Vrij geboren in schuldig landschap

Toen hij de foto's van Rwandese kinderen naast die van zijn dochter legde, werd fotograaf Hugo getroffen door hun blikken. Dit zijn de born frees van na 1994.

Pieter Hugo, Portret uit de serie '1994', 2016. Beeld Collectie Rijksmuseum Amsterdam

Voordat hij vader werd, waren kinderen hem nooit opgevallen, zegt de Zuid-Afrikaanse fotograaf Pieter Hugo (1976). Maar sinds de geboorte van zijn dochter ziet hij die 'kleine krengen' werkelijk overal. En ze kijken hem aan op zo'n speciale manier, hij wordt er ongemakkelijk van, hun blik zet hem aan het denken. 'Plotseling keek ik op een heel andere manier naar de wereld waarin we leven.'

Voor het eerst in zijn rijke carrière als fotograaf - hij werd bekend met portretten van Nollywood-soapacteurs in Nigeria in bizarre uitdossingen en een serie Nigeriaanse hyenatemmers - portretteerde Hugo kinderen, voor de serie 1994. De helft daarvan is nu te zien in het Rijksmuseum in Amsterdam als onderdeel op de grote expositie Goede Hoop. Het zijn de Zuid-Afrikaanse kinderen die zijn geboren na 1994, toen de eerste vrije verkiezingen werden gehouden en Nelson Mandela president werd, de born frees.

De andere helft van de serie - foto's daarvan hangen nog tot 18 maart in galerie Cokkie Snoei in Rotterdam - zijn kinderen uit Rwanda, geboren na de genocide van 1994 onder een nieuw bewind. Hugo fotografeerde in 2014 in opdracht voormalige daders en slachtoffers die nu weer samen in dorpen wonen. 'Het was schoolvakantie, de kinderen dromden om me heen. Van twee maakte ik een portret. Thuis in Kaapstad zeiden die foto's me veel meer dan de serie die ik had gemaakt. Ik legde ze naast een foto van mijn dochter. Ik werd getroffen door hun blikken. Zo is het begonnen.'

In Rwanda fotografeerde hij kinderen uit de families die hij voor het eerdere project had ontmoet. In Zuid-Afrika vooral de vrienden en vriendinnen van zijn dochter bij hun buitenhuisje in een natuurpark in het zuiden van het land.

'Het mocht niet sentimenteel worden, dat heb je al gauw met kinderen. Ik zocht kinderen van wie iets uitgaat, die de kijker confronteren, die me het gevoel geven dat ik word bekeken.'

Hij zocht plekken om hen te portretteren in de natuur. Dan komen ze als individu goed uit en het is ook een knipoog naar beeldvorming rond kinderen, zegt Hugo. 'Het kind als de onschuld in een arcadische omgeving. Maar in het Rwandese landschap is een genocide gepleegd, de strijd in Zuid-Afrika gaat nog steeds over het bezit van land.'

Fotograaf Pieter Hugo poseert voor eigen werk. Beeld Hollandse Hoogte

Die diepere betekenis zie je niet meteen aan de portretten. Het is de summiere titel 1994 die de kijker aan het denken moet zetten. Achter deze verstilde beelden gaat Hugo's woede en bezorgdheid schuil, zegt hij.

Hij barst los: 'Ik ben heel cynisch over grote politieke verhalen, zoals 'de Regenboognatie' in Zuid-Afrika. Ik vind het pure onzin, een lachertje. Ik werd zelf volwassen rond 1994 en ik deelde in de euforie van Mandela. Maar dat duurde niet zo lang. Nu is het sociale contract volledig verbroken. Burgers houden zich niet aan afspraken, regels of wetten. Geweld is overal, lichamelijk en psychologisch. Ik word er knettergek van.'

Het vaderschap heeft hem ook daarin veranderd. Na het eind van de apartheid kon hij als witte Zuid-Afrikaan opeens makkelijk door de rest van Afrika reizen. 'Ik leidde een zwervend bestaan, maar als je kinderen krijgt, gooi je een anker uit, ik besefte toen pas echt dat ik in Zuid-Afrika hoor en er ook het liefst wil blijven.'

Hij woont met zijn gezin nog steeds in dezelfde buurt in Kaapstad als waar hij is opgegroeid. Maar zijn kinderen leven in een wijk vol elektrische hekken. Zijn dochter heeft ook zwarte speelmaatjes, maar tegelijkertijd 'voel ik mij voor het eerst in mijn leven vaak niet welkom als een witte persoon'.

Als een kunstenaar in Zuid-Afrika kun je niet om de politiek heen, zegt Hugo. 'Aan de ene kant is dat een krachtig aspect, maar ik ervaar het ook als frustrerend en een belemmering voor persoonlijke groei. Ik begon als tiener met fotograferen. Dat kwam voort uit nieuwsgierigheid. Maar Zuid-Afrikaanse fotografen werden voortgedreven door de heftigheid van de politieke situatie, het werd een eigen idioom. De kunstzinnige kant is nog een nieuw fenomeen.'

Spelen met stereotypen

Met de kinderserie slaat hij een nieuwe weg in met zijn werk, denkt Hugo, al weet hij nog niet hoe hij verder zal gaan op die weg. 'Ik zeg altijd dat ik gedocumenteerde kunst maak, en in 1994 slaat de balans voor het eerst door naar de kunst. Ik heb de foto's zelfs geen bijschriften meer gegeven.'

Hij heeft zich verdiept in het beeld van kinderen in de kunstgeschiedenis. 'In de Renaissance waren ze toonbeeld van onschuld, de cherubijntjes. In de 19de eeuw kreeg je het kind als slachtoffer zoals bij Dickens, boefjes door omstandigheden maar corrigeerbaar. In ons nucleaire tijdperk spelen ze een hoofdrol in horror, zijn ze bezeten van iets, zoals in de film We Need to Talk about Kevin. Ik speel met al die stereotypen.'

Terwijl Hugo dit allemaal vertelt, kijken de kinderen op zijn portretten in de zaal van het Rijksmuseum toe. Wat staat hen te wachten, wat is hun toekomst, zijn van die vragen die kinderportretten altijd oproepen. Hugo kijkt lachend rond: 'Life will fuck them up eventually.'

Een kunstenaar is er om kwesties aan te kaarten, hij hoeft ze niet op te lossen, vindt hij. 'Zuid-Afrika heeft de langste koloniale geschiedenis gehad in de wereld. Dat zal nog heel lang problemen geven. Deze kinderen zijn dan de vrijgeborenen, maar ze zijn niet vrij van de geschiedenis.'

Goede Hoop, Rijksmuseum, Amsterdam. T/m 21/5 en Galerie Cokkie Snoei, Rotterdam. T/m 18/3

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.