Vriend Hitler

Daar zit hij dan, alleen. Zijn droom over wereldheerschappij lijkt hier – in deze grijze, donkere bunker – definitief ten einde gekomen....

Maar dan. Een klop op de stalen deur. Het licht wordt vrolijker. Hitler veert op. Het is Eva, zijn grote liefde. Haar kleding plakt aan haar lijf – bunkers zijn vochtig. Spontaan begint hij te zingen; samen pirouetten ze door de kale ruimte.

Als Bollywood aankondigt een film te maken over de Führers laatste dagen onder de titel Dear Friend Hitler, ga je je onvermijdelijk de gekste dingen voorstellen. In de eerste plaats een soort Indiase variant van de musical ‘Springtime for Hitler’ zoals die te zien was in The Producers (Mel Brooks, 1968).

Maar nee, volgens regisseur Rakesh Ranjan Kumar wordt het ‘geen oorlogsfilm, noch een liefdesverhaal.’ Geen zorgen dus. Of toch? ‘De film wil de kijker de enigmatische persoonlijkheid van Hitler tonen, inzicht bieden in zijn onzekerheden, zijn charisma, zijn paranoia en zijn absolute genialiteit’, vertelt een andere bron volgens de Britse krant The Guardian.

Hm.

Toch kan mijn scepsis niet alleen liggen aan de manier van portretteren zelf. Hitler is immers al in verschillende gedaantes opgedoken in films. Als idioot in The Great Dictator (1940) en de Duitse komedie Mein Führer: Die Wirklich Wahrste Wahrheit Über Adolf Hitler (2007), zingend in The Producers, als mens in Der Untergang (2004).

Het probleem is dat Dear Friend Hitler breekt met de ongeschreven wet waar Hollywood zich over het algemeen keurig aan houdt: van andermans dictators blijf je af. Waar Amerikaanse films massamoord en genocide zonder problemen gebruiken als decor bij een mooi avonturenverhaal in den vreemde, vol romantiek en actie, blijven de alleenheersers zelf vrijwel onontgonnen gebied. Behalve dan in serieus, gedragen televisiedrama. Hooguit duiken ze, mondjesmaat, op in nationale producties (Mussolini in Vincere; Stalin in Burnt by the Sun 2).

Dat komt omdat de balans uiterst lastig is. Of het nu om komedie of drama gaat: de portrettering is al snel ‘te menselijk’, ‘te komisch’ of ‘te monsterlijk’ – wie niet is opgegroeid met de gevoeligheden heeft de schijn bij voorbaat tegen.

Maar het kán wel. Toen Forest Whitaker alle drie de valkuilen wist te combineren in zijn vertolking van Idi Amin in The Last King of Scotland won hij er prompt een Oscar mee. Robert De Niro durft het aan om een biopic over Mao (Chasing the Dragon) te maken – al kondigde hij deze drie jaar geleden al aan.

Toch moeten meer dictators, juist door hun megalomanie en gekte, dankbare filmpersonages zijn. Neem Ceausescu, met zijn smetvrees en bijgeloof. Ferdinand Marcos en echtgenoot cq schoenenfetisjist Imelda. Of Kim Jong-il die ooit een filmregisseur uit Zuid-Korea liet ontvoeren en hem gras te eten gaf tot hij een soort Godzilla-achtige film voor hem maakte.

Nee, makkelijk is het niet, maar er moeten toch prachtige, gewaagde films in zitten?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.