Vrees voor 'kalifaat' in westen Irak

Niet de Iraakse strijdkrachten, maar tribale milities gingen vrijdag voorop in de strijd tegen Al Qaida-achtige militanten die de steden Fallujah en Ramadi sinds woensdag deels in handen hebben. Het sektarische geweld in Irak heeft een nieuwe dimensie gekregen: dat van de dreigende komst van een 'kalifaat' in het westelijke, aan Syrië grenzende deel van het land.

AMSTERDAM - Uit de soms tegenstrijdige berichten valt op te maken dat de jihadisten gisteren terreinwinst hebben geboekt in de provinciehoofdstad Ramadi en dat ze vooral sterk staan in het tussen Ramadi en Bagdad gelegen Fallujah. Ze zouden de stad grotendeels in handen hebben.


Toen de crisis in Ramadi, Fallujah en enkele kleinere steden in de provincie Anbar maandag begon, was Al Qaida nog niet in beeld. Aanvankelijk was er een conflict tussen de regering van de sjiitische premier Nouri al-Maliki en soennieten die in Ramadi sinds maanden een protestkamp hadden ingericht, uit onvrede over de achterstelling van de soennitische minderheid in het land.


Maliki had schoon genoeg van het protest, riep dat 'terroristen' zich ophielden onder de betogers en liet het kamp maandag door het leger ontruimen. Dit leidde tot woede onder de soennitische bevolking van Anbar, die van oudsher al weinig opheeft met het centraal gezag in Bagdad.


Tijdens het hoogtepunt van de burgeroorlog (2004-2007) was Anbar het bolwerk van soennitisch verzet tegen de Amerikaanse aanwezigheid. Maar de tribale leiders in de provincie vormden ook het geheim van de Amerikaanse surge: zij lieten zich door de Amerikanen ompraten en -kopen om zich af te wenden van de extremisten.


Iets dergelijks gebeurde de afgelopen week. Toen het protest tegen de ontruiming van het kamp gewelddadig werd, achtte premier Maliki het wijs zijn troepen terug te trekken uit Ramadi en Fallujah. Handhaving van de orde liet hij over aan de politie; de agenten komen uit het gebied zelf en zijn veel minder gehaat dan het leger.


In het vacuüm grepen de jihadisten hun kans. Het leger was nog niet verdwenen of strijders van het aan Al Qaida gelieerde Islamitische Staat van Irak en de Levant (ISIS) trokken woensdag Fallujah en Ramadi binnen, veroverden politie- en legerposten, openden gevangenisdeuren en zetten overal controleposten op. Plotseling wapperde in beide steden de zwarte vlag en trucks vol jonge jihadisten met kalasjnikovs en raketwerpers trokken door de straten.


Maliki besloot daarop zijn troepen weer richting stad te sturen, maar vooral klopte hij aan om steun bij de tribale leiders van Anbar, dezelfde mannen met wie hij de afgelopen week op voet van oorlog had geleefd.


Een etmaal van algehele verwarring volgde, waarin ook de Irakezen niet wisten wie vriend was en wie vijand. De lokale leiders hadden spoedig hun knopen geteld: hun weerzin tegen het centrale gezag in Bagdad is kleiner dan hun afkeer van de extremisten van ISIS.


Sindsdien trekken de tribale milities en het leger samen op. In de straten van Ramadi zijn het vooral de lokale strijders die het gevecht met ISIS aangaan. In Fallujah werd nauwelijks gevochten. De stad is omsingeld door de strijdkrachten en lokale milities. Uit de luidsprekers van moskeeën in de stad klonk gisteren propaganda van de jihadisten.


Zij zijn aan een tweede leven begonnen dankzij de burgeroorlog in Syrië, die steeds meer buurlanden vergiftigt, vooral Libanon en Irak. In de woestijn van westelijk Irak, langs de grens met Syrië, heeft ISIS zich het afgelopen jaar genesteld in dorpen, oases en valleien. Zij hebben er onlangs de 'Staat van Noord-Jazeera' (bij de stad Mosul) en de 'Staat van Zuid-Jazeera' (provincie Anbar) uitgeroepen.


ISIS wil een kalifaat stichten, een streng islamitische staat die (delen van) zowel Syrië als Irak omvat. In november werd hun plan ontdekt om Ramadi, Fallujah en andere steden in Anbar met geweld in handen te krijgen. Twee dagen voor het zover was, werd hun basis in de woestijn opgerold. De door premier Maliki gestichte verwarring werd door de extremisten aangegrepen om hun plannen alsnog uit te voeren.


Irakoorlog

20 maart 2003 - VS vallen Irak binnen en verslaan het leger van Saddam Hussein in drie weken.


8 juni 2004 - VN kondigen het einde af van de bezetting van Irak door buitenlandse troepen.


April en november 2004 - Twee Amerikaanse operaties om het soennitische verzet in Fallujah te breken.


2006-2007 - Burgeroorlog naar een hoogtepunt met jaarlijks bijna 30 duizend doden.


10 januari 2007 - VS kondigen de surge aan: meer troepen naar Irak. De strategie werkt.


31 december 2013 - VN delen mee dat 2013 het bloedigste jaar sinds 2007 was, met ruim achtduizend doden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden