Vrij spel voor zand, wind en water

De Verenigde Naties hebben 2010 uitgeroepen tot het jaar van de biodiversiteit. De afname van de soortenrijkdom moet dit jaar tot staan worden gebracht....

Door Caspar Janssen

Ja, nu ja. Nu is het een vredig tafereel in duingebied Berkheide, tussen Katwijk en Wassenaar. Recreanten fotograferen Gallowayrunderen die plukjes helmgras weggrazen uit de paraboolduinen, fietsers en wielrenners zoeven voorbij en een enkele stoere stapper loopt over het zogeheten laarzenpad door de vochtige duinvallei, die over een maand als het goed is vol staat met parnassia, duizendguldenkruid en orchideeën.

En zowaar: sommige voorbijgangers groeten Hans Lucas, ‘natuuradviseur’ van Dunea, voorheen het Duinwaterbedrijf Zuid-Holland.

Dat was acht jaar geleden wel anders. ‘Toen werd ik in mijn gezicht gespuugd. En uitgescholden.’ En zijn uitvoerende medewerkers werden zelfs fysiek bedreigd. ‘Je kunt wel zeggen dat de pleuris was uitgebroken.’

Dat kwam zo: Berkheide ging op de schop. En niet zo’n beetje ook. De 50 hectaren (ongeveer vijftig voetbalvelden) werden afgesloten voor recreanten en er verschenen graafmachines die alle begroeiing inclusief de toplaag van 30 centimeter grond rücksichtslos verwijderden. Ook de infiltratieplassen in het gebied verdwenen. Wat overbleef noemden woedende bezoekers en omwonenden de ‘Kalahari-woestijn’.

‘Ik had het van tevoren gezegd: het wordt in eerste instantie een grote zandvlakte, een grote Sahara. Ik had ook meermalen uitgelegd waarom het nodig was. En men zei steeds weer: oh, goed hoor. Totdat het graven begon. Toen schrok iedereen zich rot.’

Het was het grootste ‘regeneratieproject’ ooit in een duingebied. Hans Lucas noemt het liever: ‘herstel natuurlijke situatie vochtige duinvalleien’. Het was hoognodig, volgens de beheerders Staatsbosbeheer en Dunea. Al was het maar omdat de duinen in 1990 waren aangewezen als kerngebied in de ecologische hoofdstructuur. En vanwege internationale verplichtingen om planten- en dierensoorten te beschermen die horen bij het duingebied.

Ecologische woestijn
Daarmee was het namelijk dramatisch slecht gesteld in 1990. Want omwonenden mochten dan graag vertoeven tussen de bomen en het duinstruweel, volgens Hans Lucas was Berkheide verworden tot een ‘ecologische woestijn’. ‘Van het spel van zand, wind en water was niets meer over. Alles was vergrast, verruigd en bebost.’ Typische soorten van vochtige duinvalleien als parnassia, duizendguldenkruid en orchideeën waren verdwenen, de zandhagedis en de rugstreeppad gingen hard achteruit, de tapuit, typische duinvogel, kwam niet meer, vele andere duinvogels lieten zich niet meer zien.

Dat had een lange voorgeschiedenis. Rond 1950 raakte de door schoon regenwater gevormde zoetwaterbel onder de duinen op. Met dat water voorzagen waterleidingbedrijven steden als Den Haag en Leiden van schoon water. Er werd besloten water uit de Rijn en de Bergsche Maas te infiltreren in de duinen. Duinvreemd, voedselrijk water was dat, er kwam ook organisch verrijkt slib mee. Om dat op te lossen werd het water eerst voorgezuiverd en vervolgens via buizen en kanalen die deels ondergronds lagen naar de duinen gevoerd. Daar ontstonden grote infiltratieplassen.

Konijnenziekte
Het aangevoerde water was nu wel schoon, maar de natuurlijke, natte duinvalleien waren bijna allemaal verdwenen en met de stuifduinen zelf bleef het slechter gaan. Vanwege de stikstofneerslag en vanwege de konijnenziekte VHS, die begin jaren negentig om zich heen greep. Hans Lucas: ‘Het konijn is de enige natuurlijke beheerder van de duinen. Zij graven de kuilen waardoor het zand weer gaat stuiven. Die successie in de duinen is, als alles goed gaat, een fantastisch proces. Er worden nieuwe duinen gevormd, daar groeit dan op de toppen weer helmgras en duinriet, vervolgens krijg je zegge, kronkelsteeltjes, thijm en andere open duinsoorten van het ‘grijze duin’. En dan komt het konijn weer, die haalt het zand weer naar boven. Maar dat proces was helemaal verstoord geraakt. En dan krijg je duinbossen waaruit alle leven verdwijnt.’

Tot 1990 werd er nog onbekommerd gejaagd op konijnen in de duinen, omdat er zoveel waren, maar door de konijnenziekte verdween 80 procent van de populatie. ‘Dat heeft zich nooit hersteld en ik vraag me af of dat ooit gaat gebeuren’, aldus Lucas. Vandaar dat Gallowayrunderen en Konikpaarden hun intrede deden, als beste alternatieve wapen tegen de ‘vergrassing’.

Nu, acht jaar nadat de graafmachines het gebied inreden, hoort Lucas nooit meer iemand klagen over Berkheide. ‘Ach, we zijn allemaal conservatief’, verklaart Lucas. Over het volgende duinherstelproject bij Den Haag waarbij hij betrokken is, wordt hij alweer aangevallen.

‘Maar hier hoor ik nu: Berkheide is fantastisch geworden, het pareltje van Wassenaar. Hier zijn de duinen weer in beweging. En straks in juli zie je hier de roze gloed van duizendguldenkruid, het wit van de parnassia en zie je overal libellen en orchideeën in het natte gedeelte. Weet je waar nu over geklaagd wordt door omwonenden? Over het gekwaak van de rugstreeppad.’

Over het fietspad gaat het dan naar de buitenduinen van het aangrenzende Meijendel, net als Berkheide inmiddels Natura 2000-gebied. Uitgestrekt duingebied, vol met meidoorns. Hier komen een miljoen bezoekers per jaar, weet Lucas.

Deel van de plannen tot duinherstel was het verplaatsen van de waterwinning naar de randen van het gebied. Zo ontstond er ruimte voor het terugbrengen van de natte en vochtige duinvalleien; het grondwater kreeg weer een natuurlijke kwaliteit en regime (in maart hoog, in september laag).

In Meijendel deed Lucas zijn eerste ervaring op met duinherstel. ‘Ik weet nog dat hier, in de kikkervallei, de eerste machines binnenreden. Ik stond bijna te huilen van weemoed. We vroegen ons toch af: doen we hier wel goed aan? Het kon ook een aanfluiting worden.’

Kikkervalleien
Maar dat werd het niet. ‘Een keer per jaar, in juli, gaan we nu met publiek de kwetsbare kikkervalleien in. Na afloop zegt dan iedereen: doe maar gauw het hek weer dicht, want dit is zo mooi.’

Hoe meet je succes? Van nature is het duingebied een van de soortenrijkste biotopen die er bestaat. Lucas: ‘Zo is het hier nu weer. Hier zitten meer dan 105 vogelsoorten. Hier heb je de hoogste dichtheid aan nachtegalen. Maar ook de blauwborst zit hier en de geoorde fuut. Een jaar of vijf nadat dit gebied op de schop was genomen was alles terug. Dat gaat van broedvogels en vleermuizen tot de wezel, de egel, reeën, insecten, vlindersoorten, libellen en zandhagedissen.’

Dan zet Lucas de auto stil en lopen we naar een plas met kwelwater, de natte duinvallei. Hier is het inderdaad een drukte van belang, zo midden op deze nog wat koude voorjaarsdag. Een konijn schiet weg, in het kraakheldere water zwemmen kikkervisjes van de rugstreeppad, er passeert een drieteenstrandlopertje en een koekoek, we zien een groenpootruiter, we horen de fitis en jawel: daar is een tapuit. En nog een tapuit. Lucas ontsteekt nu in euforie: ‘Een succes, een succes!’ Hij doelt op een recent experiment; in het duin zijn nestkastjes speciaal voor de tapuit geplaatst.

Lucas wil onderzoeken waarom het nog altijd niet geweldig gaat met dit duinicoon. ‘Dat komt of omdat er te weinig konijnenholen zijn waarin ze broeden, of omdat er in Afrika iets aan de hand is, of omdat de runderen hier het gras plattrappen.’ Dat laatste noemt Lucas ‘golfbanisering van het landschap’. ‘Dat kan tot gevolg hebben dat door de stevige graszoden de insecten minder goed bereikbaar zijn voor de tapuit, waardoor jonge tapuitjes het niet redden.’ Wat hij vandaag kan vaststellen: de nestkastjes worden volop gebruikt.

De soorten zijn terug
Lucas spreekt in dit verband van ‘finetunen’. ‘We doen hier aan procesbeheer, we maaien en plaggen niet. We bekijken het duinherstel grootschalig en daarna moet het proces, met behulp van grazers, zelf functioneren. Als de soorten komen die bij het landschap passen, dan weet je dat het goed zit.’

‘En hier klopt het nu’, weet Lucas. ‘Hier zijn de soorten terug.’

Bij het water, intussen, ruikt het naar munt en Lucas spreekt van boomkikkers, zandhagedissen, kamsalamanders, vleugeltjesbloem, gentiaan, het driekleurig duinviooltje en kronkelsteeltjes. ‘Het is nu nog vroeg, maar straks staat het hier vol met orchideeën. En met duizendguldenkruid, ogentroost en parnassia. Als buitenlanders hier komen slaan ze steil achterover. Nergens zo veel parnassia als in Nederland. Het begint nu al te komen. Waar dan? Hier, je staat er gewoon bovenop.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden