Interview Paride Taban

Vredesprijs voor Bisschop Paride Tabans uitzonderlijke inzet voor vrede in Zuid-Soedan

Bisschop Paride Taban ontvangt woensdag 16 mei 2018 de onderscheiding voor de Vrijheid van Godsdienst van de Roosevelt Foundation. Beeld Marlena Waldthausen

Ondanks de burgeroorlog die zijn land nu ten gronde richt, heeft bisschop Paride Taban geen spijt van zijn stem destijds voor een onafhankelijk Zuid-Soedan. ‘Het is de enige stem die ik ooit in mijn leven heb mogen uitbrengen’, zegt hij als hij zijn stemkaart laat zien die hij nog steeds als verfomfaaid souvenir in zijn portemonnee bewaart. ‘Er moest een einde komen aan de slavernij, de onderdrukking en de ongelijkheid.’

‘Onze eigen vlag nemen ze ons niet meer af’, zegt de 82-jarige Taban over de jongste natie ter wereld, waar twee jaar na de onafhankelijkheid van Soedan in 2011 opnieuw een burgeroorlog uitbrak. Die leidde vorig jaar tot ernstige hongersnood en de grootste vluchtelingenstroom en genocide sinds de oorlog in Rwanda (1994). Taban is in Nederland omdat hij woensdag in Middelburg de Roosevelt Four Freedoms Awards krijgt, een prestigieuze prijs die eerder werd uitgereikt aan Nelson Mandela, Desmond Tutu en Angela Merkel.

Taban wordt beloond voor zijn onvermoeibare inzet voor vrede tussen de rivaliserende etnische groepen in Zuid-Soedan. De combinatie van optimisme, toewijding, moed en humor brachten Taban aan tafel bij president Kiir die de Dinka-stam vertegenwoordigt, diens aartsrivaal Riek Machar die de Nuer achter zich heeft, maar ook bij de andere etnisch rebellengroepen. Alle groepen betwisten elkaar om de macht nadat zij zich in 2011 bevrijd hadden van de Arabische overheersing door buurland Soedan.

Levensloop van Taban

Taban werd in 1936 geboren in Opari, een dorpje in het dunbevolkte gebied Oost-Equatoria in het zuiden van Soedan, dat toen dat nog door de Britten werd overheerst. Zijn ouders leefden volgens traditioneel animistische gebruiken, de grootste bedreiging in zijn vroege jeugd vormden leeuwen. Op de Britse katoenplantage in Torit waar zijn vader later ging werken, ontmoette Taban arbeiders van verschillende stammen. Dat heeft hem naar eigen zeggen al vroeg verlost van elke vorm van tribalisme. In de ‘schoot van zijn moeder’ werd de kiem voor zijn geloof gelegd, vertelt hij. ‘Zij zorgde voor iedereen die bij ons aanklopte, ongeacht geloof of afkomst. Dat bracht mij de liefde bij voor de medemens, nog voordat ik me tot het geloof had gewend.’

Beeld Marlena Waldthausen

Op zijn 15de ging hij naar het seminarie, vooral omdat hij zich aangetrokken voelde door de mooie kleren van de missionarissen. Na de onafhankelijkheid van Groot-Brittannië in 1956 kwam hij daar als jonge leerling voor het eerst in de vuurlinie terecht, toen rebellen in opstand kwamen tegen het Arabische noorden. 

In de jaren tachtig keerde hij als bisschop terug in Torit. Kort daarop werd de stad belegerd door rebellen van het Soedanese bevrijdingsleger SPLA, die zich willen afscheiden van het noorden. Terwijl de rebellen dood en verderf zaaiden, steunde Taban vanuit een schuilplaats in de jungle de hongerende bevolking in de regio.

In 1988 is Taban er bijna geweest als een voedselkonvooi onder vuur wordt genomen. Een jaar later verdwijnt hij lange tijd van de radar als hij in het oerwoud door rebellen gevangen wordt gehouden. Na zijn vrijlating in 1989 zet hij zich nog gedrevener in voor vrede in zijn land. Taban vangt hoogstpersoonlijk 150 duizend Soedanese vluchtelingen op bij de grens als die uit Ethiopië worden verjaagd na de ineenstorting van het regime van dictator Mengistu.

Ondertussen begint hij al aan de wederopbouw in zijn eigen regio Oost-Equatoria en legt hij de basis voor zijn inmiddels gelauwerde vredesdorp Kuron. Met hulp van Nederlandse zendelingen en ingenieurs laat hij een brug bouwen over de rivier de Kuron.

Het vredesdorp

In 2005 is Kuron Peace Village officieel en begint Taban met steun van het Nederlandse Pax Christi een programma om jonge strijders van rivaliserende stammen met elkaar in contact te brengen. 

‘Het was een gekkenhuis toen. Al die stammen noemden elkaar vijanden en hielden zich bezig met gewapende veeroof’, vertelt Taban. Vroeger was dat een gebruik om handel en huwelijken tussen de verschillende graasgebieden voor vee te bespoedigen, maar ‘nu iedereen een machinegeweer heeft, is het verworden tot een bloedbad. Geen schild is bestand tegen kogels.’

Het vredesdorp werd een oase van rust in een steeds explosievere omgeving – ‘een hof van Eden’, zo omschreef journalist Paul de Schipper het bij zijn bezoek in 2007. Rivaliserende jongeren werden ontwapend en geleerd vreedzaam met elkaar te leven. ‘Wie nu nog vee steelt, krijgt op zijn donder van de dorpsoudsten en moet het terugbrengen’, vertelt Taban. Er kwamen scholen, klinieken en een modelboerderij om te zorgen voor voedselzekerheid – ‘Je kunt mensen met een hongerende maag niet tot rede brengen’.

Inmiddels bereikt het dorp zo’n 52 duizend inwoners in de regio. Van alle kanten wordt druk op Taban uitgeoefend om zijn vredesdorp te kopiëren. Zelf ziet hij meer in een Vredesacademie, waarvoor hij met steun van Pax Christi fondsen probeert te werven. ‘Laat mensen hier komen om zich te laten inspireren door vrede. Dan kunnen ze terugkeren om ook zoiets op te zetten in hun eigen tribale gemeenschappen.’ Tribalisme zelf is volgens Taban niet het probleem van Soedan, veeleer de politici ‘die de geesten van jongeren proberen te vergiftigen’. Onderwijs en heropvoeding van de jeugd is daarom de enige weg naar vrede in Zuid-Soedan. ‘Een oude hond kun je immers niet meer trainen.’ 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.