Vreemd paradijs

Het nieuwe Bali! Het mooiste eiland ter wereld! Reizigers zijn jubelend over het Filipijnse Palawan. Zelfs de gevangenen piekeren er niet over te ontsnappen.

Laten we eerlijk zijn: we hadden nog nooit gehoord van Palawan. En dat grote Filipijnse eiland, net boven Borneo, heeft nog wel 2.000 kilometer verlaten kustlijn, woeste bergen bedekt met diepgroene jungle en duizenden eilandjes voor de deur waar je naartoe kunt varen. Na drie kwartier vliegen vanaf de hoofdstad Manilla beland je in een schaars bevolkt eilandenrijk dat op Thailand of Indonesië lijkt. Maar dan rustiger.


Best wel gek dus, dat daar nog niet miljoenen vakantiegangers in hutjes en resorts aan het strand zitten. Dat gaat niet lang meer duren, want het eiland prijkt de laatste tijd boven aan allerlei droomlijstjes. Lonely Planet zette Palawan in de top tien van beste bestemmingen voor 2013. Het Amerikaanse reisblad Travel & Leisure koos Palawan als mooiste eiland ter wereld. De World Tourism Council gaf Palawan een prijs voor de beste vooruitzichten.


Op dus naar het 650 kilometer lange eiland om te ervaren waar al die opwinding vandaan komt. We begrijpen al snel wat wordt bedoeld met het beloofde 'off the beaten track adventure and culture'. Palawan blijkt even mooi als vreemd. Neem de 87 culturen op het eiland en de 52 talen die er worden gesproken, de primitieve volken in het zuiden die alleen door wetenschappers bezocht mogen worden, en in 2009 werd in de hooglanden nog een vleesetende kelkplant ontdekt die hele knaagdieren opslokt.


De jeep stopt in het dorpje Iwahig, niet ver van de hoofdstad. Geen toerist te bekennen. Links en rechts zijn mannen aan het werk in de rijstvelden en salueren - hun pet afnemend - wanneer we langslopen. Bureau of Correction staat er op hun shirts. Iwahig is geen gewoon dorp, het is een gevangenis - maar dan zonder muren. De 43-jarige Aldrin woont hier en leidt ons rond. Hij vindt het leuk als er buitenlanders komen.


'Het is voor mij heel bijzonder dat ik in aanraking kan komen met mensen van over de hele wereld', zegt hij. Aldrin zit een levenslange gevangenisstraf uit voor moord. Twaalf jaar lang heeft hij in een gesloten inrichting in Manilla gezeten. Wegens goed gedrag mocht de veroordeelde zes jaar geleden naar Iwahig verhuizen.


Deze 'strafkolonie' is de enige in haar soort op de wereld. Er wonen zo'n 2.000 gevangenen en 500 bewakers, op een terrein van 37 hectare. Zelden tot nooit proberen gevangenen te ontsnappen, omdat de levensomstandigheden in Iwahig vaak beter zijn dan thuis. Ze hebben hier eten, werk, er is geen criminaliteit, en het meest bijzondere: hun vrouwen en kinderen mogen bij hen wonen. Familieleden en toeristen mogen gewoon de gevangenis binnenlopen (mits je je meldt bij de poort), en kunnen zelfs een rondleiding krijgen.


Aldrin wandelt met ons over het terrein en wijst naar een school. 'Hier gaan de kinderen van gevangenen samen met de kinderen van de bewakers naartoe. We hebben ook een eigen kerk en ziekenhuis - alle voorzieningen zijn gemengd.' Alleen door de kleding kun je zien wie wie is. De rondleiding eindigt in een winkel met door gevangenen gemaakte souvenirs. Aangezien de opbrengst ten goede komt aan de strafkolonie, kiezen we maar een inmate-shirt uit. Om in te slapen.


Veruit de meeste toeristen dobberen in Palawan op een ondergrondse rivier die uitmondt in zee. Uitgeroepen tot een van de New 7 Wonders of the World. Eind jaren negentig riep Unesco het Puerto-Princesa Subterranean River National Park al uit tot Werelderfgoed. 'Als je omhoog kijkt, moet je je mond dichthouden. Er leven hier zo'n 43.000 vleermuizen - dus het zijn niet alleen druppels water die naar beneden vallen..!' De jonge Manuel trekt een vies gezicht en giechelt, terwijl hij zijn bootje met een paar Chinese en Filipijnse toeristen voortpeddelt. Helm: check. Zaklamp: check. Klaar om de 8,2 kilometer lange grot van kalksteen in te varen.


Al na twee minuten vliegen de vleermuizen ons om de oren. Volgens Manuel leven hier ook waterslangen, pythons, (vliegende) vissen en tarantula's. Die we niet tegenkomen - wel zien we dinosaurussen, een krokodil en reuzenkwallen. Althans, in de vorm van gele, zwarte, bruine en witte stalactieten. Dan roept Manuel dat we naar rechts moeten kijken. 'Look, a naked lady!' En verrek, de rots die we zien lijkt inderdaad twee borsten te hebben. 'We call her Sharon - Sharon Stone!' waarop Manuels hoge lach door de grot schalt.


Na 45 minuten is de boottocht ten einde en wordt een nieuwe lading toeristen in de boot gezet. Het is de enige keer op Palawan dat we ons verbazen over de drukte.


Volgens de in de Filipijnen wonende Nederlander Peter ter Heegde, eigenaar van reisorganisatie AquAmazing Philippines, staat het toerisme op Palawan nog in de kinderschoenen. 'Vooral Chinezen en Koreanen gaan op vakantie in de Filipijnen. Het percentage Europese toeristen is heel klein.' De meesten bezoeken volgens Ter Heegde de rijstterrassen in het noorden, om daarna wat cultuur en strand op te zoeken op de eilanden Cebu en Bohol. 'Palawan ligt een stuk westelijker - je moet nét meer moeite doen om er te komen. Daardoor is het onbekender.'


Lekker rustig dus, op de weg door de rijstvelden naar het binnenland. Witte kalkbergen steken af tegen groene plantages en akkers, hier en daar staat een buffel tot z'n knieën in het water en soms moeten we uitwijken voor zeilen waarop rijst ligt te drogen in de zon. In het regenwoud van Kayasan wordt het nog rustiger. We steken te voet riviertjes over, klimmen heuvel op en heuvel af, en proberen niet te struikelen over boomwortels die onder bladeren verstopt liggen. Een enkele keer passeren we jongens met zware zakken rijst op hun schouders.


En dan, wanneer we denken deep down in de jungle te zijn, staan we op een basketbalveld. Weliswaar provisorisch in elkaar geflanst, maar toch. Zelfs hier is de Amerikaanse invloed - waardoor basketbal volkssport nummer één werd in de Filipijnen - zichtbaar. Even verder zien we een paar houten huisjes en een school. Hier wonen enkele families van de Batak, wat zoveel betekent als 'mensen van de bergen'. Vrouwen met ontbloot bovenlijf kijken verbaasd om, als wij vermoeid komen aanstrompelen.


We mogen in een van de hutjes uitrusten. Daar hangt een ongemakkelijke stilte. 'De Batak zijn erg verlegen', zegt gids Michael die vaker in het dorp komt en dan eten meeneemt. Een meisje met twee kinderen aan haar hand en nog een in haar zwangere buik, lacht ons toe - haar tanden zijn roodbruin van de pruimtabak die ze kauwt. Dan vragen we aan de oudste van de familie, de 68-jarige Rosita, of ze ooit buiten de jungle is uitgeweest.


'Nee', antwoordt ze zachtjes. 'Ik ben bang voor mensen uit de stad en de drukte daar. Wij weten niks van hoe het leven daar is. Ze zullen ons discrimineren, omdat wij geen kennis hebben. We blijven liever hier bij elkaar.' Michael begint koekjes uit te delen aan de kinderen, en na een paar minuten lopen we weer verder.


In de noordpunt van Palawan, bij de badplaats El Nido, komen we weer toeristen tegen. Die vanuit sjieke resorts of simpele homestays uitkijken over de Bacuit Archipel. Honderden rotseilanden en kliffen van kalksteen, koraalriffen en verlaten stranden met palmbomen. Het lijken wel behangposters. Maar zelfs hier kun je ontsnappen aan de medetoerist. Laat je varen in een banca (een houten bootje dat lijkt op een zespotig insect) naar een willekeurige lagune en breng de dag al lezend of snorkelend door.


Mocht een rechter ons ooit tot gevangenisstraf veroordelen: stuur ons dan naar Palawan.


Vliegen en slapen

AquaMazing Philippines organiseert rondreizen en duikvakanties op Palawan. De Nederlandse eigenaar woont sinds tien jaar in de Filipijnen. Reken op 1.695 euro voor 14 dagen, inclusief vluchten (aquamazingphilippines.nl). Boekingen in Nederland via Face2Face Travel (anvr/sgr).


Cathay Pacific vliegt dagelijks van Amsterdam (via Hongkong) naar Manilla en Cebu. Vanaf 849 euro (cathaypacific.nl). Vanaf zo'n 40 euro vlieg je met Cebu Pacific Air naar Palawan (cebupacificair.com). Air Philippines is geen aanrader.


Ecoresort Atremaru, nabij de hoofdstad op een berg met uitzicht op de Suluzee, wordt gerund door een Nederlander en zijn Filipijnse vrouw. Vanaf 95 euro per persoon per nacht, inclusief maaltijden uit eigen tuin (atremaru.com). In de buurt van El Nido staan veel luxe resorts, maar ook cottages met hetzelfde uitzicht. Zoals die van Orange Pearl Resort dat 30 euro per nacht vraagt (orangepearlbeachresort.webs.com).


Sommige eilanden in de archipel zijn in hun geheel verhuurd aan luxe hotelketens.


EENDENEI

Een populaire delicatesse van de Filipino's is balut: een gekookt eendenei met een bijna volledig ontwikkeld embryo. Men zou er vitaal en potent van worden. Voordat je de schil pelt, zuig je eerst het vocht rond het embryo uit. Daarna kun je de dooier en het kuikentje eten, met een snufje zout of wat chilisaus.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden