Vreem bijeffect van chocola

Aan de Spaanse ontdekkingsreizigers die begin zestiende eeuw in Nicaragua chocola te drinken kregen van hun Azteekse gastheren, was het spul niet besteed....

ADRIAAN DE BOER

'Een van de grootste chocoladedrinksters was Madame De Sévigny', schrijft Jan Pieter Glerum in Aan tafel - Antieke culinaire gebruiksvoorwerpen (Tirion; ¿ 59,50). Zij bewierookte de drank in haar brieven en prees de gezonde werking, maar kwam daar later opeens van terug. 'Misschien was dat omdat, zoals gezegd werd, overmatig gebruik ervan gezorgd had dat een vriendin van haar een donker gekleurd kindje gekregen had. (Het was in Frankrijk mode exotische dranken door moren te laten serveren.)'

Veilingmeester Glerum - hij werkte voor Sotheby's en leidt nu een eigen huis in Den Haag - beschrijft in het mooi geïllustreerde Aan tafel 'tien eeuwen eetgewoontes, koken en tafelen', en geeft af en toe een oud recept ('ghereurt eyeren', 'fricedillen'). In de Middeleeuwen werd de maaltijd niet in een aparte ruimte gebruikt; de eetkamer dateert uit de zeventiende eeuw. De middeleeuwer at op een laag bankje (een schemel) aan een tafel, die daarna werd ingeklapt. Vaste tafels raakten in de vijftiende eeuw ingeburgerd. Soms hadden ze uitsparingen in het blad voor de 'teljoor', een schijf oud brood die als bord fungeerde. Als de gegoede burger een banket aanrichtte, deed hij dat in de mooiste kamer van het huis - waar ook het bed stond.

Een eeuw later wordt de keuken als aparte ruimte belangrijker. Aan tafel, waarop majolica en porselein uit China verschijnt, ligt de nadruk nu meer op kwaliteit en verfijning, maar de overdaad blijft. Glerum somt de veertig gerechten op van een pauselijk banket, dat begint met marsepeinballetjes en na veertig schotels wordt afgerond met wafeltjes. Anders dan in de Middeleeuwen hoefde je nu je eigen lepel en mes niet meer mee te brengen; daar zorgde de gastheer voor.

In de Gouden Eeuw deed het gemetselde 'forneys' zijn intrede, 'een ding niet alleen nodigh, maar oock seer profijtelijck in de huys-houdinge', volgens een kookboek uit 1667, De verstandige Kock, of Sorghvuldige Huyshoudster. Toen prins Willem van Oranje in 1672 stadhouder werd, aten de gasten 600 duiven,

240 kapoenen, 110 kalkoenen,

300 hoenderen, 500 kuikens, 500 patrijzen, 168 fazanten, 60 hazen, 100 konijnen, 800 leeuweriken, 60 eenden, 16 schapen, 32 speenvarkens, 34 wilde zwijnen, 40 zuiglammeren, 16 kalveren, 8 herten en 4 ossen - en er was meer. Glerum: 'Het is niet verwonderlijk dat men door middel van weeldewetten en verordeningen de overdaad trachtte in te dammen.'

Adriaan de Boer

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden