Vriezenveners in Sint Petersburg

Tussen 1740 en 1920 deed zich een opmerkelijk fenomeen voor in de Nederlands-Russische betrekkingen. Ettelijke inwoners van één plaatsje in Overijssel, Vriezenveen even ten noorden van Almelo, trokken - aanvankelijk per huifkar, later per trein - naar Sint Petersburg om daar een - vaak succesvol - bedrijfje te beginnen....

HAN VAN GESSEL

Het verhaal van de Ruslui is het verhaal 'over wilskracht en doorzettingsvermogen, over pure noodzaak en wanhoop, hartstocht en gedrevenheid', schrijft filmmaakster Karina Meeuwse in Opkomst en ondergang van de Ruslui - Vriezenveense handelsfamilies in St. Petersburg, 1720-1920 (Bruna; ¿ 29,90). Zij stuitte bij een bezoekje aan Vriezenveen bij toeval op een stapel brieven van Ruslui. Zij vatte het plan op om op basis daarvan in het kader van het Tsaar Peter-jaar een film te maken; deze is vanaf 7 september in enkele steden te zien. Het materiaal was echter zo overvloedig dat ze tegelijk besloot het verhaal in boekvorm te vertellen.

De Ruslui dreven hun handel in de Gostinni Dvor, een nog altijd bestaand warenhuis aan de Nevski Prospekt. Het warenhuis besloeg een enorme oppervlakte en bevatte een paar honderd winkels en bedrijfjes. De winkels van de Ruslui werden bestuurd door compagnieën, waarin enkele families de krachten hadden gebundeld. Bekende namen waren Engberts, Kruys, Jansen en Harmsen. Aanvankelijk gingen alleen de mannen naar Sint Petersburg, later, toen de verbindingen makkelijker werden, gingen de vrouwen mee.

In Vriezenveen doet nog steeds een mooi verhaal de ronde over de Ruslui, vertelt Meeuwse. 'Eind 1813 had het Russische leger de Fransen teruggedrongen tot in het oosten van Nederland. Bij een brug in Vriezenveen, die later de kozakkenbrug zou worden genoemd, verscheen op een ochtend een regiment kozakken te paard. De ruig uitziende kozakken hadden een slechte reputatie opgebouwd, ze roofden en plunderden de omliggende dorpen. In Vriezenveen schijnen ze zich keurig te hebben gedragen. Tot hun verbijstering werden ze daar namelijk in hun eigen taal toegesproken'

De terugkeer naar Nederland leidde bij veel Ruslui tot bittere teleurstellingen. Meeuwse: 'Ze waren Hollanders in Rusland, maar in Nederland voelden ze zich Rus.' Egbert Engberts en zijn vrouw vestigden zich in Leiden. Zijn kleinkinderen vonden hem een sombere man. Op paasdagen gingen ze wel eens op bezoek; oma maakte dan Russische pasteien en een speciale Russische paastaart. Ze moesten 'Christos voskresen' zeggen, zonder dat ze wisten wat dat betekende. Pas veel later, toen ze de verhalen van de Ruslui hadden gehoord, begrepen ze iets 'van de bitterheid om het verlies dat op die paasdagen onuitgesproken tussen de oude Egbert, zijn vrouw Sara en hun kinderen hing'.

Han van Gessel

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden