VREEMDE STAD

Vroeger maakte de culturele elite van Rotterdam zich druk over de verheffing van het volk. Tegenwoordig zijn de cultuurdragers jong, interdisciplinair en multiculti....

JE KUNT NIET om hem heen. De schrijver/dichter die Rotterdam een gezicht gaf en de Rotterdammers verloste van hun minderwaardigheidscomplex. Jules Deelder (1944): 'Mijn eerste herinnering aan het centrum is dat er zes gebouwen op de Coolsingel stonden. De eerste twintig jaar na dat bombardement was de stad een woestijn. Iedereen met creatieve dingen pleurde zo snel mogelijk op uit Rotterdam.'

Juni 1957. Voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog formuleert de gemeente een langetermijnvisie op kunst en cultuur. Het Rapport van de Commissie voor het Kunstbeleid rept van de noodzaak brede lagen van de bevolking te bereiken. Niet alleen vanwege sociale rechtvaardigheid, maar ook om de oude kunstvormen te beschermen tegen de 'grote druk van nivellerende aard der nieuwe, massale kunstvormen'.

December 2000. Rotterdam presenteert het programma voor Culturele Hoofdstad 2001, niet minder dan 333 projecten. Party-organisator Ted Langenbach heeft twee maanden eerder de Laurenspenning ontvangen omdat zijn extravagante house-party's culturele, seksuele en etnische barrières slechten. Rotterdam heeft een museumkwartier, een kunstroute, een galeriestraat, internationale festivals, nationale instituten. De stad van punk, gabber en r & b.

Deelder: 'Nu zie je de creatieven uit andere steden hierheen komen.'

Rotterdam is hip. En de wereld zal het weten. Langenbach aan de lijn: 'Arnon Grunberg loopt hier rond. Die gaat nu ook al een verhaal maken over cultuur en Rotterdam. Heeft zich bij Tattoo Bob laten tatoeëren en is naar Feyenoord-Vitesse geweest.'

Goed dat Langenbach belt, kan hij meteen uitleggen waarom Isis Vaandrager als geen ander de nieuwe Rotterdamse cultuur verbeeldt. Geen seconde aarzeling. 'Omdat ze zowel het straatgevoel als de nieuwe, kille, chique sfeer van Rotterdam uitdraagt. En omdat ze bruggen bouwt naar allerlei culturen.'

Isis Vaandrager (28) is dj en styliste. In de koffiebar van megaboekhandel Donner laat ze recent werk zien. Een fotoserie voor Rails met door haar aangeklede gehandicapten. Een blinde met een flitsende zonnebril, een rolstoeler met 'vette Nikes', een lilliputter op hoge hakken. Kil en chique. Nog een serie met voornamelijk donkere jongens en meisjes die sportschoenen passen in Foot Locker op de Lijnbaan.

'Daar vind je de nieuwe subcultuur', zegt Isis. Ze groeide op in een volksbuurt in Rotterdam-West, in een straat waar de mensen 's zomers nog met een flesje bier op de stoep voor hun deur zitten, waar iedereen elkaar kent. Nu woont ze in het centrum, tussen de West-Kruiskade en de Nieuwe Binnenweg, waar exotisch, hip en volks elkaar ontmoeten. 'Ik zie helemaal niet meer of iemand wit, zwart of bruin is', zegt Isis. Ze heeft een Surinaamse vriend.

Maar er is ook een brug naar het verleden. Isis' vader was beroemd en berucht. Schrijver/dichter Cornelis Bastiaan Vaandrager overleed bijna negen jaar geleden, hij was 56 jaar oud. Vanaf eind jaren vijftig publiceerde hij al rauwe Rotterdamse proza en poëzie. Made in Madurodam: 'De kroketten in het restaurant/ zijn aan de kleine kant.'

Deelder: 'Ik heb geen traan om hem gelaten. Hij stond me letterlijk naar het leven. Maar destijds was hij een van de eersten die over Rotterdam schreef en er ook is gebleven. Hij was een van de gangmakers die met a-literaire middelen literatuur bedreef.'

Een van zijn laatste wapenfeiten was het intrappen van de deur van boekhandel v/h Van Gennep aan de Oude Binnenweg, de winkel die al 25 jaar geldt als hét ontmoetingspunt voor cultureel Rotterdam. 'Vaandrager was een bijzonder dichter', zegt eigenaresse Maria Heiden. 'Maar hij werd onhandelbaar. Als Deelder een stukje in de krant had, gooide Vaandrager bij hem de ruiten in. Hier kwam hij alleen nog om boeken te stelen.'

Op de kast links in de winkel staan werken van de groten der aarde, waaronder Ulysses van James Joyce. Heidens grote voorbeeld was Sylvia Beach, de Amerikaanse die in 1925 in Parijs de boekhandel Shakespeare and Company begon. 'Dat was een romantisch, mooi idee. Zij heeft Joyce ontdekt en durfde het aan Ulysses te publiceren. Ik zette de boekhandel op met het idee iets aan de cultuur te kunnen toevoegen.'

Een Rotterdamse Joyce heeft ze nog niet ontdekt, maar Maria Heiden is overal en kent iedereen. Ze doet programma's voor Radio Rijnmond, ze interviewt culturele kopstukken voor de Floorshow in Café Floor. En ook al zit boekenreus Donner op een steenworp afstand, op een willekeurige dag tref je bij v/h Van Gennep coryfeeën als schrijver Marcel Möring, tv-presentator Wilfried de Jong, illustrator Frank Dam, ex-burgemeester Bram Peper. Heiden bemoedert, schenkt koffie.

Terwijl klanten bladeren in de boeken uit de kast 'Rotterdam', vertelt Heiden over de enorme culturele veranderingen die de afgelopen decennia in de stad hebben plaatsgevonden. Hoe in de jaren zeventig de regenjassen van de BVD haar boekhandel frequenteerden en alle linkse undergroundblaadjes kochten. Ze vertelt over de kunstenaarssociëteiten en cafés als Melief Bender en De Fles, waar het 'allemaal gebeurde'. 'Het was toen vooral beeldende kunst. Literatuur kwam later. Maar ik weet nog goed dat Elias Canetti een keer optrad in De Lantaren. Dat heeft ontzettende indruk gemaakt.'

De Rotterdamse kunstscene was klein, het volk werkte en de gemeente was gepreoccupeerd met de wederopbouw. Rotterdam werkstad. Maar alles was er. De Doelen ging in 1966 open. Vier jaar later begon Poetry International, gevolgd door Film International. Er was experimenteel toneel in Piccolo Theater, jazz in een kelder bij de Laurenskerk, underground in Exit. Je had Deelder en Vaandrager. En Gerard Cox, over wie Heiden geen kwaad woord wil horen. Bij Het Wonderorgel, met tekst van Jaap van der Merwe, lopen de rillingen nog steeds over haar rug.

'Waar het om gaat in zo'n stad, is dat de afdeling cultuur van de gemeente de juiste mensen aantrekt. Dat is de laatste tien jaar goed gedaan, met Kombrink, de wethouder Kunstzaken, en Kees Weeda.'

In kamer 314 op de derde verdieping van het stadhuis klinkt middeleeuwse Portugese muziek. Vijftiger Kees Weeda, sinds 1992 hoofd culturele zaken, vertelt meteen dat hij Underground, sorry Underworld, ook heel goed vindt. Breekpunt in de afgelopen twintig jaar, zegt Weeda, was 1986, het moment waarop het kunstbeleid niet meer in teken stond van 'welzijn' en 'ontplooiing en verheffing van de mens', maar onderdeel werd van stedelijk beleid. Rotterdam ging zich profileren als festivalstad en stad van toegepaste kunst. Dat resulteerde in publiekstrekkers als het Zomercarnaval, Dunya, de Havendagen en het binnenhalen van het Nederlands Architectuurinstituut en het Nederlands Foto Instituut.

Toen de infrastructuur er begin jaren negentig stond, werd het tijd kunst en kunstenaars zelf meer ruimte te geven. 'Het gaat om het steunen van kleinschalige initiatieven', zegt Weeda. 'De humuslaag moet dikker worden. Meer publiek, maar ook die bijna niet te benoemen uitstraling van kunstenaars en initiatieven.'

Dat lijkt te lukken. Maar Rotterdam blijft een vreemde stad. In de eerste plaats natuurlijk omdat het bombardement van 1940 het centrum verwoestte, waardoor er nu clusters interessante plekken zijn, die voor een vreemdeling moeilijk te vinden zijn.

(Isis: 'Rotterdam bestaat uit aan elkaar geplakte stukken. Ik kom weleens in New York. Met die stad heeft Rotterdam parallellen, niet met Amsterdam. Dat wijdse, almaar gaan, almaar gaan.')

Vreemd ook omdat het een van de weinige steden in Nederland is met een verjongende bevolking, die bovendien voor meer dan de helft allochtoon is. De nieuwe subculturen vind je in Foot Locker. Maar van daar naar waar? De route van low naar high culture is niet langer automatisch, beaamt Weeda. 'Het is niet meer zo vanzelfsprekend dat de stap naar het klassieke concert of toneel wordt gemaakt. Vroeger adopteerden jongeren de smaak van volwassenen. Inmiddels hebben zij een eigen autonome cultuur gecreëerd. De vraag is of wij die jongerencultuur goed in de gaten hebben en of we de waarde ervan voldoende inschatten om haar binnen te halen in de instituties.'

(Isis: 'Ik heb geen idee wat de gemeente allemaal doet op cultureel gebied. Ik heb nooit subsidie aangevraagd. Die hele molen waar je dan doorheen moet. Ik vind het wel goed gaan hoor. De Schouwburg, de Kunsthal, ze zijn allemaal wel lekker bezig. Maar het is wel iets te knullig, soms. In het Wereldmuseum heb je die tentoonstelling Rotterdammers. Daar is echt geen lol aan. Die is georganiseerd en vormgegeven door Amsterdammers, dat zie je zo. Mensen van buiten de stad neem ik mee naar de Kunsthal of de Witte de Withstraat.')

Shoarma-zaken, illegale goktenten, coffeeshops en bordelen bepaalden tot midden jaren tachtig het beeld van de Witte de Withstraat. Dankzij intensief gemeentebeleid is het nu dé galeriestraat van Rotterdam, in de woorden van Weeda 'een mengeling van avondhoreca en zondagmiddagcultuur'. Nachtcafé De Witte Aap naast kunstcentrum Witte de With. Pop-art galerie V!P'S. Restaurant Bazar, qua aankleding, bediening en klandizie de sublimatie van hip multiculti.

Op nummer 31 zit MaMA, Showroom for Media and Moving Art, een zwaar gesubsidieerd experiment dat in 1997 van start ging, een gideonsbende met een driekoppige staf. MaMA oogt als een 2001-versie van punk. 'Ik hou wel van een potje chaos', zegt projectleider Boris van Berkum (32). 'Voor vernieuwing is dat nodig. Anything goes. Wij stellen pas achteraf de vraag: was het kunst? Had het waarde?'

MaMA haakt in op jongerenculturen als hiphop, skate en punk en verbindt elementen daaruit met bestaande initiatieven als de Foto-biënnale. Op die manier wil MaMA het jonge en traditionele publiek met elkaar in contact brengen. Hoogtepunt van het afgelopen jaar was de manifestatie Ik ben een punker, mama. Van Berkum: 'Het ging om de vraag: wat maakt punk tot punk? Die mentaliteit hebben we proberen terug te vinden in het werk van hedendaagse beeldend kunstenaars. Waar haalt onze generatie haar inspiratie vandaan?'

Er werd samengewerkt met bands, vormgevers, videokunstenaars, modeontwerpers en de in New York woonachtige Franse graffiti-artiest SKKI. 'Zo maak je cultuur in Rotterdam', zegt Van Berkum. 'Wij willen katalysator zijn, het Prins Clausplein van verschillende disciplines.'

Ook bij de vertegenwoordigers van high culture weerklinkt deze kreet. Zij die de stad vijftien jaar geleden hebben verlaten, zullen de Rotterdamse Schouwburg niet meer herkennen. Het ooit zo stijf ogende gebouw is grondig verbouwd. In de hal vertonen dj's en breakdancers regelmatig hun kunsten. De programmering is een mix van serieus en traditioneel theater, internationale producties en grensverleggend multidisciplinair. De kassakrakers voor het doorsnee publiek laat de Schouwburg over aan Luxor.

De angst voor smaakvervlakking, voor het einde van de canon, is ongegrond, antwoordt directeur Jan Zoet (42) op de vraag 'van Foot Locker naar waar?'. 'Het werkelijke probleem is dat je concurreert met de koopzondag, met Pathé, met de uitdijende vrijetijdsindustrie.' De Schouwburg trekt volgens hem steeds meer jongeren. Jeugd is niet vies van theater, als je het maar pakkend brengt. 'Een jongerenfestival als Act 2000, waarbij we onder meer samenwerkten met Nighttown, Zuidpleintheater en Hal 4. Dat was een goed voorbeeld van een combinatie van hoge artistieke criteria en veranderende levensstijlen', zegt Zoet. Zelf raakte hij verslingerd aan toneel toen hij op 17-jarige leeftijd Het Vermoeden van Hauser Orkater zag. 'Theater met popmuziek en een nieuwe manier van acteren.'

Zoals Heartbreak Hotel nu.

De Müllerpier ligt ver buiten de 'kunstroute'. Een stuk in onbruik geraakte haven. In een oude loods heeft Ted Langenbach zijn vermaarde Now & Wow Club gehuisvest. Niet ver daarvandaan is het theater van Onafhankelijk Toneel, waar zes weken lang Heartbreak Hotel werd gespeeld.

Het publiek zat aan tafeltjes door de zaal verspreid. De jonge acteurs doken op steeds andere plekken op. Er was muziek, er werd gezongen, gedanst, gevochten en gevreeën. Multidisciplinair, jong en multicultureel. Alle voorstellingen waren uitverkocht. Het publiek was jong, dat wel, maar de allochtonen waren veruit in de minderheid.

(Isis: 'Multicultureel? Allochtonen en dat gedoe. Alleen in Now & Wow en Nighttown vind je een lekker gemengd publiek.')

'Je moet dingen op hun beloop laten', zegt Deelder. 'Die gasten die hier geboren zijn, dat zijn ook Rotterdammers. Dat mengt wel, dat gaat vanzelf. Je kunt ze nu eenmaal niet met een zweep naar het theater ranselen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden