Vrijhandel is geen panacee voor armen

FERRY Haan raadt de ontwikkelingslanden aan hun hoop vooral op de WTO te vestigen (Reflex, 19 mei). De Europese regeringsleiders zouden de 'gesel van de WTO' moeten gebruiken om zo snel mogelijk van de landbouwsubsidies af te komen....

In de eerste plaats heeft de Europese landbouw een veel bredere taak dan alleen de productie van zo goedkoop mogelijk voedsel. Boeren zijn onmisbaar als onderhouders van landschap en natuur. Daarnaast heeft hun productiewijze grote gevolgen voor het milieu, het dierenwelzijn en de voedselveiligheid. Zaken die zeker zo belangrijk zijn voor het welzijn van de Europeaan als de prijs van zijn voedsel. Voor het platteland en milieu zal afschaffen van de subsidies rampzalige gevolgen hebben. Het zou de Europese boeren dwingen tot verdere industrialisatie en schaalvergroting.

Grondige hervorming van het landbouwbeleid is nodig, niet afschaffing. Terecht stellen wij steeds hogere eisen aan onze boeren. We moeten dan wel bereid zijn hen daarvoor redelijk te belonen, ook als consument. Daarnaast zijn zaken als het onderhouden van het landschap collectieve goederen waarvoor boeren via collectieve middelen beloond moeten worden. De Europese boeren moeten ook gedeeltelijk gecompenseerd worden voor de strengere milieu- en dierenwelzijnsregels. Om te voorkomen dat zij van de eigen markt worden weggeconcurreerd moet dergelijke steun mogelijk blijven.

Met Haan stellen de Europese Groenen, als enige fractie in het EP, dat de exportsubsidies op landbouwproducten zo snel mogelijk moeten worden afgeschaft. Aan de dumping van landbouwproducten in ontwikkelingslanden door de EU en de VS moet een eind komen. Ik deel niet de hoge verwachtingen die Haan heeft van een volgende WTO-ronde. Wie zal er profiteren van het slechten van handelsbarrières? Niet de allerarmste landen die voor al hun producten behalve rijst, bananen en suiker al vrije toegang tot de EU hebben. Het zijn vooral de landen van de Cairns-groep die ijveren voor verdere verlaging van importtarieven. Dit zijn ontwikkelde landbouwgrootmachten als de VS, Canada, Australië, Argentinië en Nieuw-Zeeland. Deze exporteurs zullen moeiteloos de arme landen van de markt drukken.

In plaats van de wereldmarkt open te gooien zou het de arme landen aanzienlijk meer helpen als Europa haar markt ook zou openen voor suiker en rijst. De VS en andere rijke landen zouden het Europese voorbeeld moeten volgen. Het aantal landen waarvoor deze preferentiële markttoegang geldt kan worden uitgebreid met de ontwikkelingslanden die onder grote schulden gebukt gaan. Verder zou het ontwikkelingslanden helpen als Europa en de VS ophouden misbruik te maken van de anti-dumpingsmaatregelen waarmee zij voor hen onwelgevallige importen blokkeren.

Deze gerichte handelsliberalisering maakt 'ouderwetse' hulp niet overbodig. Om de geboden mogelijkheden ook daadwerkelijk te kunnen benutten hebben de ontwikkelingslanden steun nodig, opdat hun exportproducten aan de EU-regels voor voedselveiligheid kunnen voldoen. Markttoegang is geen vervanging voor financiële steun en schuldenverlichting. Het is een hoognodige aanvulling. Het simpelweg de wereldmarkt opjagen van boeren zal rampzalige gevolgen hebben zowel Europa als de ontwikkelingslanden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden