Vreselijk geloof, vreselijke kameraden

Een jaar of wat geleden promoveerde Gerrit Voerman in Groningen op een proefschrift over de warme relatie tussen de Nederlandse radicalen die in 1909 op het beslissende Deventer congres door Troelstra uit de SDAP waren gezet, en de Russische moederpartij die tien jaar later onder leiding van Lenin waarachtig een...

Voerman liet erin zien hoeveel respect dat kleine groepje Hollandse dissidenten ('slechts 493' had Troelstra er geteld, maar daar zaten wel klinkende namen tussen als van Wijnkoop, Van Ravesteyn, Gorter, Saks, Pannekoek en Henrie Roland Holst) aanvankelijk in de prille Sovjet-Unie zou genieten. 'De door Gorter en Pannekoek geleide marxistische partij', prees Lenin al vde oktoberrevolutie, 'heeft consequente, oprechte en vurig overtuigde internationalisten opgeleverd.'

De hulde was lang niet onterecht. De rebellen, ook wel 'de tribunisten' genoemd naar het weekblad waarin ze hun boodschap verkondigden, hadden tenslotte als eersten in (West-)Europa de scheuring tussen onvervalst en reformistisch links bezegeld. Als ware baanbrekers zouden ze in 1919 het lidmaatschapverdienen van de door Lenin uitgeroepen Derde Internationale, beter bekend als de Komintern.

Wat Voerman schetste was in feite de teloorgang van die erepositie binnen de communistische wereldfamilie. In nog geen tien jaar tijd waren de dappere helden van het eerste uur ofwel teleurgesteld van hun geloof gevallen, of ze hadden zich als kleine filiaalhouders in blinde gezagstrouw geschikt naar alles wat in Moskou werd bedisseld, bevolen of verboden.

Meridiaan in Moskou reikte tot 1930. Toen waren onder de Nederlandse pioniers de laatste revolutionaire dromen voorgoed vervlogen, Stalin had aan alle medezeggenschapsillusies rauwelings een eind gemaakt, de communisten uit de Lage Landen hadden niets meer in te brengen dan lege briefjes, en uit de gedunde gelederen trad in Nederland een man op de voorgrond die de kameraden bijna een halve eeuw in z'n ijzeren greep zou houden: Paul de Groot.

In zekere zin kan De CPN en haar buitenlandse kameraden beschouwd worden als een vervolg op de studie van Voerman. Het nieuwe boek begint in feite waar het vorige ophield: op het moment, in 1945, dat de tegenstelling tussen het communistische en het nietcommunistische deel van Europa geopolitiek was geformaliseerd in een zone die 'het Oostblok' en eentje die het 'Vrije Westen' heette. Het werd net geen oorlog tussen die twee. We noemden het bezwerend een koude oorlog.

De internationale verhoudingen waren in vergelijking met de situatie tijdens het interbellum ineens op scherp gezet. Maar voor de nog altijd gehoorzameCommunistische Partij van Nederland was er feitelijk weinig tot niets veranderd: ze keek en luisterde nog altijd naar Moskou waar de lijn uitgezet en de strategie bepaald werd. Die continuit was in ieder geval verzekerd en de Sovjet-Unie was er als overwinnaar van Hitler moreel alleen maar sterker op geworden.

Waarom heeft Arthur Stam in zijn lijvige werk nergens terugverwezen naar het 'fundament' dat al door een voorganger was gelegd? Noch in z'n per hoofdstuk opgenomen noten, noch in z'n literatuuropgave komen we Voermans Meridiaan tegen.

Je zou er bijna wat achter zoeken, maar dat is natuurlijk onzin. Dat komt ervan, na de lectuur van vijfhonderd bladzijden over een wereld vol paranoia en consequent complotdenken: dat heeft iets besmettelijks.

Wie is trouwens Arthur Stam? Volgens de achterflap moeten we de auteur van 'dit monumentale boekwerk' zien als een 'geroutineerd kenner terzake van het communisme', maar dat is nou eenmaal flaptaal waarvan we weten dat ze zelden tot nadere informatie strekt. De schrijver (1926) is niet meer van de jongsten zijn proefschrift over de heilsleer van Marx tot Mao werd al bijna veertig jaar geleden in Utrecht verdedigd. Was hij een insider?

Dat lijkt aan de ene kant niet erg waarschijnlijk: ik kan me niet herinneren zijn naam ooit te zijn tegengekomen in rijen van al dan niet gestaalde kaders, of binnen het betrekkelijk kleine gezelschap van 'geroutineerde kenners'. Aan de andere kant strooit hij met de namen van mensen alsof hij ze allemaal persoonlijk heeft meegemaakt, en wij geacht worden ze ook allemaal nog persoonlijk te kennen.

Zolang het gaat om 'beroemdheden' als Paul de Groot, Marcus Bakker, de gebroeders Wolff of notoire afvalligen als Henk Gortzak, Gerben Wagenaar en Wim Klinkenberg is dat misschien nog verontschuldigbaar. Maar wie weet nog wie Friedl Baruch was? Hoewel hij in het boek een betrekkelijk grote rol speelt als criticus van het beleid van De Groot (wat hem al in 1964 een royement opleverde), heeft Stam niet de moeite genomen hem in een paar biografische zinnetjes even te introduceren.Fr en compagnon met iedereen, is de suggestie. Maar ergens kom je dan een passage tegen waarin sprake is van 'Baruch en een zekere ir. Rutgers'. Een zekere Rutgers? Kende Stam leven en werk van de prominente 'tribunist' Sebald Rutgers nou juist weer niet? Dan had hij toch zeker even de dissertatie van Voerman moeten raadplegen.

Het is nogal typerend voor De CPN en haar buitenlandse kameraden: een boek dat bijna omvalt van de informatie aangaande duizenden interne ruzies en richtingenstrijdjes binnen het Nederlandse communisme, maar dat slordig en onevenwichtig is gestructureerd, nergens ruimte laat voor analyse of reflectie,en met al z'n citaten, mini-details en aardige kleine weetjes eigenlijk niks nieuws oplevert.

Stams inventaris spitst zich toe op drie grote 'caesuren' in de naoorlogse communistische geschiedenis: de destalinisatie, het conflict tussen de Sovjet-Unie en China, en het einde van de vanzelfsprekende hegemonie van Moskou, dat bijna sluipsgewijs begint in de jaren zestig.

Zolang Stalin leefde (tot 1953) was alles nog zoals het sinds 1917 altijd was geweest. Daarna, zeg je achteraf, is het eigenlijk nooit meer goed gekomen: Chroetsjov ('Knoeichef', placht Paul de Groot binnenskamers steeds luider te mompelen) zou voor miljoenen trouwe stalinisten in Europa herinnerd blijven als de man die alles dus bovenal het geloof op losse schroeven had gezet.

In de veelheid aan citaten, notulenachtige samenvattingen van congresbijdragen of achtergrondverhalen in De Waarheid blijven op een treurige manier de verschrikkelijke newspeak, de dubbeldunk, de als waarheid verpakte leugens en de totale verontpersoonlijking fascineren. Hoe is het in godsnaam mogelijk, vraag je je eens temeer af, dat mensen zo aupt met elkaar, en vooral met zichzelf, hebben kunnen leven?

Maar het blijkt gekund te hebben. En de meesten zijn er ook nog behoorlijk oud bij geworden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden