Vreemde fluiter

Zijn popsongs kennen een merkwaardige combinatie van viool, zang en fluiten, die uiteindelijk de luisteraar betovert. Deze week verschijnt Andrew Birds nieuwe album Break It Yourself.

In de Londense hotelkamer ligt zijn viool in de open koffer. Alsof hij hem net nog heeft bespeeld en tijdens het gesprek zo weer kan pakken. 'Als ik een dagje niet speel, voelt dat heel gek', zegt Andrew Bird (38). 'Soms is het onhandig, als ik onderweg ben bijvoorbeeld, dus dan fluit ik wat. Dat is geen oefenen of repeteren, het is meer zo dat wat zich in mijn hoofd opstapelt er een keer uit moet. Dat is vaker muziek dan woorden. Praten heeft geen prioriteit voor mij.'

Bird spreekt zacht en kiest zijn woorden zorgvuldig, alsof hij bang is dat een verkeerde uitdrukking eenzelfde gevolg heeft als een valse noot in zijn composities. Deze week verschijnt zijn nieuwe, zevende, studio-album Break It Yourself. Een plaat die de indruk wekt dat Bird muzikaal meer buiten de door hem zelf geëffende paden wil treden. De belangrijkste stijlkenmerken als sierlijk vioolspel, dunne zang die wordt afgewisseld met staaltjes kunstfluiten, en het veelvuldig gebruik van tape-loops, zijn gebleven. Maar de plaat klinkt aanmerkelijk voller en de nummers kennen meer variatie in tempo en dynamiek dan op de voorganger Noble Beast uit 2009.

'Zelf probeerde ik juist minder kanten op te gaan. Dus dat moet de verdienste van mijn band zijn geweest', zegt Bird. Hij nam de plaat met zijn vaste gitarist, bassist en drummer op, in de studio die hij tien jaar geleden op het landgoed van zijn ouders in Illinois had gebouwd. 'Ik heb 'm nog weinig gebruikt. Hij ligt volledig afgezonderd, wat mij wel bevalt, maar ik begrijp wel dat de afwezigheid van kroeg, winkel en ander gerief voor muzikanten gekmakend kan zijn. Niemand maakt er gebruik van.'

Maar Bird kreeg zijn band nu zo ver om er een paar weken te logeren en nam elke dag een ander liedje mee de studio in. 'Een tape-loop van een stukje viool of gitaar en een tekst, meer liet ik niet horen, dan kwam er een baslijn bij en zo vulde ieder nummer zich. Heel spontaan en vooral intuïtief. Ik wilde kijken wat er zou gebeuren als ik met mijn band opnam zonder veel te hebben ingestudeerd. Soms was er na een half uur al het begin van een echte song. Het ambachtelijke aspect van echte liedjes componeren in combinatie met het gezamenlijke experimenteren heeft denk ik een nieuw resultaat gehad.'

Na acht jaar in eenzaamheid te hebben gecomponeerd en gespeeld en nauwelijks ruimte te laten voor anderen, was dat ook wel nodig, vindt Bird. 'Ik moet eens in de zoveel tijd het roer omgooien en werken in een andere context. Zo ben ik ook indertijd uit de klassieke muziek gestapt. Al is deze overgang wat minder rigoureus.'

Bird leerde op zijn 4de viool spelen, studeerde tot zijn 23ste aan de universiteit op dit instrument en luisterde zijn hele jeugd vooral naar klassieke muziek. Maar hij wilde uiteindelijk niet zijn hele leven lang composities van anderen blijven uitvoeren, kreeg genoeg van bladmuziek lezen tijdens het spelen en bekent al jaren niks meer in notenschrift te hebben uitgeschreven. 'Liever zoek ik al spelend naar een melodie die ik tot thema van een nummer kan maken.' Daarbij wordt Bird geholpen door allerhande sample-apparatuur. Van een simpele notenreeks maakt hij meteen een tape-loop waar hij vervolgens weer een nieuwe laag overheen legt. Een zanglijn, een gitaarrifje of een stukje fluiten. Het is precies zoals hij solo op het podium te werk gaat. Een klein stukje muziek sampelt hij ter plekke en daaruit komt een vaak zeer complex, veel lagen tellend nummer voort. Vooral de combinatie van vioolspel met kunstfluiten werkt betoverend.

'Dat fluiten is iets wat ik al mijn hele leven doe, maar vreemd genoeg heb ik lang geschroomd het te gebruiken in mijn eigen composities. Ik kende ook weinig pop waarin fluiten echt een meerwaarde bleek. Tot ik er achter kwam dat het warme uit het midden-register afkomstige fluitgeluid heel mooi te combineren valt met vioolklanken, het botst niet maar snijdt er recht doorheen en nestelt zich midden in de compositie.'

Bird trekt er steeds vollere zalen mee, ook in Nederland, waar zijn populariteit gestaag groeit. Het is ook bijzondere muziek, al hebben de liedjes van Andrew Bird, zeker op zijn nieuwe plaat, tijd nodig om echt door te dringen. Eerst is er de vorm die opvalt, dat merkwaardige samengaan van viool, zang en fluiten. Ben je daaraan gewend, dan kost het ontrafelen van andere raadsels zoals melodielijnen en ritmewisselingen geen moeite meer. Maar waarom zoekt Bird, die om een compleet geluid neer te zetten niemand nodig lijkt te hebben, op zijn nieuwe plaat eigenlijk zo nadrukkelijk samenwerking met andere muzikanten?

'Misschien wel om tot iets echt heel nieuws te komen', zegt hij na enig nadenken. 'Er gaat voor mij niks boven alleen met mijn instrumenten op het podium staan. Op een gegeven moment kan ik dan echt helemaal in de muziek verdwijnen. Verloren raken in een eigen klankenwereld. Dat is de ultieme sensatie.

'Maar de mogelijkheden zijn solo niet oneindig. Ik kan blijven oefenen, maar de rek raakt eruit als ik alleen blijf. Herhaling is wat ik het meeste vrees. Met de band zoeken naar nieuwe klanken en combinaties, dat is nu de uitdaging.'

Andrew Bird speelt vrijdag in Paradiso, Amsterdam (Uitverkocht) Andrew Bird: Break It Yourself. Bella Union/V2.

Fluitsongs

Iedereen die Turks Fruit heeft gezien, herinnert zich de fietstocht over de Amsterdamse grachten, waaronder het vrolijke fluitwijsje van Rogier van Otterloo stond gemonteerd, gefloten door Toots Thielemans.

Volgens de dj John Peel waren liedjes waarin gefloten werd altijd goed, hoewel de kunststukjes van de Scorpions en Bobby McFerrin de uitzondering op deze regel vormen.

Vijf popklassiekers waarin gefloten wordt:

1 Otis Redding: (Sitting On) The Dock Of The Bay

Prachtig slot van het liedje dat postuum een hit werd. Redding lijkt met zijn voeten in het water te bungelen en begint vrolijk wat te fluiten.

2 Peter Bjorn & John: Young Folks

Leukste popsingle van 2006, het wijsje aan het begin is wat je bijblijft. Er wordt beter gefloten dan er wordt gezongen.

3 John Lennon: Jealous Guy

Als Lennon zijn hart gelucht heeft, is het liedje nog niet af, dus fluit hij het naar het einde. Geen idee waarom, maar het werkt.

4 Captain Beefheart & His Magic Band: Harry Irene

Een van de conventioneelste Beefheart-liedjes. Echt een melodie die je meteen meefluit, wat de Captain dus ook doet.

5 The Black Keys: Tighten Up

Liedje waarvan het gefloten intro door de gitaar wordt overgenomen, alsof Dan Auerbach het even fluitend moest voordoen.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden