Vreedzame worsteling

Een bescheiden menselijk verhaal van solidariteit die uitstijgt boven de verschillen in ras en godsdienst. Dat is Des hommes et des dieux, over het kloosterleven van zeven monniken die in 1996 in Algerije werden vermoord.

'Heldendom, als dat van ons gevraagd wordt, bestaat niet uit het verrichten van uitzonderlijke daden, maar juist uit het doorgaan met het alledaagse. Ook als de omstandigheden dramatisch zijn veranderd.'


Dit schrijft de Belgische monnik Armand Veilleux in een brief die hij achterlaat na zijn bezoek in 1996 aan zijn ordegenoten in het trappistenklooster in het Algerijnse Tibhirine. Dat Veilleux zich zorgen maakte om zijn broeders in Algerije, klinkt in zijn carta visitationis in alles door. Kortgeleden waren vier kilometer verderop twaalf Kroaten, die in de mijnbouw werkten, in koelen bloede vermoord. Sindsdien zijn de religieuze spanningen verder opgelopen.


'Niemand van jullie verlangt naar een gewelddadige dood', schrijft hij in de brief. 'Maar ieder aanvaardt dat dit het gevolg kan zijn van de keuze te blijven. Die acceptatie geeft jullie vrede.'


Die acceptatie, en de lange worsteling die er aan voorafging, vormen het onderwerp van de film Des hommes et des dieux, een speelfilm die zeer dicht bij de werkelijkheid blijft. Het kleine klooster in de bergen, een van de weinige die nog resteren in Algerije, wordt in 1996 omspoeld door geweld. Soms kloppen opstandelingen aan de poort, een andere keer zijn het regeringstroepen die de broeders aansporen het land te verlaten. De Groupe Islamique Armée (GIA) had de wapens ter hand genomen nadat de staat in 1992 de uitslag van door de fundamentalistische partij gewonnen verkiezingen annuleerde. In 1993 beval de GIA dat alle westerlingen Algerije dienden te verlaten. Het is deze groep die op 21 mei 1996 ook de ontvoering van de monniken uit Tibhrine zal claimen.


Algerije werd lange tijd beschouwd als de mooiste dochter van Frankrijk, , er onlosmakelijk mee verbonden. Sinds de bloedige onafhankelijkheidsoorlog van eind jaren vijftig (in Frankrijk nog steeds 'de Algerijnse kwestie' genoemd) zijn de betrekkingen nooit helemaal hersteld. In de film is in de omgang van de monniken met de dorpelingen iets terug te zien van hoe het had kunnen zijn. 'Jullie zijn de tak, wij zijn de vogels die er houvast zoeken', zegt een Algerijnse vrouw uit het dorp als ze hoort dat de broeders wellicht willen vertrekken.


Na lang aarzelen besluiten de monniken geen gehoor te geven aan de bedreigingen. Ze voelen zich verantwoordelijk voor de bewoners van het dorp, ze willen doorgaan met het verzorgen van de vele zieken die zich dagelijks melden. Een besluit dat hen uiteindelijk noodlottig wordt.


Veilleux is de laatste ordegenoot die hen levend zag. Vijf maanden later vliegt hij weer halsoverkop naar Algerije. Dit keer om zeven lichamen te identificeren. Maar als, na lang aandringen van zijn kant, de zeven kisten worden geopend, blijken die alleen hun gemummificeerde hoofden te bevatten, gevonden langs de kant van de weg.


Was broeder Veilleux niet zo vasthoudend geweest, dan was het daarbij gebleven. Zowel Algerije als Frankrijk had geen enkele behoefte uit te zoeken wat precies met de monniken was gebeurd. Als Veilleux en de nabestaanden jaren later advocaten in de arm nemen, komen schokkende feiten aan het licht. Zo is er geen officiële lijkschouwing geweest, hoogst ongebruikelijk als het om slachtoffers van terrorisme gaat.


'Vermoord door de terroristen', luidt de officiële lezing. Wat voor de hand ligt; de moslimfundamentalisten doodden immers meer blanken in Algerije. De feiten die later aan het licht komen, wijzen in een andere richting. In juni vorig jaar verklaart oud-generaal Buchwalter, indertijd gestationeerd in Algerije, gehoord te hebben dat het Algerijnse leger in mei 1996 vanuit een helikopter een bivak van de opstandelingen onder vuur had genomen waar de monniken in gijzeling werden gehouden. 'De lichamen waren doorboord met kogels', zei hij. Zijn superieuren hadden zijn melding in de doofpot gestopt. Als steeds meer gegevens er op duiden dat het Algerijnse leger wellicht een grote rol speelde in het drama, besluit de Franse president Nicolas Sarkozy in juli 2009 het defensiegeheim op te heffen voor alle stukken die betrekking hebben op het drama in Tibhirine.


Onderzoeksrechter Marc Trévidic kreeg de zaak toegewezen. Hij verhoorde onder andere de Franse meesterspion generaal Philippe Rondot, indertijd door de Franse regering naar Algerije gestuurd om te onderhandelen over de vrijlating van de ontvoerde monniken. Ook diens getuigenis suggereert dat de Algerijnse contraspionage wist waar de ontvoerde monniken werden gevangen gehouden.


In de Franse media wordt sindsdien veel aandacht besteed aan de moord op de monniken van Tibhirine. De film wakkert die belangstelling verder aan. Al blijft Des hommes et des dieux zorgvuldig bij de schuldvraag uit de buurt. De film laat zien hoe de dreiging groter wordt. De contacten van de monniken met de opstandelingen, die soms medicijnen komen halen, worden geleidelijk beter. Van het leger gaat meer dreiging uit, zeker als een helikopter met boordschutter lang boven het klooster blijft hangen. Maar van wie de fatale schoten komen, wordt niet getoond.


'Het is niet zeker dat de waarheid ooit achterhaald zal worden', verklaarde regisseur Xavier Beauvois. 'En ik wilde geen piste volgen die later de verkeerde zou blijken te zijn.' Ook een scène waarin hun hoofden langs de kant van de weg worden gevonden, besluit Beauvois op het laatste moment uit de montage te houden: 'Omdat ik in mijn hoofd de stemmen van de monniken hoorde.'


Broeder Armand Veilleux (73), die in het klooster Scourmont in de Belgische Ardennen woont, vertelt dat hij aanvankelijk zeer negatief stond tegenover het idee een film te maken over de monniken van Tibhirine. 'Maar het resultaat is excellent', zegt hij. 'Het is een zeer juiste visie op wat daar gebeurde. Ik vind het verstandig dat de regisseur geen uitspraak doet over wie de monniken vermoordde. Indirect zal de aandacht voor de film helpen achterhalen wie de schuldigen zijn.'


'Voor mij is het belangrijk dat de waarheid bekend wordt', zegt Veilleux. 'Omdat je niemand valselijk mag beschuldigen. We leven in een tijd waarin de islam wordt gediaboliseerd; in mijn ogen is de islam geen gewelddadige godsdienst. Maar belangrijkste reden om alsnog te willen weten wie de broeders doodde, is dat het geweld in Algerije tweehonderdduizend mensen trof, veelal anonieme slachtoffers van extremisten of leger. Wij behoren tot de weinige nabestaanden die in een rechtsstaat wonen, en de middelen hebben om een echt onderzoek te laten instellen. Dat doen we, ook namens hen.'


Rond de film is geleidelijk een ware cultus ontstaan, eerst in Frankrijk, nu ook in België en Italië. Niet hun fatale einde, maar juist het kloosterleven, hun twijfels en de vreedzame worsteling van deze mannen van God oefent de grootste aantrekkingskracht uit. In Frankrijk werd de film gedoseerd uitgebracht, met voorrang voor de streken waar nog veel praktiserende katholieken wonen, zoals de Elzas en West-Frankrijk. Geleidelijk groeide daaruit een nationaal succes, met vertoningen in steeds meer zalen. De teller staat nu boven de twee miljoen bezoekers. De kersttijd kan voor nieuwe toeloop zorgen.


Gelovigen worden op hun wenken bediend; de rituelen worden zo getrouw mogelijk in beeld gebracht. De acteurs leerden zingen in een kerk, en trokken zich een tijdje terug in een klooster. De makers namen Henry Quinson, voormalig beurshandelaar én trappister monnik, in dienst om te zorgen dat gebeden, gezangen, inrichting en kleding strikt de liturgie volgen. Quinson had, toen hij in de jaren negentig zelf kloosterling was, geregeld telefonisch contact met de monniken van Tibhirine.


In zijn brief schreef broeder Veilleux, kort na zijn bezoek in 1996 aan zijn broeders in Algerije: 'Ik geloof dat uw kloostergemeenschap geestelijk en als gemeenschap van gelovigen een van de beste momenten uit zijn geschiedenis beleeft.'


Het succes van de film plaatst die woorden in een nieuw daglicht. 'Zeker in een tijd waarin de media om allerlei redenen zo kritisch zijn over alles wat de kerk betreft, komt dat als een aangename verrassing', zegt Veilleux nu. 'Het bescheiden menselijke verhaal van solidariteit die uitstijgt boven alle verschillen in ras en godsdienst, dat zijn waarden die kennelijk nog steeds weerklank vinden.'


Het klooster van Tibhirine wordt sinds de dood van de monniken door de dorpelingen onderhouden. 'We krijgen geen toestemming van de Algerijnse regering', vertelt Veilleux, 'anders zouden we er zo opnieuw beginnen.'


Scènes uit Des hommes et des dieux. 'Indirect zal de aandacht voor de film helpen achterhalen wie de schuldigen zijn van de moord op de monniken.'


Inzet Tekst


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden