand tot de markt: een Nederlandse boer zit zowel fysiek als mentaal dichter bij de Nederlandse markt, een Eritrese boer dichter bij de Eritrese markt. Het belang van deze barrière zal toenemen als in het kader van de strijd tegen de klimaatverandering de brandstofprijzen omhoog gaan en vervoer dus duurder wordt.

Moeten we desalniettemin blij zijn met het EBA-initiatief? Het is verstandig te kijken naar de ervaringen van de afgelopen zes jaar sinds het vorige WTO-akkoord over de handel in landbouwproducten. Op basis van een groot aantal studies concludeerde John Madeley van het Zweedse Forum Syd dat de voedselzekerheid voor de kwetsbaarste groepen in vrijwel alle van de 39 onderzochte ontwikkelingslanden achteruit was gegaan. De WTO had het tegenovergestelde beloofd: ontwikkelingslanden zouden profiteren van nieuwe exportmogelijkheden en de hongerigen van lagere voedselprijzen.

Kleine producenten in ontwikkelingslanden moeten op de lokale voedselmarkt concurreren met vaak goedkope importen. Een onzeker bestaan vergeleken met de oude situatie, waarin de markt bovendien doorzichtiger was en niet zelden door overheidsinstanties werd gereguleerd. Als ze die concurrentiestrijd niet aankunnen, laten ze hun land achter of gaan zelf over op exportproductie. Daarbij zijn ze afhankelijk van handelaren en de grillen van de wereldmarkt. Als veel producenten tegelijk overschakelen, daalt de wereldmarktprijs. Exportinkomsten vandaag bieden geen garantie voor de toekomst. Zoals goedkope voedselimporten dit jaar geen garantie bieden voor goedkope importen volgend jaar.

Conclusie: een op internationale handel gebaseerde landbouwsector maakt zowel de voedselvoorziening als de economische ontwikkeling kwetsbaar en is dus geen panacee voor het armoedeprobleem.

Ook voor Europa zou een vrijhandelsakkoord over de landbouw onaanvaardbare risico's inhouden. Verdergaande handelsafspraken beperken de beleidsruimte van Europa om de landbouw economisch en maatschappelijk gezond te maken. We willen allemaal gezond voedsel, geproduceerd met respect voor dier en milieu, en mooie en afwisselende (boeren)landschappen. De huidige crisis in de vleessector en de wens om de EU in oostelijke richting uit te breiden, vragen om een ingrijpende wijziging van het landbouwbeleid.

Afschaffen van de Europese landbouwsubsidies en importbeperkingen (voor de andere handelspartners) zal het landschap enorm veranderen. Uit sommige regio's zal de landbouw grotendeels verdwijnen, in Nederland houden we nog slechts een aantal gespecialiseerde sectoren over. De schaal van bedrijven neemt enorm toe, naar het voorbeeld van noord-Frankrijk of, nog extremer, het midden-westen van de Verenigde Staten. We zullen nog minder goed de herkomst van ons voedsel kennen. En we nemen een gok met onze voedselvoorziening in tijden van oorlog en andere tegenslag.

De regeringen van zowel Europese als ontwikkelingslanden doen er daarom goed aan bij hun handelsbeleid, met name het landbouwbeleid, niet alleen naar economen te luisteren. Vrijhandel is geen recept voor alle kwalen, zeker niet voor sectoren met belangrijke maatschappelijke verantwoordelijkheden, zoals de landbouw.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden