Vreten en wroeten voor mooi land

Het tere groen van de beuken rijgt zich aan het grijsgroene baardmos en de diepgroene hulst. New Forest, Engeland, is een afwisselend, onaangeharkt landschap dankzij de grazers die hier al eeuwenlang rondlopen....

‘Zouden jullie dit een bos noemen?’ Schalks kijkt ecoloog Hans van der Lans in de rondte. Hij staat in zompig Engels veen, onderaan een groene heuvel, in de verte eeuwenoude bomen en jonge hulststruiken.

Dit is typisch voor het nationaal park The New Forest op honderd kilometer van Londen. Je verwacht dat Robin Hood er elk moment uit de stuiken opduikt. Hier in Mark Ash Wood is weidsheid troef, mijlen ver kunnen kijken, afwisseling tussen jong vingerhoedskruid en beuken van driehonderd jaar oud, de takken behangen met baardmossen.

Een beetje bosecoloog kent New Forest als hét grote voorbeeld van een dynamisch woud, vol sterfte en leven. Veel buitenlandse onderzoekers zoeken hier naar het recept voor bosomvorming.

Deze lenteweek rijgt het tere groen van de uitlopende beuken zich aan het grijsgroene baardmos en de diepgroene hulst. De witte bosanemonen en vooral de blauwe boshyacinten mogen hier en daar het landschap domineren. En dan staan we ineens oog in oog met een paard en haar veulen, nog onzeker op de benen, maar al vol levenslust.

New Forest heeft historie. Het bos van dertigduizend hectare was niet alleen het jachtgebied van koning Willem de Veroveraar, die het zich toe-eigende in 1079. Vanouds hebben er ook commoners, grondeigenaren, recht op gemeenschappelijke beweiding van hun wilde paarden. Die commoners zijn er nog, 420 in getal. Hun 3500 paarden lopen en grazen lukraak in het vrije gebied van twintigduizend hectare, de rest is omheind. Want hier heeft het dier het eerste recht en mag ook de mens er gepast gebruik van maken.

Wie bijvoorbeeld met de auto naar Acres Down voorbij Lyndhurst rijdt, houdt een kalm gangetje aan, want op de kronkelweg met meer dan manshoge hagen kan na de volgende bocht ineens een merrie met veulen voor je staan. Ze knabbelen aan de hagen, ons welbekend uit detectiveseries die op het Engelse platteland spelen. En achter de hagen die andere historische cultuurelementen: cottages met strooien daken.

Ezels

New Forest dankt zijn faam aan de eeuwenlange begrazing door paarden, runderen, ezels, herten, schapen en konijnen. De dieren begrazen de groene hellingen, knagen aan houtige opstanden, eten schors van levende bomen en zetten hun tanden in omgevallen bomen.

Het is niet mis wat er dan met een landschap gebeurt. ‘Met hun grazen, wroeten en vreten scheppen deze grote structuurhervormers bosjes en bosweiden, gelardeerd door natuurlijke zomen van de meest lichtminnende boom- en struiksoorten. Alleen zo ontstaat het gevarieerde leefgebied van vogels, zoogdieren en insecten’, zegt ecoloog Ruud Lardinois, die niets moet hebben van de ‘geknevelde’ natuur in Nederland. Hij en Van der Lans zijn de oprichters van de Stichting Kritisch Bosbeheer, een club die zich afzet tegen de aangeharkte bloempotnatuur in Nederland.

De grazers maken open plekken in het bos, daar kan dan weer zoveel licht op de bodem vallen dat een beukje kan uitlopen. Die kan op zijn beurt weer een oudere eik het leven zuur maken en verdringen. Dat proces gaat langzaam; de eik zal zich jarenlang met hand en tand verzetten tegen zijn opdringerige buurman, blad en schors verliezen, zijn top kwijtraken totdat een kale stam achterblijft. En ook dat is heel nuttig in de natuur. In zo’n kale, afgetopte boom kunnen boommarters huizen en vleermuizen hun toevlucht nemen. Bonte spechten gebruiken openingen in de stam als uitvalsbasis.

New Forest is in deze tijd van het jaar vergeven van gaspeldoorn, een felgele struik, familie van de brem. Deze plant laat zich niet onderdrukken door al die tanden die erin gaan. En ook de hulst weert zich door tot vraathoogte extra scherpe stekels te ontwikkelen.

Niet alle planten zetten stekels op om te overleven in een omgeving van grazers. Het moeraskartelblad gaat ondergronds om zich te behoeden voor vraat. Een piepklein lila topje van de bloem is nog net zichtbaar. Hier en daar zoekt een jonge eik bescherming door zich tussen stekelige meidoorn te vestigen in de verwachting daar een goede schuilplaats te hebben. Dat kunstje heeft ook de wilg ontdekt, door schade en schande. Wilgen zijn namelijk zeer gewild onder paarden en dan is het verdekt opstellen tussen de meidoornstekels een creatieve oplossing.

In Hollands Wood in New Forest vallen weer andere fenomenen te bekijken. Graskussens, zo ver het oog reikt. Het lokt uit tot springen van pol naar pol. Wie het topje van een willekeurige pol oplicht, ontdekt een mierenkolonie. De weidemier blijkt hier de boel gekoloniseerd te hebben. De duizenden beestjes verplaatsen zoveel grond dat er een bult in het landschap ontstaat. Heeft de mierenfamilie er genoeg van, dan emigreren ze en maken even verderop een nieuwe bult. Zo ontstaat het patroon van kussens in het landschap. De paarden en runderen versterken dat nog. Ze omzeilen de kussens en zetten hun poten pal naast de obstakels, waardoor er nog meer reliëf in het landschap komt.

In Hollands Wood valt veel te lezen in het landschap. Bijvoorbeeld hoe bomen het struweel oprollen. Een oude eik onttrekt zoveel vocht en licht aan zijn omgeving dat de sleedoorn en de wilde roos zich onprettig voelen. Ze schuiven op naar plaatsen waar nog wel licht en vocht te halen valt. Zo krijgt de eik steeds meer het rijk alleen. Dit eilandrijk van de eik krijgt nog meer cachet doordat de takken van de boom in wijde bogen naar de grond toe groeien, waardoor een soort koepel van takken ontstaat. Daaronder is het kaal en leeg. Wie in die vrije ruimte kruipt, waant zich in een hut. ‘Als ik herder was dan maakte ik hier een kraal voor schapen’, merkt Van der Lans, op.

Met niets in Nederland valt New Forest te vergelijken. Dat geldt nog sterker voor het beekdal van Beaulieu-river. Het trilveen langs de waterloop is verraderlijk, zeker op plaatsen waar een blauwachtige glans op de talrijke plasjes ligt. Dat wijst op kwel, er zou een diep gat kunnen zitten. Als je daar je laars in zet, zak je weg, en heb je helpers nodig om los te komen.

Goudveil

Veel biodiversiteit langs deze waterloop. Bloeiende aronskelken, gele plomp, dotters, moeras-vergeet-me-nietjes en op de wat lichtere plaatsen goudveil. Op de grond liggen haarplukken van de wintervacht van herten, in de bomen schetteren lijsters, boomklevers, pimpelmezen, roodborsten en sijsjes. Het is klauteren over omgevallen bomen, beslingerd met lianen. Een knaap van een beschadigde eik met toefjes eikvaren in een oksel van de takken vindt toch nog een weg naar boven.

Vochtige warmte. Het lijkt al een beetje op een tropisch oerwoud. Hogerop liggen dassenburchten. De poep wordt snel herkend, zeker als een aardbeivlinder zich verlustigt aan de keutel, want die twee werken samen.

Bomen zijn in de beek gevallen en blokkeren de waterstroom. Dat vinden de commoners niet prettig, omdat hun land daardoor kan overstromen en de paarden minder te vreten hebben. Weg met die bomen in de waterloop, eisten de commoners in een rechtzaak. Maar hoe zou dat moeten zonder zware machines, die het beekdal zouden verwoesten?

Begint hier het dilemma van New Forest? Dr. Willem Overmars, die al langer in New Forest komt dan de Britse houtvester van de Kroon, namelijk vanaf 1964, kan het zich niet voorstellen. ‘New Forest is het mooiste begraasde landschap dat ik ken. Dat komt omdat het over zoveel eeuwen heen is begraasd. Eigenlijk is het een middeleeuws landschap. Sinds 1964 is er meer massatoerisme maar het gebied verdraagt dat.’

Zijn kennismaking met New Forest was in een tentje waar op een campinggasje knakworsten werden opgewarmd. ‘Ineens stonden er veertig wilde paarden om me heen. Prachtig. Met mijn vrouw en mijn jongens van 12 en 13 liepen we de hele dag op kompas door het woeste woud.’

Het gebied hangt van tradities aan elkaar, zegt Overmars. ‘Gebruiken die heel nuttig zijn. Zo mogen al sinds 1550 bepaalde zigeunerfamilies met kerst hulst uit het bos halen om te verkopen. Daardoor is er geen ongebreidelde hulstgroei. De omwonenden mogen sinds 1750 vis uit de rivieren halen, brandhout en paddenstoelen plukken, maar nooit meer dan een mandje.’

Rewilding the rivers staat nu hoog op de lijst van New Forest. Ze krijgen er zelfs Europese subsidie voor. Ook in Engeland gaan meer rivieren buiten hun oevers omdat het water bovenstrooms te snel wordt afgevoerd naar zee. Lymington heeft veel wateroverlast. Overmars, expert op het gebied van waterberging, gaat naar New Forest om plannen te bespreken.

‘Vorig jaar heb ik in New Forest moerassige dalvlakten teruggezien, waarvan wij alleen nog maar kunnen dromen. Het prettige in New Forest is dat er om de zoveel meter een meetpaal staat. Ze monitoren daar de hele boel.’

Commoner Anne Cooper heeft al 25 jaar geleden ingezien dat zij met cream tea, verhuur van cottages, een omgebouwde oude wasserij, caravanplaatsen en het fokken van schapen redelijk kan rondkomen. De paarden – ‘vervelende beesten’ – heeft ze al lang de deur uitgedaan. ‘Een koe kan je nog wel te pakken krijgen, maar achter een paard aangaan is reuze lastig.’ Maar of haar kinderen de boel willen overnemen is onduidelijk en ook daarmee hangt de toekomst van New Forest samen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden