Vreemde verschijnselen

Wat je ziet of hoort, zegt een kennis als we bij de bakker op onze beurt staan te wachten, is niet altijd wat werkelijk te zien of te horen is....

Het is geen bijdrage aan een intellectuele discussie, maar onderdeel van een gesprekje over de klap die Dominic Matteo in Leeds aan Jan Vennegoor of Hesselink leek te geven, maar niet gaf, en de daaropvolgende rectificatie in de krant, verstopt in een nieuwsbericht.

Theo Lucius dribbelt het strafschopgebied binnen. Hij schiet de bal op de lat. Jan Vennegoor of Hesselink kopt de terugketsende bal in het doel van Leeds United. Vervolgens zie je dat Dominic Matteo van Leeds hem een klap geeft.

Maar dat zie je helemaal niet: dat denk je maar.

Op televisie stelt NOS-analyticus Ruud Gullit verontwaardigd een schorsing van een jaar voor. Twee collega's bellen en wijzen me opgewonden op het incident dat mij op de tribune totaal is ontgaan. In mijn stuk over de wedstrijd maak ik snel nog even melding van de weerzinwekkende overtreding van Matteo.

De volgende dag blijkt uit ándere televisiebeelden dat Matteo niet het gezicht van Vennegoor of Hesselink raakte, maar slechts het gras.

Een paar dagen later maakt Feyenoord-doelman Edwin Zoetebier een woeste sliding. Hij raakt daarbij Nikos Machlas en scheidsrechter Dick Jol kent Ajax een strafschop toe. Op de perstribune wordt instemmend geknikt.

Wat een juist besluit lijkt te zijn, is echter een blunder van formaat. Jol zag niet wat er werkelijk gebeurde, zo wijzen televisiebeelden uit, hij zag een overtreding die geen overtreding was.

Het kan nog erger. De gemene Bernd Hölzenbein loopt het strafschopgebied in, met de bal aan de voet. De sympathieke Wim Jansen maakt een sliding. Hoewel hij niet wordt geraakt, laat Hölzenbein zich vallen.

Zo zien wij dat. Nu de Duitsers.

De sympathieke Hölzenbein dribbelt het strafschopgebied binnen. Het Nederlandse keffertje Jansen maakt een domme tackle, verijdelt de scoringskans, maar brengt de Duitser ten val. Strafschop, 1-1, Duitsland bijna Weltmeister.

Geloof dus niet wat je ziet, leest of hoort. Geloof niets en trek geen conclusies.

Vorige week maakte ik nog melding van de (algemeen aanvaarde) theorie dat de Waldheim/Wiesenthal-grap van Freek de Jonge rechtstreeks leidde tot supportersrellen (staafincident!) tijdens de wedstrijd Ajax-Austria Wien. Allemaal onzin, blijkt nu.

Twee lezers, Hans Tijssen uit Amsterdam en Eric de Jager uit Leiden, maken in onthullende e-mails gehakt van de theorie.

Tijssen: 'Ik stond samen met mijn kinderen in vak G, naast de F-side. In die tijd was behalve het voetbal ook de geluidsinstallatie in De Meer zéér slecht. In vak G was gedurende de hele wedstrijd niets van Freek te horen. Ik neem aan dat dit ook het geval was in de F-side. Ik vind het elke keer, als ik de verhalen over deze affaire hoor, zeer onwaarschijnlijk dat de stavengooier door de opmerkingen van Freek is beïnvloed.'

Jager wijst er eveneens op dat slechts een klein deel van het publiek de opmerking van De Jonge kan hebben gehoord.

'De Meer verkeerde in 1989 nu niet bepaald in blinkende staat. De luidsprekers waren, zeker op de staantribunes, van abominabele kwaliteit. In de vakken E, F, G, H, O, P en R hadden supporters altijd de grootste moeite te decoderen wat de speaker te melden had. Meestal lukte dat niet.'

Cruciaal is een andere vaststelling van Jager: 'Dat de F-side pas na de grap van De Jonge ''nazi's, nazi's'' begon te scanderen, is niet juist. Dat gebeurde de hele wedstrijd al - zoals bij alle wedstrijden tussen Nederlandse en Oostenrijkse of Duitse clubs. Weinig fijnbesnaard misschien, maar niet de schuld van De Jonge.'

Maar wat is dan wel de schuld, of de verdienste, van Freek de Jonge?

Zelf verklaarde hij in januari 2001 in het blad Johan dat het, achteraf, 'een geweldig goede opmerking was.' Hij bracht Ajax is diskrediet, maar tegelijkertijd ontstond 'iets van deernis met Ajax'.

Volgens De Jonge kon daardoor versneld aan een nieuw elftal worden gebouwd. En er was meer: 'Als je alleen al de toeschouwersaantallen voor en na het incident bekijkt, de commerciële ontwikkelingen die erop volgden . . . je zou bijna zeggen: ik heb Ajax naar de beurs gebracht.'

De Jonge nam het incident als basis voor een voorstelling, De Volgende, die hij van oktober 1989 tot en met april 1990 opvoerde.

De stadionspeaker is de heer Gordelroos, een voormalige gedetineerde in een Duits werkkamp, die tijdens een thuiswedstrijd van Ajax op een onbewaakt ogenblik zegt: 'Telefoon voor de heer Waldheim, wil hij zich in verbinding stellen met de heer Wiesenthal.'

Maar is dit ook wat De Jonge zei, op 28 september 1989? Wat zei hij precies, en in welke taal? Waarom zegt iedereen wat anders?

Volgens Ajax' huishistoricus Evert Vermeer zou De Jonge de grap zelfs twee keer hebben gemaakt, in het Duits, en was tot dat moment van een agressieve sfeer in het stadion helemaal geen sprake.

Dit zijn hele vreemde verschijnselen en daarom heb ik dit stuk ook zo genoemd: vreemde verschijnselen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden