Vriendin

Ik zoek een rietje. In de keuken. Op veel feestjes is de keuken de plek om te zijn: een Bermudadriehoek die alle leuke mensen in de loop van de avond de huiskamer uit zuigt....

‘Hé’, zeg ik.

‘Ha,’ zegt Katja.

Katja is een vriendin van mij. De laatste keer dat we elkaar tegenkwamen was weken geleden. We stonden voor H & M, zij had een jurk gekocht en ik rommelde aan mijn fietsslot. ‘We moeten weer eens afspreken’, zeiden we. We zouden bellen. Maar dat deden we allebei niet. Op zich niet erg. Tot vandaag. Want nu we elkaar weer zien, hangt-ie toch in de lucht, die nooit gemaakte afspraak. Als een grap waar niemand om lacht, ook al werd-ie duidelijk verstaanbaar verteld aan een groot gezelschap.

En dan gebeurt het.

Je zou kunnen zeggen dat ik doe alsof mijn neus bloedt. Maar die uitdrukking snap ik nooit zo goed. Het impliceert dat je doet of er niets aan de hand is. Terwijl: als je neus bloedt, is er niet niets aan de hand, maar spuiten er rode klodders uit je gezicht. Daarom rep ik liever van Sociaal Gezellige Discrepantie: een modus waarbij de dingen die ik denk tijdelijk niet overeenkomen met de dingen die ik zeg. Opdat dat onze vriendschap redt.

‘Ben je hier al lang?’, vraagt Katja. Ik ben hier al een uur en zag jou al drie keer vanuit mijn ooghoeken in het bakje Japanse mix graaien, denk ik. Maar ik zeg: ‘Nee, valt mee.’ En als Katja vraagt: ‘Wanneer zag ik je voor het laatst?’, denk ik: voor de H & M, jij had een jurk gekocht en ik rommelde aan mijn fietsslot. Maar ik zeg: ‘Hm. Kalverstraat?’

En zo gaat het door. ‘Hoe is het?’ vraagt Katja. Nou, ik voel me wat ongemakkelijk in verband met een nooit gemaakte afspraak. Daarbij maak ik me zorgen over hoe m’n haar zit en vraag ik me af wat de zin van ons bestaan is. En ik ben een beetje moe. ‘Het gaat goed!’

‘Wat doe je nu?’ O jee, een echt gesprek. Zeg ik wat ik nu doe dan moet ik haar ook vragen wat zij nu doet en of ze dat leuk vindt. Helemaal geen zin in. ‘Ik schrijf een boek. Jij?’

‘Ik werk nog bij Het Bedrijf.’

‘Is het leuk?’

‘Ja.’

En nu vraagt zij of ik nog woon waar ik woonde en dan vraag ik of zij ook nog woont waar zij woonde. Poe. ‘Woon je nog in Noord?’ ‘Ja. Jij in West?’

Ik wil weg. Naar de huiskamer. Straks mis ik de collectieve uitvoering van Single Ladies! Maar we staan in een lege keuken, dus de trucjes werken hier niet: ik kan niet vragen of ze nog wat wil drinken want we staan naast het bier. Zeg ik: ‘Ik ga even naar de wc’, laat ik haar wel expliciet alleen. En no way dat iemand mij straks verlossend op mijn schouder tikt, hier. Dus nu gaat ze vragen of ik nog steeds geen vriend heb.

‘En heb je al een vriend?’ ‘Nee.’ Afronden, ik moet afronden. Iets zeggen waardoor we allebei onze eigen weg gaan zonder te denken aan die nooit gemaakte afspraak. Wacht, ik vraag naar háár vriend. Zo van ‘doe je hem de groeten van me?’ Want vraag je iemand een ander de groeten te doen, bedoel je: nou, doei!

‘Hoe is het met Richard?’ ‘Het is uit.’

Mislukt.

‘O, wat naar!’

Oké. Er is nog maar één manier dit gesprek netjes te beëindigen. Vooruit dan maar:

‘Maar hé, laten we anders weer eens afspreken.’

‘Leuk.’

Zij wil ook niet.

‘Dan bellen we nog even.’

Doen we niet.

‘Nou, doei.’

Doei.

Ik kijk haar na, mijn vriendin Katja. Of, nou ja, vriendin... Ik pak een rietje uit een la, denk na en raak dan zomaar een beetje treurig. Want Sociaal Gezellige Discrepantie lijkt misschien een middel om vriendschappen te redden. Maar eigenlijk is het geen middel, maar een teken. Een teken dat de vriendschap eigenlijk al voorbij is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden