Vrienden van Syrië drijven verzet in handen jihadisten

SYRIË Doordat de Vrienden van Syrië afzien van wapenleveranties accepteert het Syrisch verzet steun van moslimterroristen.

Een veelgehoord argument tegen wapenleveranties aan het Syrische verzet is dat de wapens in handen van moslimextremisten kunnen vallen. Het lijkt er echter op dat vooral het uitblijven van steun ertoe lijdt dat het Vrije Syrische Leger (FSA) uit wanhoop op terrorisme terugvalt en steun begint te accepteren van extremisten met gevechtservaring.


Aanvankelijk probeerden de vaak lokale strijders wijken en demonstranten tegen Assads troepen te beschermen. Het bloedige beleg van Baba Amr in Homs liet echter zien dat een directe confrontatie tegen de vuurkracht van het regeringsleger suïcidaal is. Tevens probeert het FSA met guerrillatactieken het leger te raken. Voor een succesvolle guerrillaoorlog is vrijwel altijd de hulp van een aangrenzende staat nodig die een veilige uitvalsbasis en wapens ter beschikking stelt. De internationale Vrienden van de Syrië-coalitie, en daarbinnen de regionale sleutelspeler Turkije, zijn hier vooralsnog niet toe bereid.


Wel is er in Syrië een ideale voedingsbodem voor een stedelijke terreurorganisatie. Het Assad-regime creëerde een omvangrijke en effectieve politiestaat die voorkwam dat tegenstanders zich konden organiseren. Door de opstand kunnen de veiligheidsbeambten echter niet meer veilig in wijken opereren en is het informantennetwerk verstoord. Hierdoor hebben de veiligheidstroepen een gebrek aan inlichtingen en vallen ze terug op willekeurig en bruut geweld. Dit kan niet voorkomen dat mensen hun onvrede publiekelijk uiten en zich op lokaal niveau organiseren. Hier reageert het regime dan weer op met ongerichte repressie, wat als in een vicieuze cirkel de voedingsbodem voor verzet voedt.


Vermoedelijk realiseert het FSA zich dat de combinatie van gebrekkige overheidscontrole en grote onvrede de mogelijkheid creëert om als een stedelijke terreurorganisatie verder te gaan. De afgelopen weken lieten een opvallende stijging zien van het aantal gerichte aanslagen op hooggeplaatste figuren in het leger en de veiligheidsdiensten. Daarnaast vinden er in Syrische steden steeds vaker bomaanslagen plaats. Ook plaatsen verzetsstrijders in vrijwel alle Syrische steden boobytraps en proberen ze met bermbommen militaire voertuigen uit te schakelen.


Dit biedt een ideale opening voor het Al Qaida-netwerk om banden met het FSA aan te gaan. De jihadisten hebben namelijk ervaring met de bovengenoemde tactieken en kunnen training geven. Hoewel er nog geen aanwijzingen zijn voor de aanwezigheid van grote aantallen buitenlandse strijders, beginnen Syriërs die met Al Qaida in Irak hebben gevochten wel een prominentere plaats in het verzet in te nemen. Daarnaast kwam eind april de Libanese Jihadistische bomexpert Abdel Ghani Jawhar bij een explosie in de buurt van Homs om het leven. Hij was volgens medestrijders op rondreis door Syrië om lokale FSA-eenheden te leren bommen te fabriceren.


Aangezien Al Qaida-leider Ayman al-Zawahiri zijn volgers heeft opgeroepen in Syrië te gaan vechten, zijn waarschijnlijk meer mensen als Jawhar het land binnengetrokken. Het aan Al Qaida gelieerde Al-Nashrah Front heeft dan ook al verantwoordelijkheid voor verscheidene aanslagen geclaimd. De drievoudige aanslag in Damascus van afgelopen vrijdag is hier het meest recente voorbeeld van. Op deze manier proberen de jihadisten zowel de strijd gaande te houden als hun vaardigheden aan het verzet te etaleren.


De bovenstaande analyse is niet bedoeld om het argument van Assad te legitimeren dat hij een extremistische samenzwering bestrijdt. Toen er nog geen banden waren met jihadisten gebruikte hij dit namelijk al als excuus om iedere vorm van oppositie bloedig neer te slaan. De juiste analyse is dat de combinatie van Assads repressie en het uitblijven van materiële steun door de Vrienden van Syrië ertoe lijdt dat het verzet zich uit wanhoop meer openstelt voor steun vanuit extremistische hoek.


Dit is ook hoe Al Qaida elders wortel heeft geschoten. In gebieden als Jemen, Somalië, Noord-Nigeria en de Sahel zijn verzetsbewegingen ontstaan door lokale grieven. Omdat ze geen steun van een naburige staat krijgen, wenden ze zich tot de jihadisten. Een beweging die van een sympathiserende staat grotere hoeveelheden wapens, betere training en een veilige uitvalsbasis kan krijgen, is niet geneigd toenadering tot extremisten met relatief marginale middelen te zoeken. Binnen de door de NAVO en Qatar gesteunde Libische opstand kon de aan Al Qaida gelieerde Libische Islamitische Strijdgroep dan ook nooit een prominente plaats innemen.


Het is dus een onjuiste analyse dat door geen wapens te leveren de Vrienden van Syrië moslimextremisten een slechte dienst bewijzen. Het is voor Al Qaida eerder het ideale scenario. Het Syrische verzet zou zowel om ideologische als militaire redenen het liefst materiële steun van NAVO- en Golfstaten ontvangen waarmee het een echte guerrillaoorlog kan voeren. Door het uitblijven daarvan wendt het FSA zich uit wanhoop tot de jihadistische terreurnetwerken die zo nieuwe bondgenoten in Syrië kunnen vinden.


MARNO DE BOER


is militair historicus.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden